Europees-Joodse Conferentie in Krakau: Europese leiders bespreken Holocausteducatie, antisemitisme en veiligheid

18 november 2024

Indegazette.be volgt de European Jewish Association-conferentie live (ter plaatse) en brengt diepgaande inzichten over de belangrijkste onderwerpen van de dag

De eerste dag van de European Jewish Association (EJA)-conferentie in Krakau bracht Europese leiders, academici en vertegenwoordigers van Joodse gemeenschappen samen om te discussiëren over enkele van de meest urgente kwesties van onze tijd. Met een indrukwekkende line-up van sprekers en paneldiscussies werden de thema’s Holocausteducatie, de rol van universiteiten en de veiligheid van Joodse gemeenschappen uitgebreid behandeld. Indegazette.be was live aanwezig om de kernvragen te beantwoorden en inzichten te delen die tijdens de sessies naar voren kwamen.

Holocausteducatie: waarom het belangrijk blijft, 80 jaar na de bevrijding van Auschwitz

De eerste thematische sessie van de middag begon met een presentatie van Kalman Szalai, directeur van de Action and Protection League in Hongarije. Hij benadrukte dat Holocausteducatie vandaag de dag relevanter is dan ooit. In een wereld waarin antisemitisme opnieuw de kop opsteekt, is het essentieel dat jongeren leren over de gevolgen van haat en onverschilligheid.

De sessie werd geleid door Ruth Wasserman Lande, senior adviseur bij de EJA en voormalig lid van de Knesset. Zij modereerde een panel met parlementariërs uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Nederland, Griekenland en Luxemburg. De discussies richtten zich op de uitdagingen waarmee Holocausteducatie vandaag wordt geconfronteerd en hoe deze kan worden aangepast aan een nieuwe generatie.

Panelleden benadrukten dat Holocausteducatie niet alleen gaat over het herdenken van het verleden, maar ook over het begrijpen van de parallellen met hedendaagse discriminatie en intolerantie. In sommige landen worden echter minder middelen vrijgemaakt voor dit soort educatie, en in andere landen wordt het volledig genegeerd in de schoolcurricula.

De heer Petros Pappas, secretaris van het Griekse parlement, sprak tijdens zijn toespraak over het pro-nazi dictatortijdperk in Griekenland en benadrukte het belang van het volledig begrijpen van deze donkere periode in de geschiedenis. Hij verwees naar de bouw van een Holocaustmuseum in Griekenland, dat vertraging heeft opgelopen, en drong aan op het versnellen van deze inspanningen. “We moeten onze inspanningen verhogen om mensen op te leiden en lessen te trekken uit de Holocaust. De industriële vernietigingsmachine van die tijd moet voor altijd tot het verleden behoren; dit mag zich nooit meer herhalen,” benadrukte Pappas.

Daarnaast pleitte hij voor het moderniseren en verplicht stellen van Holocausteducatie om deze boodschap kracht bij te zetten. Volgens Pappas is er echter een groeiend probleem dat ook aandacht verdient: de toenemende isolatie van mensen binnen de samenleving. Hij waarschuwde dat geïsoleerde mensen sneller vatbaar worden voor extremistisch gedachtengoed en daardoor gemakkelijker antisemitisch kunnen worden. “Europa mag niet meer gefragmenteerd raken. Het mag niet bang zijn voor alles wat anders is,” aldus Pappas.

Tot slot deed hij een oproep voor een gezamenlijke aanpak in het Europese onderwijs. “Ook in educatie moeten we streven naar een vorm van federalisering, zodat we in heel Europa dezelfde normen en waarden kunnen onderwijzen,” stelde Pappas. Zijn pleidooi onderstreepte het belang van een verenigd Europa dat door middel van onderwijs bouwt aan een inclusieve en verdraagzame samenleving.

De heer Frank Muller-Rosentritt, lid van het Duitse parlement, benadrukte dat alle 16 ministers van Onderwijs van de verschillende deelstaten hebben bijgedragen aan het versterken van de slogan “Never again is now”, die nu wordt onderwezen in de geschiedenislessen. Veel scholen bezoeken de concentratiekampen om bewustwording te vergroten. Toch vinden we dit nog steeds onvoldoende, want in Duitsland bestaan er nog steeds twee vormen van antisemitisme: afkomstig uit zowel extreemlinkse als extreemrechtse hoek. We noemen dit “panoramisch antisemitisme”, omdat het overal aanwezig is, en daarom moeten we het krachtig bestrijden.

