Claude Vindevogel trekt aan de alarmbel over KV Diksmuide Oostende: miljoenenbudget, mogelijke belangenvermenging, omstreden uitgaven en een bestuurscrisis die de toekomst van de club onder druk zet

Diksmuide/Oostende, 23 oktober 2026 – Wat gebeurt er wanneer een voetbalvereniging in nauwelijks twee jaar tijd uitgroeit tot een organisatie met een begroting van meer dan twee miljoen euro, maar de interne besluitvorming volgens een jarenlange financiële verantwoordelijke niet in hetzelfde tempo professionaliseert? Claude Vindevogel, die vijfentwintig jaar betrokken was bij het financiële beheer van de vereniging die vandaag KV Diksmuide Oostende vormt, doet uitgebreid zijn verhaal over een bestuurscrisis die volgens hem veel verder gaat dan persoonlijke meningsverschillen. Hij beschrijft mogelijke belangenvermenging bij commerciële overeenkomsten, vragen rond vrijwilligersvergoedingen, opmerkelijke restaurantuitgaven, een grote voorraad onverkochte supportersartikelen, betwiste financiële beslissingen en een groeiende verwijdering tussen de clubleiding en belangrijke Oostendse sponsors. Tegelijkertijd verdedigt Claude Vindevogel zich tegen ernstige persoonlijke aantijgingen die hij uitdrukkelijk ontkent. Zijn verklaringen bieden een indringend beeld van de spanningen binnen KVDO, maar vormen één visie op de gebeurtenissen. De financiële beschuldigingen en vermoedens van onregelmatigheden zijn niet onafhankelijk bewezen. De betrokken personen en organisaties moeten de gelegenheid krijgen om hun standpunt en eventuele bewijsstukken naar voren te brengen.

Een vereniging die financieel vervijfvoudigde, maar volgens Claude Vindevogel bestuurlijk achterbleef

De financiële ontwikkeling van KV Diksmuide Oostende vormt volgens Claude Vindevogel de achtergrond van vrijwel alle huidige problemen. Waar de vereniging in 2024 volgens zijn gegevens werkte met een budget van ongeveer 400.000 euro, bedraagt de huidige begroting ruim twee miljoen euro. Het gaat daarmee om een vervijfvoudiging in ongeveer twee jaar. Een dergelijke groei biedt mogelijkheden om op een hoger sportief niveau te spelen, sponsors aan te trekken, de jeugdopleiding verder uit te bouwen en een grotere professionele werking op te zetten. Daartegenover staan echter hogere personeelskosten, toenemende administratieve verplichtingen, grotere commerciële risico’s en een grotere verantwoordelijkheid voor wie beslissingen neemt over het geld van de vereniging. Claude Vindevogel stelt dat de clubleiding onvoldoende rekening hield met die gewijzigde omstandigheden. Volgens hem werd de club financieel steeds groter, terwijl de besluitvorming te sterk geconcentreerd bleef bij een beperkte groep bestuurders. Hij zegt herhaaldelijk te hebben gewaarschuwd voor de gevolgen van stijgende uitgaven en afnemende reserves. Wat volgens hem bedoeld was als financieel toezicht en bescherming van de vereniging, werd door anderen binnen de clubleiding naar zijn aanvoelen steeds vaker beschouwd als persoonlijke kritiek.

Meer dan tachtig procent van de sponsoring zou uit Oostende komen

Een bijzonder gevoelig onderdeel van het conflict betreft de verhouding tussen Diksmuide en Oostende. Claude Vindevogel verklaart dat meer dan tachtig procent van de sponsorinkomsten afkomstig is van ondernemers uit Oostende. Ook het wedstrijdpubliek zou volgens zijn inschatting voor meer dan negentig procent bestaan uit Oostendse supporters. Die cijfers moeten nog aan de sponsoradministratie en bezoekersgegevens worden getoetst, maar illustreren waarom hij de vertegenwoordiging van Oostendse belanghebbenden zo belangrijk vindt. Na het faillissement van KV Oostende zagen verschillende ondernemers en supporters in de nieuwe samenwerking een mogelijkheid om opnieuw een voetbalproject met een sterke Oostendse verankering op te bouwen. Volgens Claude Vindevogel brachten zij niet alleen financiële middelen mee, maar ook contacten, commerciële ervaring en betrokkenheid bij het plaatselijke voetbal. Hij vindt dat die bijdrage onvoldoende tot uiting komt in de bestuursstructuur. Een organisatie die voor het grootste deel afhankelijk is van Oostendse sponsoring en supporters kan volgens hem moeilijk duurzaam functioneren wanneer die achterban zich niet vertegenwoordigd voelt bij belangrijke beslissingen.

Drie werkingen, honderden betrokkenen en veel meer dan vijftien thuiswedstrijden

KVDO is volgens Claude Vindevogel geen eenvoudige voetbalvereniging waarin de organisatie zich beperkt tot trainingen en wedstrijden. Hij onderscheidt drie grote werkingen: het jeugdvoetbal in Diksmuide, het jeugdvoetbal in Oostende en de werking rond het eerste elftal met de bijbehorende stadionactiviteiten. Samen zouden meer dan tweehonderd personen bij de organisatie betrokken zijn. Daaronder bevinden zich medewerkers, vrijwilligers en mensen met uiteenlopende operationele verantwoordelijkheden. Het stadion moet voldoen aan technische en veiligheidsvoorwaarden, terwijl onderhoud, schoonmaak, toegangscontrole, catering, kantinewerking, sponsorontvangsten, viparrangementen, verzekeringen en administratieve verplichtingen voortdurend aandacht vragen. Claude Vindevogel benadrukt dat vijftien thuiswedstrijden niet betekenen dat de club slechts vijftien dagen per jaar intensief werkt. Tussen de wedstrijden door worden immers talrijke andere evenementen georganiseerd, waarvoor eveneens mensen, voorbereiding, toezicht en middelen nodig zijn. Hij verwijst naar een Europese wedstrijd van Union waarvoor vier medewerkers volgens hem zelfs verlof namen om alles organisatorisch mogelijk te maken. Volgens zijn relaas kregen zij daarvoor achteraf onvoldoende erkenning van de clubleiding. Dat voorval illustreert voor hem hoe weinig zichtbaar het dagelijkse werk achter een voetbalvereniging soms is.

