Dertien executies in 48 uur: het Iraanse regime voert de angst op – maar het verzet zwijgt niet meer

5 augustus 2025
Een bloedige balans onder president Pezeshkian
Met dertien executies in slechts twee dagen tijd, op zondag 3 en maandag 4 augustus, bevestigt het Iraanse regime dat de doodstraf nog altijd een kerninstrument is van zijn machtspolitiek. Het totale aantal terechtstellingen onder president Masoud Pezeshkian komt daarmee op minstens 1.522 sinds zijn aantreden. De boodschap is duidelijk: dissidentie zal worden gesmoord in stilte — of in bloed.
Tegelijkertijd groeit het verzet van binnenuit. In 48 Iraanse gevangenissen voeren politieke gevangenen al wekenlang een hongerstaking uit protest tegen het executiebeleid. Deze gecoördineerde actie valt samen met de tachtigste week van de campagne “Tuesdays Against Executions”, een beweging die begon met een handvol activisten maar inmiddels internationale weerklank vindt.
Repressie als beleidsstrategie, niet als uitzondering
Wat zich aftekent, is geen incident of tijdelijke verscherping van beleid — het is systematisch. Volgens de NCRI (Nationale Raad van Verzet van Iran) is de intensivering van executies een bewuste strategie van het regime. De repressie is breed en meedogenloos. Vrouwen worden opgepakt voor een onbedekte hoofddoek. Studenten verdwijnen na deelname aan protesten. Koerden, Belutschen en Arabieren worden collectief verdacht. Christenen en Bahá’ís worden zonder pardon opgesloten wegens ‘afwijkende overtuigingen’.
Maryam Rajavi, president-elect van de NCRI, spreekt van “een berekend apparaat van terreur” dat opereert met militaire precisie. “De executies zijn niet gericht op misdaadbestrijding, maar op het vernietigen van elke uiting van moed. Het zijn openbare waarschuwingen. Wie spreekt, sterft.”
Een dodelijk ritueel van stilte
Het Iraanse regime, geleid door Opperste Leider Ali Khamenei, weet dat stilte in binnen- én buitenland zijn grootste bondgenoot is. De officiële staatsmedia melden niets. Families van geëxecuteerden krijgen geen afscheid. Lichamen worden niet altijd vrijgegeven. In sommige gevallen worden zelfs begraafplaatsen bewaakt door veiligheidstroepen — uit angst voor spontane herdenkingen.
Die sfeer van totale controle is geen teken van kracht, maar van angst. Het regime kampt met toenemende binnenlandse druk: de economie wankelt, de Iraanse rial is ingestort, en de jeugd — die de meerderheid vormt van de bevolking — keert zich af van de ideologische lijn van de islamitische republiek.
Europese alarmbellen: parlementen, commissies, diplomaten
De stilte in het buitenland lijkt echter langzaam te breken. Op 4 augustus legde Maryam Rajavi, op uitnodiging van de Mensenrechtencommissie van de Italiaanse Senaat, een formeel rapport voor over de stand van mensenrechten in Iran. De zitting werd live uitgezonden. De toon was ernstig. De feiten rauw.
Later die dag ontmoette Rajavi Charles Michel, voormalig voorzitter van de Europese Raad. Michel sprak zich onomwonden uit tegen het geweld van het regime en riep op tot gerichte sancties. “De internationale gemeenschap moet zich realiseren dat zwijgen over deze wandaden geen neutraliteit is, maar medeplichtigheid,” waarschuwde hij. De woorden sneden diep — vooral omdat de reacties van andere Europese leiders tot nu toe pijnlijk afwezig zijn gebleven.
Symbolische strijd: digitale campagne als wapen van verzet
Parallel aan diplomatieke inspanningen groeit de kracht van het noopolitieke front: de strijd om beeldvorming, symboliek en publieke opinie. De campagne “Tuesdays Against Executions” is daar het scherpste voorbeeld van. Elke dinsdag publiceren activisten beelden, cijfers en persoonlijke verhalen van slachtoffers op sociale media. Niet in schreeuwerige taal, maar met feiten. Met stil verdriet. En met een onmiskenbare vastberadenheid.
Deze campagne heeft de doodstraf in Iran uit de schaduw gehaald. Waar westerse media voorheen schuchter berichtten over de repressie, verschijnt nu wekelijks informatie in de internationale pers. Beelden van lege stoelen met namen van geëxecuteerden tijdens protesten in Parijs, Stockholm en Brussel illustreren hoe symbolen krachtiger kunnen zijn dan slogans.
Een regime op zoek naar controle — en wanhopig bang om die te verliezen
De golf van executies is geen teken van stabiliteit, maar van paniek. Het regime weet dat zijn legitimiteit wankelt. De verkiezing van Masoud Pezeshkian als zogezegde hervormer bracht geen verandering — integendeel. Onder zijn bewind is het tempo van executies toegenomen. Daarmee wordt opnieuw bevestigd wat veel Iraniërs al wisten: het verschil tussen hervormers en hardliners binnen het systeem is cosmetisch. De ware macht ligt bij de Opperste Leider en zijn Revolutionaire Garde.
Een menselijke strijd achter prikkeldraad
Wat vaak vergeten wordt, is dat achter elk cijfer een naam staat. Een gezicht. Een familie. Een stilgevallen stem. Behrouz Ehsani en Mehdi Hassani, leden van de PMOI (Volksmoedjahedien van Iran), zijn slechts twee van de meest recente slachtoffers. Hun executie werd door Charles Michel persoonlijk genoemd. “Het doden van politieke gevangenen is een oorlogsmisdaad,” zei hij. “Het Westen moet kiezen: wegkijken of ingrijpen.”
De families van deze slachtoffers leven in angst. Ze mogen vaak geen uitvaart organiseren. Kinderen groeien op zonder vaders of moeders, zonder te begrijpen waarom een mening of geloof reden kan zijn om te sterven.
Bronnen:
X-account @Maryam_Rajavi
www.maryam-rajavi.com/en
Andy Vermaut +32499357495