Berlijn onderhoudt goede banden met Polen en Frankrijk. De gebeurtenissen van 7 oktober waren voor mij geen verrassing. Jonge Joodse mensen worden op school vaak aangevallen door sommige islamitische jongeren. Hoewel we in Duitsland een zeer vrije en liberale grondwet hebben, beseffen we dat we vaak een verkeerd signaal afgeven door te suggereren dat Joodse kinderen beter af zijn op een Joodse school. Dat is het verkeerde signaal; we moeten echt samen kunnen leven.

Het IDF begrijpt dit en heeft talloze Arabische soldaten die zich volledig thuis voelen binnen het leger. Antisemitisme is haatzaaiende taal en heeft geen plaats in onze grondwet.

Parlementslid Mark Sewards heeft aangekondigd dat het Verenigd Koninkrijk 2 miljoen pond extra zal investeren in educatie over antisemitisme. Hij benadrukte dat veel mensen in het VK nog steeds niet volledig begrijpen wat er in het verleden precies is gebeurd. Dit gebrek aan kennis onderstreept het cruciale belang van Holocausteducatie, die ervoor moet zorgen dat de lessen uit de geschiedenis niet vergeten worden en dat nieuwe generaties zich bewust worden van de gevaren van haat en discriminatie.

Sewards waarschuwde dat antisemitisme in het VK in toenemende mate zichtbaar wordt. Hij wees specifiek op de extremistische aanvallen vanuit extreemlinkse hoek, die vaak gericht zijn op Israël en wekelijks plaatsvinden. Daarnaast is er een gevaarlijke dynamiek waarbij extreemrechts geweld aanwakkert en beide extremen elkaar voeden, wat antisemitische uitingen en acties versterkt.

Tijdens de afgelopen zomer waren er bovendien gewelddadige rellen waarbij velen in de val trapten van extreemrechtse retoriek. Deze rellen leidden tot ernstig geweld rond asielcentra, met tragische incidenten waarbij zelfs asielcentra in brand werden gestoken. Dit illustreert hoe diep de spanningen en problemen in de samenleving geworteld zijn.

Sewards benadrukte dat het gevoel heerst dat het huidige systeem in het VK gebroken is, wat een voedingsbodem vormt voor haat en extremisme. Hij erkende dat de uitdagingen waarmee het VK wordt geconfronteerd, zoals antisemitisme en sociale onrust, niet op korte termijn opgelost kunnen worden. Het aanpakken van deze problemen vereist een lange adem en een strategische aanpak om duurzame verandering te realiseren.

De heer Fernard Etgen, vicevoorzitter van de Kamer van Afgevaardigden van Luxemburg, sprak een diepe verontschuldiging uit voor het leed dat de Joodse gemeenschap is aangedaan. Hij benadrukte dat het van cruciaal belang is om voortdurend te blijven strijden tegen vooroordelen en discriminatie.

Luxemburg zet zich actief in om de herinnering aan deze donkere periode in de geschiedenis levend te houden. Dit doen ze onder meer door jonge generaties bewust te maken van de gruweldaden van het verleden, zodat de mensheid nooit vergeet wat er is gebeurd. Hij herinnerde eraan dat ook Joodse kinderen uit Luxemburg naar de concentratiekampen werden gedeporteerd.

Op een van de historische locaties waar 300 Joodse kinderen bijeen werden gebracht voordat zij naar de kampen werden gestuurd, heeft Luxemburg een permanente gedenkplaats opgericht. Deze plek dient als een krachtig symbool in de strijd tegen antisemitisme en als een blijvende herinnering aan wat nooit meer mag gebeuren.

Luxemburg wil een voortrekkersrol spelen in het aanpakken van antisemitisme en het bevorderen van respect en verdraagzaamheid. Dit engagement toont de vastberadenheid van het land om zowel de herinnering als de strijd tegen haat levend te houden, als een waarschuwing en een les voor toekomstige generaties.

De heer Magnus Bernisson, Zweeds parlementslid, benadrukte dat antisemitisme een probleem is dat aan beide uiteinden van het politieke spectrum voorkomt, net zoals zijn collega uit Luxemburg dat vaststelde. Helaas geldt dit ook voor Zweden, waar dit probleem blijvende aandacht vereist.

Volgens Bernisson wordt het steeds belangrijker om wetten en orde te handhaven als fundament van een stabiele samenleving. Tegelijkertijd moeten mensen leren hoe ze effectief en respectvol kunnen functioneren binnen de Europese samenleving. Dit vraagt om een gedeelde inzet voor integratie en wederzijds begrip.