Vijfentwintig jaar financiële verantwoordelijkheid en duizenden transacties

Claude Vindevogel verwijst nadrukkelijk naar zijn jarenlange betrokkenheid bij de club. Zijn vader was volgens hem voordien zeventien jaar actief bij de vereniging. Zelf nam hij gedurende vijfentwintig jaar financiële verantwoordelijkheden op zich. De eerste drieëntwintig jaar gebeurde dat naar eigen zeggen volledig onbezoldigd. Pas later kwam er een dienstenverleningscontract. Claude Vindevogel benadrukt dat het financieel beheer in de loop der jaren aanzienlijk ingewikkelder werd. Sinds 1 januari 2026 verwerkte hij volgens zijn verklaring meer dan vijfduizend transacties, ongeveer tweeduizend inkomende facturen en vijfhonderd uitgaande facturen. Daarbij kwamen betalingen aan leveranciers, opvolging van sponsorbijdragen, financiële verwerking van evenementen en administratieve verplichtingen die verbonden zijn aan de sportieve werking. Soms besteedde hij naar eigen zeggen veertig uur per week aan de club. Hij volgde zelfs een aanvullende opleiding om de procedures rond internationale voetbaltransfers en de bijbehorende FIFA-verplichtingen correct te kunnen verwerken. Claude Vindevogel vindt dat die ervaring en kennis onvoldoende werden gewaardeerd toen hij kritische vragen begon te stellen over het financiële beleid.

Een presentatie van veertig pagina’s die het vertrouwen verder onder druk zette

Op 1 juni 2026 legde Claude Vindevogel naar eigen zeggen een presentatie van veertig pagina’s voor aan de raad van bestuur. Daarin bracht hij financiële ontwikkelingen, inkomsten, uitgaven, afnemende reserves, commerciële overeenkomsten en mogelijke onregelmatigheden samen. Hij wilde daarmee aantonen dat de verdere groei van KVDO volgens hem niet zonder bijkomende financiële controle en bestuurlijke hervormingen kon worden voortgezet. De presentatie zou ook voorbeelden hebben bevat van situaties waarin commerciële beslissingen mogelijk onvoldoende in het belang van de vereniging waren genomen. Claude Vindevogel beschrijft de vergadering als een belangrijk keerpunt. In plaats van een grondige bespreking van zijn waarschuwingen ontstond volgens hem een steeds groter wantrouwen tegenover zijn persoon. Zijn kritische financiële opmerkingen zouden zijn geïnterpreteerd als een aanval op andere bestuurders. De oorspronkelijke presentatie is noodzakelijk om precies vast te stellen welke cijfers, documenten en conclusies op 1 juni werden voorgelegd. De beschrijving van deze vergadering is voorlopig gebaseerd op de verklaringen van Claude Vindevogel.

Tienduizenden euro’s aan kledingartikelen, waarvan meer dan de helft onverkocht bleef

Een van de concrete voorbeelden die Claude Vindevogel aanhaalt, betreft de aankopen voor de fanshop. Begin 2025 werd volgens zijn gegevens voor ongeveer 30.000 euro aan artikelen van een kledingmerk ingekocht. Anderhalf jaar later zou daarvan nog ongeveer 17.000 euro aan voorraad aanwezig zijn geweest, wat betekent dat meer dan de helft van de oorspronkelijke aankoopwaarde volgens zijn cijfers niet was omgezet in verkoop. Claude Vindevogel stelt de commerciële beoordeling van die aankopen ter discussie. Hij noemt als voorbeeld een wielerbodywarmer van ongeveer 110 euro, een product dat volgens hem weinig aansloot bij de verwachtingen van gewone voetbalsupporters. Die zouden vooral belangstelling hebben voor betaalbare shirts, sjaals en herkenbare supportersartikelen. Wanneer een vereniging aanzienlijke bedragen investeert in producten die onvoldoende verkopen, ontstaat volgens hem het risico dat geld voor lange tijd vastzit in voorraad die moeilijk te gelde kan worden gemaakt. Een voorstel om de resterende artikelen met korting te verkopen, deed vervolgens de vraag rijzen welk verlies de vereniging daardoor zou moeten dragen. De exacte aankoopwaarde, verkoopopbrengsten, resterende aantallen en boekhoudkundige waardering zijn niet onafhankelijk gecontroleerd.

Het kledingmerk van de ondervoorzitter en de vragen over sponsorvoordelen

De discussie over het kledingmerk beperkt zich volgens Claude Vindevogel niet tot onverkochte artikelen. Hij verklaart dat het merk van de voorzitter een opvallende plaats op de clubuitrusting kreeg, terwijl een andere sponsor die volgens hem een aanzienlijk hogere bijdrage betaalde daarvoor plaats moest maken. Claude Vindevogel vraagt zich af hoe zulke beslissingen werden genomen en of daarbij dezelfde commerciële voorwaarden golden als voor andere sponsors. Wanneer een bestuurslid zakelijke belangen heeft bij een merk dat via de vereniging wordt gepromoot, is volgens hem bijzondere transparantie noodzakelijk. Dat betekent niet automatisch dat de betrokken overeenkomst onregelmatig of verboden is. Wel moet volgens Claude Vindevogel duidelijk zijn wie besliste over de beschikbare publiciteitsruimte, welke vergoeding daartegenover stond, of de betrokken bestuurder aan de beslissing deelnam en welke voordelen voor de vereniging aantoonbaar waren. Zonder inzage in de sponsorcontracten kan niet worden vastgesteld of sprake was van een commercieel verantwoorde afspraak of mogelijke belangenvermenging.

