Communities in Focus: Duitsland overheidsaanpak tegen antisemitisme centraal in Brussel

Tijdens de jaarlijkse conferentie van de European Jewish Association in Brussel ging een panelgesprek dieper in op de situatie in Duitsland en op de manier waarop overheden daar volgens de deelnemers doeltreffend kunnen optreden tegen antisemitisme. Het gesprek stond in het teken van de vraag wat er gebeurt wanneer een overheid volgens betrokkenen wel de juiste keuzes maakt.

Het panel werd gemodereerd door Lawrence de Donges Amiss-Amiss, ambassadeur van de European Jewish Association. Aan het gesprek namen Karin Müller deel, staatssecretaris voor Europese Zaken in Hessen, Inna Volovik, directeur van het Initiative Against Antisemitism in de metropolitane regio Neurenberg, en Philip Stricharz, voorzitter van JC Hamburg.

In het panel stond de relatie tussen beleid, politieke verantwoordelijkheid en de bescherming van Joodse gemeenschappen centraal. Vanuit hun verschillende functies belichtten de sprekers hoe overheden, instellingen en lokale initiatieven kunnen bijdragen tot een omgeving waarin antisemitisme kordaat wordt aangepakt en Joodse burgers zich veiliger kunnen voelen.

Tijdens het panelgesprek over Duitsland stond de vraag centraal welke elementen van het Duitse beleid volgens de sprekers effectief bijdragen aan de strijd tegen antisemitisme en aan de bescherming van het Joodse leven. Inna Volovik wees erop dat Duitsland de voorbije jaren verschillende structurele maatregelen heeft genomen. Sinds 2018 is er op federaal niveau een regeringscommissaris voor Joods leven en voor de bestrijding van antisemitisme, die maatregelen tussen ministeries coördineert en als schakel optreedt tussen overheid, Joodse organisaties en het maatschappelijk middenveld. Tegen 2024 hadden vijftien van de zestien deelstaten ook hun eigen antisemitismecommissaris aangesteld.

Volovik verwees daarnaast naar de nationale strategie die Duitsland sinds 2022 hanteert tegen antisemitisme en ter ondersteuning van het Joodse leven. Die strategie combineert bestrijding van antisemitisme met het bevorderen van kennis over de Joodse geschiedenis en over de diversiteit van het Joodse leven. Ook de resolutie van de Bundestag van november 2024, onder de noemer Never Again Is Now, werd door haar genoemd als een belangrijk politiek signaal. Ze onderstreepte dat de BDS-beweging in Duitsland als extremistisch wordt beschouwd en onder toezicht staat van het Bundesamt für Verfassungsschutz. Tegelijk krijgen instellingen die de IHRA-definitie toepassen publieke steun. Volovik maakte wel duidelijk dat haar eigen initiatief volledig op vrijwilligers draait en geen financiering ontvangt.

Vanuit Hamburg gaf Philip Stricharz aan dat er wel degelijk een evolutie is geweest in de beveiliging van de Joodse gemeenschap. Volgens hem is er een duidelijke intentie om veiligheidskosten volledig te dekken, maar botst dat in de praktijk op begrotingsbeperkingen en administratieve vertragingen. Daardoor blijven gemeenschappen zelf met lasten zitten die zij volgens hem niet zouden mogen dragen. Hij benadrukte dat veiligheidsfinanciering voor Joodse gemeenschappen geen bijkomstige kwestie is, maar een fundamentele verantwoordelijkheid van de overheid.

Volovik lichtte ook een educatief project toe dat ontstond na een incident in Neurenberg op 1 mei 2024, waar een affiche opdook met een oproep tot geweld tegen Joden en zionisten. Dat moment vormde de aanleiding om een initiatief voor antisemitismemonitoring op te zetten, eerst in de stad zelf en vervolgens in de bredere regio. De organisatie documenteert sindsdien incidenten op straat, in culturele instellingen en in onderwijsomgevingen. De bevindingen werden gebundeld in een rapport dat werd doorgestuurd naar Beierse autoriteiten, de antisemitismecommissaris, justitie, politie en lokale bestuurders. Parallel daarmee werd een educatief project opgezet onder de titel Seven Questions on October Seventh, bedoeld als eerste informatiepakket voor scholen, leerkrachten en leerlingen. De kaarten bestaan zowel gedrukt als online en werden vertaald in meerdere talen, waaronder Arabisch, Turks, Spaans, Russisch, Engels en Duits. Er wordt nu gewerkt aan een academische onderbouwing, zodat het materiaal ook officieel in het Beierse onderwijsprogramma kan worden opgenomen.