Hij wees erop dat Zweden en Europa duidelijk moeten maken dat onderdrukking niet mag worden geïmporteerd door mensen die deze samenlevingen binnentreden. Het is essentieel dat iedereen die naar Zweden of Europa komt begrijpt en accepteert dat vrijheid, gelijkheid en respect voor anderen kernwaarden zijn die niet ter discussie staan.

Bernisson onderstreepte daarmee de noodzaak van een evenwichtige aanpak: streng in het bewaken van de waarden van de samenleving, maar ook gericht op educatie en integratie om duurzame samenhang te bevorderen.

Op de vraag waarom Holocausteducatie essentieel blijft, waren de panelleden duidelijk: zonder de herinnering aan de Holocaust dreigen de lessen uit het verleden verloren te gaan, wat leidt tot een herhaling van dezelfde fouten. Voorstellen zoals interactieve digitale programma’s en samenwerking met overlevenden en historici werden gepresenteerd als oplossingen om de impact van Holocausteducatie te vergroten.

Universiteiten: brandhaarden van haat of bolwerken van vrije meningsuiting?

Tijdens de volgende sessie, gemodereerd door de Britse journalist Jonny Gould, werd besproken of universiteiten een voedingsbodem zijn voor antisemitisme of juist een veilige plek voor vrije meningsuiting moeten blijven. Het panel, bestaande uit universiteitsdecanen en studentenorganisaties uit België, Frankrijk en Spanje, bracht een genuanceerde discussie op gang.

Studentenorganisaties deelden openlijk hun ervaringen met antisemitisme op campussen, die varieerden van subtiele vormen van uitsluiting tot expliciete haatzaaiende uitingen. Deze incidenten tonen aan hoe diepgeworteld het probleem is. Decanen erkenden dat veel universiteiten worstelen met het vinden van een evenwicht tussen het beschermen van academische vrijheid en het aanpakken van discriminerend gedrag.

Een schrijnend voorbeeld deed zich voor op de eerste dag van de bezetting van een Belgische universiteit, waar een Joodse student fysiek werd aangevallen. Uit respect voor de privacy en om niet alle studenten van deze instelling te stigmatiseren, wordt de naam van de universiteit bewust niet vermeld. Gad Deshayes, co-voorzitter van de Belgische Unie van Joodse Studenten, uitte zijn bezorgdheid: “Het is pijnlijk dat mensen die hier zijn opgegroeid, slachtoffer worden van antisemitisme en plotseling als vijanden worden bestempeld.”

De heer Adriaan Kuhn, directeur van het Robert Schuman Instituut, wees op een ander zorgwekkend aspect: “We merken dat Joodse studenten vaak niet worden betrokken bij de debatten op universiteiten.” Dit wijst op een bredere uitdaging om ervoor te zorgen dat alle stemmen worden gehoord en gerespecteerd in academische discussies.

Deze getuigenissen en analyses benadrukken de noodzaak voor universiteiten om proactiever op te treden tegen antisemitisme, inclusieve omgevingen te creëren en ervoor te zorgen dat academische vrijheid nooit wordt misbruikt als dekmantel voor haat en uitsluiting.

Frankrijk herbergt de grootste gemeenschap van Joodse studenten in Europa, aldus Emilie Zerbib, voorzitter van de UEJF in Parijs. “Je zou verwachten dat mensen in staat zijn om feiten van fictie te onderscheiden. Helaas zien we in Frankrijk veel haatzaaiende uitingen die vaak volledig losstaan van de werkelijkheid. Dit gebrek aan feitelijke onderbouwing is zorgwekkend en ondermijnt een gezonde dialoog.”

Zerbib beschrijft de impact hiervan op Joodse studenten: “We voelen ons beroofd van onze droom en niet langer welkom op onze eigen universiteiten. Veel van ons ervaren een omgeving waarin ze het gevoel hebben buitengesloten te worden. Joodse studenten willen gewoon student zijn, zoals ieder ander, maar die kans wordt hen op veel universiteiten in Frankrijk en Europa ontzegd. Staat iemand stil bij wat dat met ons doet?”

Ze voegt eraan toe dat het zelfs moeilijk is geworden om openlijk Joods te zijn. “Je moet je identiteit als het ware wegcijferen, en dat doet pijn. Voor 7 oktober was dit anders. De Pro-Palestijnse mobilisatie is op zich niet nieuw, maar de radicalisering die we nu meemaken is ongekend. De intensiteit van de haat, gericht tegen Joodse studenten, hebben we nog nooit eerder zo ervaren. Haatvolle slogans worden vrijelijk geuit, en velen durven niet meer te reageren.”