Een reclamebanner van ongeveer 250 vierkante meter

Nog opvallender vindt Claude Vindevogel de reclame voor een kledingmerk in het stadion. Volgens hem hangt daar een banner met een oppervlakte van ongeveer 250 vierkante meter. Hij stelt dat voor die zichtbaarheid geen normale sponsorvergoeding zou zijn ontvangen. Reclameruimte in een voetbalstadion heeft commerciële waarde, zeker wanneer zij op een prominente plaats wordt aangebracht en zichtbaar is voor supporters, bezoekers en mogelijk televisiekijkers. Claude Vindevogel vraagt waarom dergelijke ruimte ter beschikking wordt gesteld en hoe die beslissing zich verhoudt tot de bijdragen die andere ondernemers moeten betalen. Hij vindt dat sponsors gelijkwaardig moeten worden behandeld en dat bestuurders hun positie niet mogen gebruiken om hun eigen ondernemingen gratis of tegen uitzonderlijk gunstige voorwaarden te promoten. Om te bepalen of de reclame daadwerkelijk zonder passende tegenprestatie werd toegestaan, moeten de contracten, facturen en eventuele verrekeningen of prestaties in natura worden onderzocht.

Stadioninboedel aangekocht via een onderneming, maar de factuur belandde bij KVDO

Een ander financieel dossier houdt verband met de afhandeling van het faillissement van KV Oostende in 2024. Claude Vindevogel vertelt dat een ondernemer via zijn eigen onderneming stadiongoederen aankocht. Uiteindelijk zou de factuur volgens hem bij KVDO zijn terechtgekomen. Hij verklaart dat de aankoop niet vooraf in de voltallige raad van bestuur werd besproken. Volgens zijn relaas betaalde KVDO inmiddels een eerste schijf en moeten nog twee betalingen volgen. Daarbij rijst volgens hem de vraag waarom een aankoop die via een private onderneming werd georganiseerd uiteindelijk financieel ten laste van de voetbalvereniging kwam, onder welke voorwaarden dat gebeurde en wie daarover besliste. Claude Vindevogel brengt de transactie in verband met plannen rond een mogelijke erfpacht van vijftig tot vijfenzeventig jaar en een commercieel project waarbij ook Club NXT, de beloftenploeg van Club Brugge, wedstrijden in Oostende zou kunnen spelen. Hij vreest dat zulke plannen de eigen identiteit en belangen van de Oostendse supporters onvoldoende respecteren. De oorspronkelijke aankoopdocumenten, facturen, afspraken over eigendomsoverdracht en betalingsverplichtingen moeten worden onderzocht om de financiële en juridische werkelijkheid vast te stellen.

Het jeugdgala dat vroeger een bijzonder belangrijke inkomstenbron was

Volgens Claude Vindevogel speelde het traditionele gala ten voordele van de jeugdwerking jarenlang een belangrijke rol in de financiering van de vereniging. In bepaalde jaren zou de opbrengst volgens hem overeen zijn gekomen met dertig tot veertig procent van het toenmalige clubbudget. Dat maakt duidelijk hoe groot de betekenis van dergelijke initiatieven kan zijn voor een vereniging die sterk steunt op vrijwilligers en sponsors. Het gala moest financiële middelen opleveren voor jeugdvoetbal, maar Claude Vindevogel stelt dat de organisatie van het evenement veranderde en dat bepaalde voorbereidingskosten vragen opriepen. Hij verwijst naar vijf restaurantbezoeken waarbij telkens vier of vijf personen aanwezig zouden zijn geweest. De bijbehorende rekeningen zouden bedragen van ongeveer 500, 600 of 700 euro hebben bereikt, onder meer door dure maaltijden en wijnen. Claude Vindevogel vindt dat moeilijk te verantwoorden wanneer het evenement bedoeld is om geld bijeen te brengen voor jonge voetballers. Zijn kritiek richt zich vooral op de verhouding tussen de gemaakte kosten en het maatschappelijke doel van de fondsenwerving.

Restaurantrekeningen betaald met de VISA-kaart van de jeugdwerking

Claude Vindevogel preciseert dat de genoemde restaurantrekeningen volgens hem betaald werden met de VISA-kaart van de jeugdwerking. Dat gegeven maakt het dossier volgens hem bijzonder gevoelig. Een jeugdvereniging ontvangt immers financiële steun van ouders, vrijwilligers, sponsors en sympathisanten die verwachten dat hun bijdrage uiteindelijk het jeugdvoetbal ten goede komt. Wanneer met een betaalkaart van die werking aanzienlijke restaurantuitgaven worden gedaan, moet volgens Claude Vindevogel duidelijk zijn wie de uitgaven heeft goedgekeurd, welke personen aanwezig waren, waarom de kosten noodzakelijk waren en hoe ze boekhoudkundig werden verantwoord. Zakelijke maaltijden zijn niet per definitie ongeoorloofd, maar moeten wel passen binnen het doel van de organisatie en behoorlijk worden gedocumenteerd. De VISA-afrekeningen, restaurantfacturen, eventuele onkostennota’s en boekhoudkundige boekingen zijn nodig om zijn verklaringen te controleren. Er is op basis van zijn relaas alleen geen grond om vast te stellen dat de uitgaven frauduleus waren.

Waarom moest er nog 25.000 euro voor een afzonderlijk feest beschikbaar blijven?

Naast de restaurantkosten verwijst Claude Vindevogel naar een e-mail waarin volgens hem werd gevraagd om 25.000 euro beschikbaar te houden voor een afzonderlijk feest na het benefietevenement. Hij zegt dat die vraag bij hem onmiddellijk financiële en principiële bezwaren opriep. Wanneer een activiteit wordt georganiseerd om geld in te zamelen voor de jeugdwerking, moeten de deelnemers en sponsors volgens hem kunnen vertrouwen op een duidelijke bestemming van de opbrengsten. De vraag om een aanzienlijk bedrag te reserveren voor een bijkomende feestelijke activiteit vond hij daarom moeilijk te rijmen met de oorspronkelijke doelstelling. Claude Vindevogel verduidelijkt dat het bedrag volgens zijn informatie op 22 oktober 2026 nog niet voor die afzonderlijke activiteit was uitgegeven. Dat onderscheid is belangrijk: een verzoek om geld te reserveren is niet hetzelfde als een daadwerkelijke betaling of een bewezen ongeoorloofde besteding. De oorspronkelijke e-mail, de voorgestelde begroting en de werkelijke financiële verrichtingen moeten duidelijk maken welke plannen bestonden en welke beslissingen uiteindelijk werden uitgevoerd.