Karin Müller, staatssecretaris voor Europese Zaken in Hessen, legde uit dat haar deelstaat inzet op een combinatie van veiligheid, rechtshandhaving, preventie, onderwijs en ondersteuning van Joodse gemeenschappen. Een belangrijk instrument daarbij is de ronde tafel tegen antisemitisme onder leiding van Uwe Becker, de deelstaatcommissaris voor de bestrijding van antisemitisme. Dat overleg brengt Joodse gemeenschappen, middenveldorganisaties, overheden, kerken, vakbonden en actoren uit onderwijs, cultuur, sport, veiligheid en hulpdiensten samen om tot concrete en gecoördineerde oplossingen te komen.

Müller wees ook op educatieve trajecten waarbij leerkrachten uit Hessen naar Israël of naar gedenkplaatsen in Duitsland reizen. Volgens haar keren zij terug met een ander en meer direct begrip van Israël als diverse, democratische en multiculturele samenleving. Dat werkt door in hun scholen en beïnvloedt volgens haar ook leerlingen positief. Ze stelde dat veel mensen in de samenleving nog nooit persoonlijk contact hebben gehad met Joodse gemeenschappen of met mensen uit Israël, en dat precies daar deze programma’s een verschil maken.

Over de gevolgen van 7 oktober zei Müller dat die datum een keerpunt vormde, zowel voor de feitelijke veiligheidssituatie als voor het veiligheidsgevoel van Joden. Ze stelde vast dat het aantal antisemitische incidenten in Hessen en in Duitsland toenam. Volgens haar sloeg de aanvankelijke internationale solidariteit met Israël opvallend snel om. Ze noemde het pijnlijk dat sommige partners al een Palestijnse staat erkenden terwijl gijzelaars nog vastzaten. In Hessen werd volgens haar onmiddellijk na de aanval de Israëlische vlag gehesen aan de staatskanselarij. Toen mensen probeerden die weg te halen, in brand te steken of te vernielen, werd beslist de vlag te laten hangen tot de laatste gijzelaar naar Israël is teruggekeerd. Müller kondigde daarnaast aan dat gewerkt wordt aan een wetsvoorstel dat het ontkennen van Israëls bestaansrecht strafbaar moet maken in Duitsland.

Stricharz gaf een meer institutionele inschatting van de rol van antisemitismecommissarissen. Volgens hem ligt het echte verschil in Duitsland niet alleen in die functies, maar vooral in de bredere politieke en maatschappelijke houding tegenover Israël en antisemitisme. Hij stelde dat Duitsland een duidelijke grens trekt: kritiek op Israël is mogelijk, maar oproepen tot intifada, vernietiging van Israël of openlijke oorlogsretoriek tegen Israël worden er niet als aanvaardbaar beschouwd. Volgens hem is precies die erkenning dat haat tegenover Israël vaak samenhangt met antisemitisme een belangrijke reden waarom Duitsland sterker staat dan andere Europese landen. Hij verwees ook naar de heropbouw van een grote synagoge in Hamburg als voorbeeld van een zichtbare en blijvende tegenreactie op antisemitisme: niet alleen herstellen wat vernietigd werd, maar ook duidelijk maken dat Joods leven zichtbaar aanwezig blijft.

De sessie maakte deel uit van het conferentieprogramma van de European Jewish Association in Brussel, waar de aandacht uitging naar de druk waarmee Joodse gemeenschappen vandaag worden geconfronteerd en naar mogelijke antwoorden vanuit politiek, middenveld en internationale samenwerking. Binnen dat bredere kader bood het Duitse luik een inkijk in hoe samenwerking tussen overheidsniveau’s en maatschappelijke actoren kan worden ingezet om antisemitisme gericht te bestrijden.

Bronnen:
European Jewish Association Annual Conference, Brussel
Programmaonderdeel “Communities in Focus: Germany – When a Government Gets it Right”