Zerbib wijst ook op een ander verontrustend fenomeen: “Veel mensen die aan demonstraties deelnemen, hebben geen diepgaande kennis van het conflict. Ze lopen gewoon mee om deel uit te maken van een groep, zonder zich bewust te zijn van de implicaties. Je zou verwachten dat onze studenten, de toekomst van dit land, bereid zijn om dieper te graven en feiten te onderzoeken, maar dat gebeurt vaak niet.”

Deze situatie benadrukt de dringende noodzaak om haatzaaien te bestrijden, dialoog te bevorderen en de veiligheid en inclusiviteit van Joodse studenten op universiteiten in Frankrijk en Europa te waarborgen.

Prof. Dr. Geraldine Rauch, verbonden aan de Technische Universiteit van Berlijn, merkt op dat populisme en antisemitisme op haar universiteit veel minder aanwezig zijn in vergelijking met andere instellingen. Toch erkent ze dat dit geen algemene realiteit is, aangezien dergelijke problemen elders duidelijk wel bestaan.

Rauch wijst op een zorgwekkende trend: het wordt steeds moeilijker voor mensen om met elkaar in gesprek te gaan. “Ook Joodse en Palestijnse studenten zouden met elkaar in dialoog moeten kunnen treden, maar door de explosieve situatie en de heftige maatschappelijke discussies van nu is dat vrijwel onmogelijk geworden.”

Ze benadrukt dat er inspanningen worden geleverd om samenwerking en begrip te bevorderen, maar geeft eerlijk toe dat dit in de huidige context buitengewoon uitdagend is. “We proberen bruggen te bouwen, maar merken dat het gesprek vaak stokt. De polariserende sfeer maakt het bijna onmogelijk om een constructieve dialoog te voeren.”

Volgens Rauch rust er een belangrijke verantwoordelijkheid op de schouders van professoren om vredelievende en verbindende boodschappen uit te dragen. “Het is van cruciaal belang dat het onderwijs een rol speelt in het bevorderen van begrip en samenwerking. Helaas falen we als samenleving momenteel op dit punt, omdat het ons niet lukt om de nodige dialoog te faciliteren. Dit vraagt om een gezamenlijke heroverweging van onze aanpak en een hernieuwde inzet voor vreedzaam samenleven.”

Haar boodschap is een oproep tot actie, niet alleen binnen de academische wereld, maar ook in de bredere samenleving, om barrières voor communicatie en begrip actief te doorbreken.

Op deze foto zie je Yossi Lempkowicz, Hoofdredacteur van de Europees Joodse Pers die zich ook enorm heeft ingezet voor deze conferentie.

In de Verenigde Staten speelt een vergelijkbare problematiek, maar President-elect Donald Trump heeft aangekondigd de financiering van universiteiten te herzien waar antisemitisme ongebreideld aanwezig is. Deze maatregel is bedoeld om een krachtig signaal af te geven dat haat en discriminatie op campussen niet getolereerd worden. Het is een poging om universiteiten verantwoordelijk te houden voor het waarborgen van een inclusieve en veilige leeromgeving.

Er bestaat hoop dat dit aangekondigde beleid in de VS ook invloed zal hebben op Europese leiders en universiteiten. Misschien kan het dienen als inspiratie om antisemitisme krachtiger aan te pakken binnen Europese onderwijsinstellingen. Echter, die hoop wordt overschaduwd door een zorgwekkende trend in Europa: veel universiteitsrectoren hebben hun samenwerkingen met Israëlische universiteiten beëindigd.

Dit besluit ondermijnt niet alleen de academische samenwerking en uitwisseling van kennis, maar het versterkt ook de kloof tussen Europa en Israël. Het roept de vraag op of Europese universiteiten de juiste balans vinden tussen politieke standpunten en het bevorderen van academische vrijheid en dialoog.

De situatie benadrukt de noodzaak van een gezamenlijke internationale inspanning om antisemitisme op alle niveaus van het onderwijs aan te pakken, met oog voor inclusiviteit en samenwerking als kernwaarden.

Nultolerantie voor haat

Een van de meest opvallende conclusies was dat antisemitisme op universiteiten vaak onzichtbaar blijft omdat het wordt gemaskeerd als antizionisme. Hierdoor voelen veel Joodse studenten zich onveilig en ondervertegenwoordigd. De panelleden benadrukten dat universiteiten hun beleid moeten herzien en een nultolerantiebeleid voor haat moeten implementeren, zonder de academische vrijheid te schaden of te ondermijnen.