Meer dan één miljoen euro aan sponsorinkomsten helpen realiseren

Claude Vindevogel stelt dat hij gedurende zijn vijfentwintigjarige betrokkenheid via persoonlijke contacten en sponsorwerving meer dan één miljoen euro aan inkomsten voor de vereniging heeft helpen realiseren. Daarmee wil hij naar eigen zeggen niet zijn persoonlijke verdiensten centraal stellen, maar aantonen hoeveel belang hij altijd heeft gehecht aan het vinden van financiële middelen voor de club. Hij verwijst ook naar zijn eigen onderneming, waarvoor hij naar eigen zeggen duizend euro betaalde voor een reclamebord van drie meter. Dat beschouwt hij als een voorbeeld van de voorwaarden die voor alle ondernemers zouden moeten gelden, ongeacht hun positie binnen of buiten de vereniging. Volgens hem moet iedere commerciële partner weten welke publiciteitsruimte beschikbaar is, welke prijs daarvoor geldt en welke prestaties daartegenover staan. Bestuurders mogen volgens Claude Vindevogel niet profiteren van hun functie om hun eigen merken kosteloos of uitzonderlijk goedkoop zichtbaar te maken. Hij vraagt daarom transparante sponsortarieven, duidelijke contracten en onafhankelijk toezicht op overeenkomsten waarbij persoonlijke zakelijke belangen een rol kunnen spelen.

Vragen over vrijwilligersvergoedingen en de werkelijke prestaties

Claude Vindevogel plaatst ook vraagtekens bij de registratie en verwerking van bepaalde vrijwilligersvergoedingen. Het gaat volgens zijn relaas om een dossier waarin moet worden nagegaan of de opgegeven personen daadwerkelijk de vermelde prestaties leverden, of de administratieve gegevens overeenstemmen met de werkelijkheid en of de uitgekeerde bedragen correct werden verantwoord. De kwestie is belangrijk omdat vrijwilligers een essentiële rol vervullen in het Belgische verenigingsleven, maar vergoedingen aan wettelijke voorwaarden moeten voldoen. Onjuiste registratie kan financiële, fiscale en andere juridische gevolgen hebben, afhankelijk van de concrete omstandigheden. Claude Vindevogel vermoedt dat er onregelmatigheden zijn gebeurd en verlangt dat de vrijwilligerslijsten, de betalingsbewijzen en de effectief uitgevoerde werkzaamheden worden vergeleken. Zijn verklaringen leveren echter op zichzelf geen bewijs dat fictieve vrijwilligers werden opgevoerd of dat iemand fraude pleegde. Volgens de door hem aangebrachte correcties maakt een onderzoek naar de betrokken gebeurtenissen deel uit van een klacht bij de onderzoeksrechter met burgerlijke partijstelling. De exacte draagwijdte van die klacht en de onderzochte feiten moet uit de gerechtelijke stukken blijken.

Van een financieel meningsverschil naar een persoonlijke confrontatie

De spanningen bereikten volgens Claude Vindevogel een nieuwe fase toen het conflict niet langer uitsluitend over de financiële werking van KVDO ging. Hij beschrijft hoe zijn positie binnen de vereniging steeds meer ter discussie kwam te staan en hoe eerdere meningsverschillen volgens hem werden vermengd met persoonlijke beschuldigingen. Hij ervoer dat als bijzonder ingrijpend omdat hij naar eigen zeggen jarenlang een aanzienlijk deel van zijn vrije tijd aan de vereniging had besteed. Het vertrouwen dat nodig was om financieel samen te werken, verdween volgens hem bijna volledig. Claude Vindevogel vermoedt dat verschillende gebeurtenissen met elkaar verband houden, maar dat vermoeden is geen bewijs van een gecoördineerde actie. Het is daarom noodzakelijk onderscheid te maken tussen de bestuurlijke discussies, de aantijgingen tegen zijn persoon en de eventuele gerechtelijke procedures. Die dossiers mogen niet zonder bewijs als één georganiseerd geheel worden voorgesteld.

Het Facebookbericht van 25 juli 2026

Claude Vindevogel verklaart dat in de nacht van 25 juli 2026 een bericht op zijn Facebookpagina verscheen waarin hem seksueel ongepast gedrag werd verweten. Hij ontdekte dat bericht naar eigen zeggen de volgende ochtend, maakte er een schermafbeelding van en verwijderde de publicatie. Vervolgens zou hij bij de politie klacht hebben ingediend. Claude Vindevogel ontkent de aantijgingen en zegt dat het bericht hem persoonlijk zwaar heeft geraakt. Hij vermoedt dat de publicatie niet losstond van de voorafgaande conflicten binnen de voetbalvereniging. Die mogelijke samenhang is echter niet onafhankelijk aangetoond. De oorspronkelijke publicatie, de omstandigheden waarin zij verscheen en de eventuele identiteit en bedoeling van de auteur zijn elementen die alleen aan de hand van controleerbare gegevens kunnen worden beoordeeld.

Zes mogelijke klachten over vermeende gebeurtenissen van meer dan dertig jaar geleden

In de eerste helft van augustus 2026 kreeg Claude Vindevogel volgens zijn verklaring te horen dat zes personen klachten overwogen over vermeende gebeurtenissen van meer dan dertig jaar geleden. De aard van de aantijgingen maakte het conflict volgens hem bijzonder ernstig. Hij verklaart dat het bestuur hem tijdelijk op non-actief wilde stellen. Claude Vindevogel verzette zich daartegen omdat hij de beschuldigingen ten stelligste ontkent en vond dat hij niet zonder een zorgvuldige procedure mocht worden behandeld alsof de aantijgingen al bewezen waren. Hij besloot juridische bijstand te zoeken. Volgens hem werd zijn positie bovendien besproken tijdens vergaderingen waarvoor hij niet was uitgenodigd. Claude Vindevogel stelt dat drie Oostendse bestuurders uiteindelijk opstapten uit onvrede over de manier waarop het dossier werd behandeld. De precieze inhoud van de bestuursbeslissingen, de motivatie van de betrokken bestuurders en het verloop van de interne procedure moeten nog onafhankelijk worden vastgesteld.

