Brussel maakte op 23 en 24 maart een werkvloer voor de Europese Green Deal

25 maart 2026
Op maandag 23 maart 2026, vanaf 10.00 uur, en op dinsdag 24 maart 2026, vanaf 8.30 uur, in het Charlemagnegebouw van de Europese Commissie aan de Rue de la Loi 170 in Brussel, kreeg Together in Action 2026 de vorm van een strak georganiseerd trefpunt voor Europese klimaatactie. De eerste dag was voorbehouden aan ambassadeurs en partners van het European Climate Pact. De tweede dag stond open voor een breder publiek in Brussel en online. Dat dit geen klein initiatief was, bleek ook uit de belangstelling: het evenement zat fysiek vol en telde massa’s registraties.
Netwerken over grenzen heen
Op maandag 23 maart lag de nadruk vanaf het eerste moment op contact tussen landen, werkvelden en praktijkervaringen. De dag begon met een begeleide wandeling door de Europese wijk van Brussel, met begeleiders uit Luxemburg, Litouwen en Duitsland. Meteen daarna volgde een sessie over hoe individuele inzet en gezamenlijke verantwoordelijkheid klimaatactie sterker maken, met inbreng uit Frankrijk, Litouwen en Polen. Na de middag startte het plenaire deel met stemmen uit het Verenigd Koninkrijk, Luxemburg en Roemenië, waarna een sessie over de koers van het Europese klimaatbeleid plaatsvond met leden van het kabinet van Europees Commissaris Wopke Hoekstra.
Die eerste dag werd vervolgens nog breder opengetrokken. In één sessie zaten Kroatië, Tsjechië, Portugal en Zweden samen rond de vraag hoe steden, lokale besturen en burgers de omschakeling naar een rechtvaardiger klimaatbeleid kunnen uitwerken. In een andere sessie gingen Griekenland, Slowakije en Italië met Roemeense moderatie in gesprek over de verdere uitbouw van het pact. Daarnaast kwamen ook Griekenland, Italië en Polen samen rond groene vaardigheden, terwijl Belgische en Roemeense jongeren aan tafel zaten over de toekomst van jeugdige klimaatinzet. Later op de dag volgde nog een dialoog over nationale klimaatdoelen en nationale energie- en klimaatplannen met beleidsmensen van DG Climate Action, naast sessies met Portugal, Spanje, Duitsland, Litouwen, Oostenrijk, Luxemburg en Bulgarije.
Het netwerken op 23 maart werd niet aan het toeval overgelaten. De organisatie werkte met gekleurde lanyards zodat deelnemers meteen konden zien wie personeelslid, pactlid of algemeen bezoeker was. Er was een engagement wall, waar deelnemers hun plaats binnen het pact konden aftoetsen, en een matchmaking wall, waar partners en ambassadeurs gericht in contact werden gebracht om ideeën om te zetten in concrete projecten. De dag eindigde met een community toast, precies op het punt waar inhoudelijke gesprekken konden doorschuiven naar nieuwe samenwerkingen.
Van gesprekken naar uitvoering
Op dinsdag 24 maart verschoof het accent van interne afstemming naar uitvoering en beleid. Vanaf 9.30 uur begon een reeks sessies waarin de omschakeling niet als theorie werd besproken, maar als een dossier van betaalbaarheid, mobiliteit, industrie en landbouw. In de sessie over een eerlijke omschakeling stonden Belgische praktijkvoorbeelden centraal, met Clem’, Brupower en Energent, onder begeleiding van beleidsmedewerkers van DG Climate Action die werken rond het Social Climate Fund en de invoering van ETS2. Daarmee kreeg het debat meteen een duidelijke sociale en economische lading.
Daarna werd zichtbaar hoe breed het netwerk op 24 maart werkelijk was. In een industriële energiesimulatie zaten Spanje, België en Italië samen rond samenwerking, innovatie en de industriële omslag. In een andere sessie bespraken het Verenigd Koninkrijk, Finland en de Europese Commissie de rol van koolstofverwijdering en koolstoflandbouw in het halen van de Europese klimaatdoelen. Er was ook een interactieve sessie over klimaatdesinformatie met inbreng uit Nederland en Italië, gevolgd door een bredere bespreking van desinformatie met de Europese Commissie, het Institute for Strategic Dialogue, ClientEarth en WindEurope. Tegelijk kwamen Nederland, Portugal en België samen rond energiegemeenschappen, terwijl in een andere zaal het debat liep over de klimaatimpact van vliegen met stemmen uit het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Europese Commissie.
Die opbouw maakt duidelijk waarom netwerken op zulke dagen geen bijkomstigheid is. Wat in Brussel plaatsvond, was geen reeks losse toespraken, maar een uitwisseling tussen landen en sectoren die elk aan een ander deel van dezelfde opdracht werken. Sociale bescherming, industrie, energie, landbouw, luchtvaart en informatie-oorlog kwamen in dezelfde dag op tafel. Dat gaf het evenement gewicht, omdat de aanwezigen niet enkel standpunten naast elkaar zetten, maar ook werkbare lijnen trokken tussen lokaal initiatief en Europese besluitvorming.
Waarom de Europese Green Deal steun nodig heeft
De noodzaak van steun voor de Europese Green Deal werd in Brussel niet als slogan gebracht, maar als bestuurlijke noodzaak. De Europese Klimaatwet schrijft het doel van klimaatneutraliteit tegen 2050 in de wet in en legt tegelijk een tussendoel vast van minstens 55 procent minder netto-uitstoot tegen 2030 ten opzichte van 1990. De wet maakt ook duidelijk dat Europese instellingen en lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om die koers waar te maken, met aandacht voor billijkheid en solidariteit. Wie de gesprekken op 23 en 24 maart volgde, zag hoe die wettelijke doelstelling pas geloofwaardig wordt wanneer lidstaten, steden, organisaties en burgers elkaar ook in de praktijk vinden.
Ook het economische luik kwam rechtstreeks in beeld. Volgens de Europese Commissie moet het Green Deal Industrial Plan de Europese nettonulindustrie sterker maken en de overgang naar klimaatneutraliteit versnellen. Dat plan steunt op vier pijlers: een eenvoudiger en voorspelbaarder regelgevend kader, snellere toegang tot financiering, sterkere vaardigheden en open handel met weerbare toeleveringsketens. Precies die vier lijnen waren in Brussel tastbaar aanwezig, van de sessies over industrie en energie tot de gesprekken over vaardigheden, burgerinzet en nationale klimaatdoelen. De steun voor de Green Deal gaat daarom niet alleen over uitstoot verminderen, maar ook over economische positie, sociale houdbaarheid en politieke slagkracht.
Brussel als voorbereiding op morgen
Opvallend was ook dat de organisatie de eigen werking in dezelfde richting duwde als de boodschap van het evenement. Deelnemers werden uitdrukkelijk aangespoord om met openbaar vervoer te komen, digitaal te werken in plaats van te printen, een herbruikbare drinkfles mee te brengen, lanyards terug in te leveren en te kiezen voor klimaatvriendelijke voeding. Dat lijkt op het eerste gezicht praktisch, maar het toont iets wezenlijks: de voorbereiding op een weerbaardere toekomst zit niet alleen in wetgeving en grote doelstellingen, maar ook in de dagelijkse manier waarop Europese bijeenkomsten worden opgezet en beleefd.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