De IHRA-definitie en de obstakels in de academische wereld

Tijdens een later panel werd dieper ingegaan op de weerstand tegen de IHRA-definitie van antisemitisme in universiteiten. Moderatoren en panelleden, waaronder universiteitsdecanen en studentenorganisaties uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en België, bespraken waarom deze internationaal erkende definitie niet wordt toegepast in academische kringen.

De IHRA-definitie biedt een duidelijke leidraad om antisemitisme te identificeren, maar wordt vaak bekritiseerd door academici die vrezen dat het beperkingen oplegt aan politieke vrijheid. Studentenorganisaties benadrukten echter dat deze kritiek vaak voortkomt uit misverstanden of politieke druk. Het panel riep op tot betere voorlichting en samenwerking met Joodse gemeenschappen om de waarde en toepassing van de definitie te verduidelijken.

De stopzetting van samenwerkingen door intellectuele instituten, zoals universiteiten, draagt bij aan het versterken van antisemitisme onder studenten. Maarten Boudry, filosoof en academicus, uitte zijn teleurstelling over de rol die zijn eigen universiteit in Gent hierin speelt. “Antisemitisme maakt nu feitelijk deel uit van het beleid van de universiteit,” stelt hij. Om zijn standpunt kracht bij te zetten, schreef hij een open brief die in meerdere kranten werd gepubliceerd.

Boudry beschrijft de persoonlijke en professionele gevolgen van zijn acties: “Het was een bijzonder moeilijke periode. Zelfs bij het ondertekenen van de lezersbrief merkte ik hoe veel professoren en academici ervoor kiezen om geen standpunt in te nemen. Ze vrezen de polarisatie en de sociale gevolgen. Dit heeft een ontmoedigend effect op hen, terwijl ze in stilte vaak dezelfde mening delen.”

Hij benadrukt dat hij deze dynamiek zelf heeft ervaren. “Studenten probeerden me te cancelen voor een lezing aan de Universiteit van Amsterdam. Het werd duidelijk dat er sociale consequenties kleven aan het uitspreken van je mening. Ik ken veel mensen die hetzelfde denken als ik, maar zich niet durven uit te spreken.”

Boudry roept daarom op tot meer moed vanuit de zogenaamde ‘stille meerderheid’. “Die meerderheid moet zich uitspreken en niet zwijgen uit angst voor sociale repercussies. Als we willen dat vrijheid van meningsuiting en intellectueel debat blijven bestaan, moeten we actief vechten tegen een cultuur van cancelen en zelfcensuur.”

Zijn oproep onderstreept de noodzaak van een open dialoog binnen academische instellingen, waarin meningsverschillen worden gerespecteerd en antisemitisme actief wordt bestreden, in plaats van genegeerd of stilzwijgend geaccepteerd.

Gabrielle Piorka, co-voorzitter van de Belgische Unie van Joodse Studenten, benadrukt dat de gebeurtenissen op universiteitscampussen een directe weerspiegeling zijn van wat er in de bredere samenleving plaatsvindt. “De haat tegen Joden is genormaliseerd door het geweld in Gaza. Degenen die onze Joodse studenten lastigvallen, doen dat omdat ze denken dat het gerechtvaardigd is, zonder ooit in gesprek te zijn gegaan met hun Joodse collega’s,” stelt ze.

Aurele Tobelem, student en Midden-Oostenredacteur van het Geopolitiek Forum van het King’s College in Londen, brengt een verontrustend voorbeeld naar voren. Hij vertelt hoe een professor aan een Britse universiteit openlijk Hamas-pamfletten verspreidde onder studenten. Deze pamfletten rechtvaardigden de gebeurtenissen van 7 oktober en werden gedeeld zonder enige consequenties voor de professor, die nog steeds werkzaam is.

“Deze professor, die ook programmaleider is in de geschiedenisopleiding van het King’s College in Londen, draagt actief bij aan een klimaat waarin haat en zelfs terrorisme worden gelegitimeerd,” zegt Tobelem. “Je kunt je voorstellen hoe bedreigend en onveilig Joodse studenten zich hierdoor voelen.”