Meldingen bij Voetbal Vlaanderen en het belang van een zorgvuldige beoordeling

Claude Vindevogel verklaart dat bij Voetbal Vlaanderen meldingen werden gedaan over vermeende gebeurtenissen die tientallen jaren geleden zouden hebben plaatsgevonden. Daarbij zou onder meer sprake zijn van een vermeend sms-bericht aan een destijds zeventienjarige persoon en een aantijging over vermeend grensoverschrijdend lichamelijk contact tijdens een pianoles met een kind. Claude Vindevogel ontkent deze beschuldigingen uitdrukkelijk en ten stelligste. De oorspronkelijke meldingen en eventuele onderzoeksbevindingen zijn niet beschikbaar voor onafhankelijke controle. Het is daarom niet mogelijk de juistheid van de aantijgingen of de volledige context ervan vast te stellen. De bevoegde instanties moeten de meldingen zorgvuldig onderzoeken, met respect voor de rechten, de privacy en de bescherming van alle betrokkenen. Dat geldt zowel voor de personen die een melding doen als voor degene tegen wie de aantijgingen gericht zijn. Ook wanneer een strafrechtelijke klacht ontbreekt, kan daaruit niet automatisch worden afgeleid dat een melding ongegrond is. Omgekeerd betekent het bestaan van een melding evenmin dat de beschuldigde persoon schuldig is.

Een klacht bij de onderzoeksrechter en de voorbereiding van een mogelijke schadeclaim

Claude Vindevogel zegt juridische stappen te hebben ondernomen wegens feiten die hij beschouwt als laster, eerroof en belaging. Volgens zijn verklaring maakt de zaak deel uit van een procedure bij de onderzoeksrechter met burgerlijke partijstelling. Hij meldt daarnaast dat negatieve berichten op sociale media van betrokken personen worden bewaard en aan het dossier van de onderzoeksrechter worden toegevoegd. Dat materiaal zou volgens hem onder meer kunnen dienen bij het vaststellen van eventuele schade en het onderzoeken van mogelijke aansprakelijkheid. Het indienen van een klacht of het stellen van een burgerlijke partij betekent niet dat de aangehaalde feiten al door een rechtbank zijn bewezen. Claude Vindevogel zegt dat hij langs juridische weg duidelijkheid wil verkrijgen over wat er precies is gebeurd, wie voor eventuele onrechtmatige handelingen verantwoordelijk zou zijn en welke gevolgen daaruit voortvloeien.

Een gezin dat zwaar werd getroffen en een incident met nagels op de oprit

De gebeurtenissen hebben volgens Claude Vindevogel niet alleen zijn positie in het voetbal beïnvloed, maar ook zijn gezinsleven. Hij beschrijft de aantijgingen en de publieke reacties als een zware persoonlijke belasting. De combinatie van jarenlange inzet voor de vereniging, het verlies van vertrouwen en de confrontatie met beschuldigingen die hij ontkent, heeft volgens hem diepe sporen nagelaten. In zijn relaas verwijst hij bovendien naar een incident waarbij nagels op zijn oprit werden aangetroffen. Hij ervoer dat als mogelijke intimidatie. Wie de nagels daar heeft achtergelaten, onder welke omstandigheden dat gebeurde en of er enig verband bestaat met de bestuurscrisis, is niet vastgesteld. Claude Vindevogel zegt dat hij dergelijke gebeurtenissen ernstig neemt en dat hij vooral wenst dat de feiten objectief worden onderzocht.

Zeven bestuurders voor een organisatie met meer dan twee miljoen euro budget

Volgens Claude Vindevogel bestaat de raad van bestuur van KVDO uit zeven personen, onder wie de twee neven die volgens hem een bijzonder grote invloed hebben op het dagelijkse beleid. Hij verklaart dat de huidige bestuurders samen ongeveer 11.000 euro rechtstreeks bijdragen aan een vereniging met een begroting van ruim twee miljoen euro. Hij vindt dat contrast opmerkelijk, al bepaalt de financiële bijdrage van individuele bestuurders op zichzelf niet of zij geschikt zijn om hun functie uit te oefenen. Zijn kritiek gaat vooral over de verhouding tussen verantwoordelijkheid, deskundigheid, financiële afhankelijkheid en besluitvormingsmacht. Volgens hem wordt onvoldoende gebruikgemaakt van de ervaring van grote sponsors en andere betrokkenen. Hij vindt dat een organisatie van deze omvang nood heeft aan gespecialiseerde financiële controle, een transparante taakverdeling en een bestuur waarin kritische standpunten niet als persoonlijke aanvallen worden beschouwd. Claude Vindevogel meent dat de twee neven te veel beslissingen naar zich toetrekken en dat andere bestuursleden onvoldoende tegenwicht bieden. Dat is zijn persoonlijke beoordeling van de bestuurscultuur.

Een spelerskern van 27 voetballers en vragen over de sportieve prioriteiten

Ook het sportieve beleid ontsnapt niet aan de kritiek van Claude Vindevogel. Volgens hem bestaat de A-kern uit 27 spelers, terwijl nauwelijks iemand uit de eigen jeugdopleiding zou zijn doorgestroomd. Hij vindt dat moeilijk te rijmen met het belang dat de vereniging aan jeugdvoetbal zou moeten hechten. Als voorbeelden van spelers die vanuit de vroegere provinciale werking kansen kregen, noemt hij Liam Brochain, Milan Beuckels, Jasper Vanderschrick en Milan Seys. Claude Vindevogel pleit voor een kleinere en evenwichtigere A-kern waarin jonge spelers structureel kunnen meetrainen en geleidelijk ervaring kunnen opdoen. Dat zou volgens hem niet alleen de identiteit van de vereniging versterken, maar ook de financiële druk verminderen. Een grote spelersgroep brengt immers kosten met zich mee, terwijl niet iedere speler voldoende speelgelegenheid krijgt. Volgens Claude Vindevogel moet het sportieve beleid daarom sterker aansluiten bij de financiële mogelijkheden en de eigen opleiding.

Negen transfers, maar slechts drie vaste basisspelers

Claude Vindevogel verklaart dat van negen recente transfers slechts drie spelers een vaste plaats in de ploeg veroverden. Hij ziet daarin een aanwijzing dat de transferpolitiek onvoldoende gericht verliep. Wanneer een vereniging negen nieuwe spelers aantrekt, maar het merendeel daarvan niet structureel aan spelen toekomt, ontstaat volgens hem de vraag of de beschikbare middelen doelmatig werden besteed. Daarbij spelen uiteraard ook sportieve factoren zoals blessures, vorm, tactiek en concurrentie een rol. Claude Vindevogel verwacht dat sommige spelers in januari 2027 kunnen vertrekken. Hij pleit voor gerichtere versterkingen en een beleid waarin eerst wordt gekeken welke mogelijkheden de bestaande spelersgroep en de jeugdopleiding bieden. Voor hem moet de ambitie om sportief te groeien altijd worden afgewogen tegen de financiële draagkracht van de vereniging.

Het ontslag van Dieter Vandendriessche als voorbeeld van de besluitvorming

Claude Vindevogel verwijst ook naar het ontslag van trainer Dieter Vandendriessche tijdens het vorige seizoen. Volgens zijn relaas werd die beslissing genomen na drie nederlagen. Hij vindt vooral de manier waarop het ontslag tot stand kwam problematisch en meent dat er onvoldoende collegiaal overleg was. Een voetbalvereniging moet volgens hem vanzelfsprekend sportieve beslissingen kunnen nemen, maar zulke beslissingen hebben vaak ook financiële en organisatorische gevolgen. Een trainerswissel raakt niet alleen de technische staf, maar kan eveneens gevolgen hebben voor contractuele verplichtingen, spelersbeleid en de continuïteit van het sportieve project. Claude Vindevogel beschouwt dit dossier als een voorbeeld van zijn bredere kritiek op de besluitvorming. De exacte omstandigheden van het ontslag en de rol van de verschillende bestuurders kunnen alleen aan de hand van de betrokken verklaringen en documenten worden vastgesteld.

De vrouwenploeg en de kostprijs van wedstrijden in het grote stadion

Claude Vindevogel stelt eveneens vragen over de organisatie van de wedstrijden van de vrouwenploeg. Hij benadrukt dat zijn bezwaren betrekking hebben op de financiële en praktische organisatie, niet op het bestaansrecht of de sportieve ambities van de ploeg. Volgens hem werden wedstrijden in het grote stadion georganiseerd die soms slechts ongeveer tweehonderd toeschouwers aantrokken. Het gebruik van een groot stadion kan echter kosten meebrengen voor onderhoud, veiligheid, nutsvoorzieningen, schoonmaak en personele ondersteuning. Claude Vindevogel stelde daarom voor om de belangrijkste wedstrijden in Oostende te laten plaatsvinden en de overige wedstrijden in Diksmuide te organiseren. Op die manier zouden de vrouwenploeg en haar supporters volgens hem nog altijd belangrijke wedstrijden in Oostende kunnen beleven, terwijl de vereniging de stadionkosten beter beheerst. Hij vindt dat dergelijke praktische voorstellen ernstig moeten worden onderzocht in plaats van onmiddellijk als kritiek op de sportieve ambities te worden geïnterpreteerd.

Fernando Canesin als mogelijke terugkeer naar de Oostendse voetbalidentiteit

In het gesprek verwijst Claude Vindevogel naar voormalig Oostends voetballer Fernando Canesin, die volgens hem belangstelling had voor een mogelijke terugkeer naar Oostende voor het einde van zijn spelersloopbaan. Claude Vindevogel zag daarin een kans om de band tussen de club en de supporters te versterken. Een bekend gezicht uit het vroegere Oostendse voetbal zou volgens hem niet alleen sportieve ervaring kunnen meebrengen, maar ook een belangrijke symbolische betekenis hebben voor supporters die na het faillissement van KV Oostende opnieuw aansluiting zochten bij hun voetbalverleden. Hij meende dat een dergelijke piste mogelijk voordeliger kon zijn dan het aantrekken van meerdere andere spelers. Volgens Claude Vindevogel kreeg de mogelijkheid echter geen echte kans, omdat een van de twee neven volgens hem doorslaggevend besliste over dergelijke sportieve dossiers en geen concrete onderhandelingen toeliet. Of er daadwerkelijk contact is geweest met de speler, onder welke voorwaarden een transfer mogelijk was en hoe de clubleiding die mogelijkheid beoordeelde, is niet bevestigd.

Zelfs een supporterslied werd volgens hem verkeerd geïnterpreteerd

Claude Vindevogel vertelt dat hij ook persoonlijk probeerde bij te dragen aan de verbondenheid tussen Diksmuide en Oostende. Zo werkte hij mee aan het schrijven en opnemen van een supporterslied dat volgens hem bedoeld was om de nieuwe clubidentiteit positief te ondersteunen. Hij beschrijft hoe dit initiatief niet door iedereen binnen de clubleiding werd gewaardeerd. Volgens hem werd het door bepaalde bestuurders geïnterpreteerd als een poging tot persoonlijke promotie. Claude Vindevogel vindt dat tekenend voor de verslechterde onderlinge verhoudingen. Een initiatief dat volgens hem vanuit betrokkenheid bij de vereniging ontstond, werd naar zijn aanvoelen opnieuw bekeken door de bril van interne rivaliteit. Het voorval heeft in vergelijking met de financiële dossiers een beperkte materiële betekenis, maar illustreert volgens hem wel hoe diep het wantrouwen binnen de vereniging inmiddels was geworden.