De situaties die Piorka en Tobelem beschrijven, illustreren hoe antisemitisme niet alleen wordt getolereerd, maar in sommige gevallen zelfs wordt gevoed door het academische klimaat. Dit vraagt om dringende actie, zowel binnen de academische wereld als daarbuiten, om haatzaaiende uitingen te bestrijden en veilige, inclusieve leeromgevingen te waarborgen.

Veiligheid van Joodse gemeenschappen: hoe houden we ze veilig?

De laatste sessie van de dag, gemodereerd door Ralph Pais, vicevoorzitter van de Jewish International Dialogue (JID) in België, stond in het teken van de veiligheid van Joodse gemeenschappen. Tijdens deze boeiende en inhoudelijke discussie deelden burgemeesters en lokale leiders uit Oostenrijk, Polen, Duitsland, Zweden en Cyprus hun inzichten, strategieën en ervaringen.

Deelnemers aan dit krachtige debat waren onder andere Sara Wettergren, raadslid verantwoordelijk voor educatie in Malmö, Zweden, en Burkhard Jung, burgemeester van de Duitse stad Leipzig. Ook Yiannis Armeftis, burgemeester van Limassol, Cyprus, en de aangewezen vertegenwoordiger van burgemeester Aleksander Miszalski uit Polen namen deel aan de discussie.

Deze sessie benadrukte het belang van een internationale en interdisciplinaire aanpak om de veiligheid van Joodse gemeenschappen te waarborgen. Door best practices te delen en te leren van elkaars uitdagingen, toonden de deelnemers hun inzet voor het bevorderen van een inclusieve en veilige samenleving voor iedereen.

De panelleden benadrukten dat de bescherming van Joodse gemeenschappen niet alleen draait om fysieke beveiliging, maar ook om het bestrijden van de wortels van haat en antisemitisme. In sommige steden zijn innovatieve technologieën, zoals AI-gestuurde surveillance, met succes ingezet om dreigingen te identificeren en te voorkomen. Tegelijkertijd werd opgeroepen tot een nauwere samenwerking tussen lokale gemeenschappen en autoriteiten om het vertrouwen en de cohesie onderling te versterken.

Een van de kernvragen tijdens de discussie was hoe scholen en openbare instellingen vrij van haat kunnen worden gehouden. Het panel onderstreepte dat educatie en inclusieve programma’s, gericht op het bevorderen van tolerantie, essentieel zijn. Daarnaast is het implementeren van een strikt nultolerantiebeleid tegen discriminerend gedrag cruciaal om een veilige en respectvolle omgeving te creëren.

Scholen spelen een sleutelrol in het voorkomen van polarisatie, maar om dit te bereiken moeten ze voorkomen dat conflicten van buitenaf hun klaslokalen binnendringen. Dit vraagt om samenwerking tussen verschillende religieuze leiders en gemeenschappen om gezamenlijke oplossingen te vinden. Het panel wees erop dat veel scholen het probleem negeren en het debat niet durven aangaan, wat bijdraagt aan verdere verdeeldheid.

Een belangrijke stap is het bevorderen van menselijke verbindingen door dialoog, zowel onder jongeren als in politiek en cultuur. Het beste resultaat wordt bereikt door mensen eenvoudigweg samen te brengen en ruimte te bieden voor open gesprekken. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn: laagdrempelige initiatieven waarbij mensen verhalen en ervaringen met elkaar delen, kunnen al een groot verschil maken. Het wederzijds begrip dat hieruit voortkomt, is de basis voor een meer inclusieve samenleving.

Het panel erkende echter dat er obstakels zijn die dergelijke dialogen belemmeren, zoals mentale gezondheidsproblemen en socio-economische ongelijkheden. Deze uitdagingen moeten ook worden aangepakt om een duurzame en betekenisvolle dialoog mogelijk te maken. Het benadrukte dat het creëren van haatvrije ruimtes een gedeelde verantwoordelijkheid is die inzet vraagt van alle lagen van de samenleving.

Afsluiting van een intensieve dag

De eerste dag van de conferentie werd afgesloten met een oproep tot actie. De sprekers waren unaniem in hun boodschap: het is tijd voor concrete maatregelen van overheden, universiteiten en technologiebedrijven om antisemitisme te bestrijden en een veilige omgeving te creëren voor de Joodse gemeenschap.

Indegazette.be blijft live verslag doen van de conferentie en probeert zich mentaal voor te bereiden op de tweede dag, die wordt afgesloten met een indrukwekkend bezoek aan Auschwitz, 80 jaar na de bevrijding.

Voor meer informatie over de European Jewish Association en haar initiatieven, bezoek: https://ejassociation.eu/