De stad Oostende, publieke steun en een onderhandelde solidariteitsbijdrage van tien procent

De verhouding met de stad Oostende vormt volgens Claude Vindevogel een ander belangrijk onderdeel van de discussie. Hij verwijst naar stedelijke steun die eerder ongeveer 365.000 euro zou hebben bedragen en in 2026 ongeveer 329.500 euro zou bedragen. Volgens hem werd de vermindering met ongeveer tien procent als een solidariteitsbijdrage onderhandeld door de financiële cel van de club. Claude Vindevogel verklaart dat die afspraak bij de twee neven niet in dank werd afgenomen. Hij vindt dat de stad Oostende, gelet op de financiële ondersteuning en het gebruik van het stedelijke stadion, voldoende mogelijkheden moet hebben om toezicht uit te oefenen op de naleving van gemaakte afspraken. Hij wijst daarbij op de bezetting ter bede en de voorwaarden die de stad eventueel aan het gebruik van haar infrastructuur kan verbinden. De exacte juridische bevoegdheden van de stad hangen af van de toepasselijke overeenkomsten, subsidiereglementen en beslissingen. Claude Vindevogel beschouwt de stedelijke betrokkenheid in elk geval als een reden om sterker in te zetten op een transparante financiële en bestuurlijke werking.

De open brief van meer dan vijftien sponsors als signaal van groeiende onvrede

Volgens Claude Vindevogel hebben meer dan vijftien sponsors zich via een brief kritisch uitgelaten over de toestand binnen KVDO. Daaronder zouden verschillende belangrijke financiële partners van de vereniging zijn. Hij vermoedt dat de groep ondernemers die zich zorgen maakt nog groter is dan de ondertekenaars van de brief. Een dergelijk signaal kan voor een voetbalvereniging zwaar doorwegen, aangezien sponsorinkomsten volgens zijn relaas een belangrijk deel van het budget vormen. Claude Vindevogel vindt dat de bezorgdheden van ondernemers niet mogen worden afgedaan als persoonlijke tegenstand tegen bepaalde bestuurders. Volgens hem gaat het om mensen die financiële middelen ter beschikking stellen en willen weten hoe daarmee wordt omgegaan. Hij verwijst daarnaast naar supporters die een fundamenteel andere bestuursstructuur wensen. De precieze eisen van de sponsors en supporters moeten aan de oorspronkelijke brieven en verklaringen worden getoetst. Claude Vindevogel steunt in ieder geval een grondige hervorming van de huidige bestuursorganisatie.

Waarom de plannen voor een coöperatieve vennootschap op weerstand botsten

Claude Vindevogel verklaart dat er concrete plannen bestonden om de vereniging verder te laten evolueren naar een coöperatieve vennootschap met een maatschappelijk doel. Volgens hem was dat, gelet op de sterke groei van de club, ook vanuit fiscaal en organisatorisch oogpunt een noodzakelijke evolutie. De voorgestelde structuur zou supporters, sponsors en ondernemers de mogelijkheid bieden om op een meer georganiseerde manier financieel en bestuurlijk betrokken te worden. Claude Vindevogel benadrukt dat de weerstand van de twee neven volgens hem niet zozeer betrekking had op de inhoud van het voorstel, maar op de mogelijke samenstelling en machtsverhoudingen binnen de toekomstige organisatie. Een coöperatieve structuur kan immers leiden tot andere afspraken over stemrechten, participatie en toezicht. Volgens Claude Vindevogel ligt daarin precies de meerwaarde: het beleid zou minder afhankelijk worden van een beperkte groep personen en er zouden meer mogelijkheden ontstaan voor transparantie en gezamenlijke verantwoordelijkheid. Of de voorgestelde structuur juridisch en fiscaal daadwerkelijk de aangewezen oplossing was, vergt afzonderlijke beoordeling van de concrete plannen.

Wat een nieuwe bestuursstructuur volgens Claude Vindevogel moet veranderen

Claude Vindevogel pleit niet uitsluitend voor het vervangen van personen. Volgens hem moet vooral de manier waarop de vereniging wordt bestuurd veranderen. Financiële beslissingen moeten aantoonbaar worden voorbereid, grotere uitgaven moeten in het bevoegde bestuursorgaan worden besproken en commerciële overeenkomsten waarbij bestuurders zakelijke belangen hebben, moeten op een transparante en controleerbare manier tot stand komen. Daarnaast vindt hij dat belangrijke sponsors en vertegenwoordigers van de Oostendse achterban structureel betrokken moeten worden. Hij ziet meerwaarde in een onafhankelijk financieel toezicht dat niet afhankelijk is van persoonlijke verhoudingen tussen bestuurders. Ook moet volgens hem duidelijker worden vastgelegd wie verantwoordelijk is voor sportieve beslissingen, sponsorcontracten, betalingen en de dagelijkse organisatie. Zonder zulke hervormingen vreest hij dat dezelfde conflicten zich opnieuw kunnen voordoen, ongeacht wie formeel aan het hoofd van de club staat.

De financiële dossiers die niet onbeantwoord mogen blijven

De verklaringen van Claude Vindevogel bevatten meerdere dossiers die afzonderlijk moeten worden onderzocht. Bij de vrijwilligersvergoedingen moeten administratieve registraties, werkelijk geleverde prestaties en betalingsbewijzen worden vergeleken. Voor de fanshop is inzage nodig in de aankoopfacturen, voorraadgegevens, verkoopopbrengsten en eventuele waardeverminderingen. De reclameovereenkomsten moeten duidelijk maken welke publiciteitsruimte tegen welke voorwaarden werd aangeboden en of bestuurders met zakelijke belangen betrokken waren bij de goedkeuring. Voor de stadioninboedel moet worden vastgesteld welke onderneming de goederen aankocht, wie juridisch eigenaar werd en waarom de financiële verplichtingen uiteindelijk bij KVDO zouden zijn beland. Bij het jeugdgala zijn de VISA-afrekeningen, restaurantfacturen en boekhoudkundige verwerking van belang. Ook de e-mail over de reservering van 25.000 euro verdient controle, net als de werkelijke bestemming van dat bedrag. Ten slotte vragen de evolutie van de reserves, de transferuitgaven en de financiering van de verschillende sportieve werkingen een grondige financiële analyse. Pas wanneer die gegevens beschikbaar zijn, kan worden beoordeeld welke kritiek daadwerkelijk door de feiten wordt ondersteund.

Ook de aantijgingen tegen Claude Vindevogel vragen onafhankelijk onderzoek

De ernst van de financiële beschuldigingen mag niet doen vergeten dat ook de aantijgingen tegen Claude Vindevogel zorgvuldig moeten worden behandeld. Hij ontkent het vermeende grensoverschrijdende gedrag ten stelligste en zegt dat hij slachtoffer is geworden van beschadigende berichten en handelingen. Tegelijkertijd hebben personen die melding doen van mogelijk grensoverschrijdend gedrag recht op een ernstige behandeling van hun verklaringen. Een journalistiek onderzoek mag daarom niet vooruitlopen op conclusies van bevoegde instanties en mag evenmin onbewezen verbanden leggen tussen meldingen en bestuurlijke conflicten. Claude Vindevogel heeft het recht zijn standpunt uiteen te zetten, maar een oordeel over de feiten vereist een onafhankelijke beoordeling van de beschikbare gegevens. Ook de eventuele klachten wegens laster, eerroof en belaging moeten worden onderscheiden van de inhoudelijke beoordeling van de oorspronkelijke meldingen.

De grote vraag: wie beslist over de toekomst van KV Diksmuide Oostende?

Het verhaal van Claude Vindevogel raakt uiteindelijk aan een fundamentele vraag over de toekomst van KVDO. Wie draagt de financiële verantwoordelijkheid voor een vereniging met een begroting van meer dan twee miljoen euro, drie grote werkingen, honderden betrokkenen en een omvangrijke supportersachterban? En hoe wordt ervoor gezorgd dat belangrijke beslissingen niet uitsluitend afhangen van persoonlijke verhoudingen, maar genomen worden op basis van duidelijke afspraken en controleerbare financiële gegevens? Volgens Claude Vindevogel staan de belangen van de club, haar jeugdspelers, sponsors en supporters op het spel. Hij vreest dat een gebrek aan transparantie en inspraak het vertrouwen verder kan aantasten en uiteindelijk ook de financiële toekomst van de vereniging in gevaar kan brengen. Zijn pleidooi is dat de club opnieuw een project wordt waarin zowel Diksmuide als Oostende zich herkennen en waarin financiële discipline, sportieve ambitie en betrokkenheid van de achterban met elkaar worden verzoend.

Reactie van voorzitter Frederik Willaert van KVDO

Frederik Willaert in een schrjftelijke reactie:”Wij nemen kennis van de verklaringen van de heer Vindevogel, maar wensen dit dossier niet via de pers uit te vechten. Wij respecteren het lopende onderzoek en het vermoeden van onschuld van alle betrokkenen. Wel vinden wij het noodzakelijk te wijzen op de beoordeling door de rechtbank. Het vonnis in eerste aanleg laat heel weinig aan de verbeelding over:

“Het is een feit, en wij volgen daarin de stelling van verweerster, dat eiser zich vastklampt aan zijn positie en hierbij geenszins de sereniteit die het lopende onderzoek vereist, bewaart. In plaats van spontaan een stap opzij te zetten, start eiser een procedure tot aanstelling van een voorlopig bewindvoerder met onder meer als argument dat er een probleem zou zijn van financiële onzekerheid (hij spreekt zelfs over een faillissement binnen de drie maanden). Ook in de pers wijdt hij in het lang en breed uit over het feit dat het onderzoek ten onrechte zou zijn.

Lezing van de dossiers leert dat eiser sinds de aanvang van de nieuwe voetbalclub de financiële belangen van de vereniging waarneemt. Wij stellen ons ernstige vragen bij de timing van eiser om een voorlopig bewindvoerder aan te stellen. Het is pas op het ogenblik dat door verweerster stappen worden gezet om de situatie te neutraliseren, dat eiser overgaat tot de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder, zodat zijn positie bij de vereniging zou gevrijwaard worden en de onderneming niet zou kunnen overgaan tot zijn ontslag. Eiser is tot geen enkele concessie bereid en blijft hameren op de slechte financiële toestand van de vereniging, dewelke niet uit de jaarrekeningen blijkt en enkel gebaseerd is op eigen berekeningen van eiser, die moeilijk controleerbaar zijn.”

Deze rechterlijke beoordeling verdient een plaats in een correcte en evenwichtige berichtgeving. Wij zullen niet punt voor punt reageren in de media en laten de verdere beoordeling over aan de bevoegde instanties. Onze aandacht blijft gericht op de werking en de toekomst van KVDO, in het belang van onze jeugdspelers, medewerkers, vrijwilligers, supporters en sponsors,” aldus de voorzitter van KVDO, de heer Frederik Willaert.

Bron: Uitgebreid interview van Andy Vermaut met Claude Vindevogel, 22 oktober 2026 en reactie van Frederik Willaert, voorzitter van KVDO van 23/10/2026

Steun de onafhankelijke journalistiek van indegazette.be

Onafhankelijke journalistiek vraagt tijd, doorzettingsvermogen en de bereidheid om moeilijke vragen te stellen, ook wanneer grote financiële of bestuurlijke belangen op het spel staan. Andy Vermaut, hoofdredacteur van indegazette.be, zet zich dagelijks in voor onafhankelijke onderzoeksjournalistiek over Europese besluitvorming, internationale politiek, mensenrechten en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dit journalistieke werk gebeurt grotendeels onbezoldigd en vraagt aanzienlijke persoonlijke inspanningen en financiële middelen.

Wil je helpen om dit werk mogelijk te blijven maken? Steun Andy Vermaut dan rechtstreeks met een vrijwillige bijdrage. Ook een klein bedrag maakt verschil. Wie dat wil, kan regelmatig bijdragen, zodat verder onderzoek en nieuwe publicaties mogelijk blijven.

☕ Steun Andy Vermaut via Ko-fi

☕ Steun Andy Vermaut via Buy Me a Coffee

Iedere bijdrage gaat naar de ondersteuning van het onafhankelijke journalistieke werk van indegazette.be. Met jouw steun kunnen belangrijke dossiers verder worden onderzocht en krijgen verhalen die anders onderbelicht blijven de aandacht die ze verdienen.