Detentie van 95-jarige Lee Man-hee leidt tot internationaal debat over rechtsstaat in Zuid-Korea

6 juli 2026
De arrestatie en vervolging van de 95-jarige Lee Man-hee, oprichter en voorzitter van de Shincheonji Church of Jesus, hebben in Zuid-Korea een breed debat op gang gebracht over politieke beïnvloeding, voorlopige hechtenis, godsdienstvrijheid, de neutraliteit van de overheid en het vermoeden van onschuld. Lee werd op woensdag 24 juni 2026 in Seoul aangehouden op verdenking van overtreding van de Zuid-Koreaanse wet op de politieke partijen. Onderzoekers verdenken hem ervan dat hij tussen juli 2021 en januari 2024 ongeveer 50.000 leden van Shincheonji liet inschrijven bij de conservatieve People Power Party om interne verkiezingen binnen die partij te beïnvloeden. De kerk ontkent dat sprake was van dwang. De zaak gaat niet over geweld, maar over de vraag of een religieuze organisatie haar leden systematisch heeft aangestuurd om zich politiek te organiseren. Internationale waarnemers plaatsen tegelijk vraagtekens bij de opsluiting van een man van 95 jaar en bij openbare uitlatingen van minister van Justitie Jeong Seong-ho, die al over een noodzakelijke bestraffing sprak terwijl de rechter zich nog niet over schuld of onschuld heeft uitgesproken.
Een arrestatie na onderzoek naar politieke partijinschrijvingen
Lee Man-hee verscheen op woensdag 24 juni 2026 bij de rechtbank in Seoul voor de behandeling van het verzoek om een aanhoudingsbevel. Hij liep met een wandelstok en werd ondersteund door begeleiders. De rechtbank stemde later die dag in met zijn detentie en verwees daarbij naar het risico dat bewijsmateriaal zou kunnen worden vernietigd. Lee werd daarna in hechtenis genomen. De verdenking heeft betrekking op een omvangrijke inschrijvingsactie waarbij naar schatting 50.000 leden van Shincheonji lid zouden zijn geworden van de People Power Party. Onderzoekers menen dat hiermee invloed werd nagestreefd op de presidentsvoorverkiezingen en op de interne selectie van kandidaten voor de parlementsverkiezingen. De verdenking bestrijkt de periode van juli 2021 tot januari 2024. Lee wordt gezien als de persoon die aan de top van de kerkelijke organisatie stond en daarom mogelijk verantwoordelijkheid droeg voor de uitvoering van de actie. Dat blijft een beschuldiging. Een rechtbank heeft nog geen definitief oordeel gegeven over zijn persoonlijke rol, de interne besluitvorming of de mate waarin leden opdrachten kregen.
De juridische kern ligt bij de vraag naar dwang
Het lidmaatschap van een politieke partij is voor Zuid-Koreaanse burgers op zichzelf geen strafbaar feit. Ook leden van een kerk behouden hun individuele politieke rechten. Zij mogen een partij steunen, deelnemen aan een campagne, zich kandidaat stellen of bij een partij aansluiten, zolang zij daarbij de wet naleven. Het strafrechtelijke vraagstuk ontstaat wanneer een religieuze organisatie als instelling haar gezag gebruikt om leden gedwongen of op georganiseerde wijze bij een partij te laten aansluiten met het doel de interne koers of de keuze van kandidaten te bepalen. De aanklagers moeten daarom aantonen dat de inschrijvingen geen reeks persoonlijke beslissingen waren, maar het resultaat van een gecentraliseerde campagne waarbij leden onder druk werden gezet. De verdediging kan daartegen aanvoeren dat leden zelfstandig handelden en dat het behoren tot dezelfde kerk niet bewijst dat hun politieke keuzes werden opgelegd. Het proces zal daardoor in belangrijke mate draaien om interne documenten, instructies, verklaringen van leden, digitale communicatie en de manier waarop de inschrijvingen werden georganiseerd. Het aantal van ongeveer 50.000 partijleden is opvallend, maar een groot aantal alleen bewijst nog niet dat ieder afzonderlijk lid onder dwang handelde.
Shincheonji betwist noodzaak van detentie
Shincheonji voert aan dat Lee en de kerk tijdens alle fasen van het onderzoek hebben meegewerkt. De organisatie verwijst naar huiszoekingen, inbeslagnames en ondervragingen waarbij de autoriteiten reeds toegang kregen tot relevante documenten en gegevens. Daardoor zou het risico op vernietiging van bewijsmateriaal beperkt zijn. De kerk stelt eveneens dat er door de leeftijd en lichamelijke toestand van Lee geen reëel vluchtgevaar bestaat. De organisatie noemt de opsluiting van een 95-jarige verdachte een uiterst zware maatregel die zijn gezondheid rechtstreeks kan bedreigen. Lee zou in het dagelijkse leven medische ondersteuning en verzorging nodig hebben. Vanuit dat standpunt krijgt de detentie het karakter van een feitelijke bestraffing voordat een rechter de aanklachten inhoudelijk heeft beoordeeld. De rechtbank volgde die redenering niet. Op zondag 28 juni 2026 werd een verzoek om de wettigheid en noodzaak van de detentie opnieuw te bekijken afgewezen. Shincheonji reageerde een dag later met de mededeling dat de organisatie de gerechtelijke procedure respecteert, maar haar bezwaren tegen de opsluiting handhaaft.
Hoge leeftijd maakt proportionaliteit belangrijk
De leeftijd van Lee vormt geen automatische juridische reden voor vrijlating. Ook een oudere verdachte kan in voorlopige hechtenis worden geplaatst wanneer een rechtbank concrete risico’s ziet, zoals vluchtgevaar, beïnvloeding van getuigen of vernietiging van bewijsmateriaal. Leeftijd en gezondheid behoren wel tot de omstandigheden die bij een dergelijke beslissing moeten worden afgewogen. Bij een verdachte van 95 jaar gaat het niet alleen om comfort, maar mogelijk om medische continuïteit, mobiliteit, medicatie, permanente begeleiding en het risico op een snelle achteruitgang. De vraag is daarom of dezelfde procesdoelen ook met minder ingrijpende maatregelen konden worden bereikt, zoals huisarrest, elektronisch toezicht, een reisverbod, beperkingen op contact met getuigen of een verplichting om zich regelmatig bij de autoriteiten te melden. Godsdienstsocioloog Massimo Introvigne meent dat de detentie buiten verhouding staat tot de aard van de verdenking, mede omdat de zaak geen geweld of onmiddellijk gevaar voor de openbare veiligheid betreft. Die beoordeling is geen rechterlijke uitspraak. Zij vormt een mensenrechtelijke kritiek die tijdens het verdere proces juridisch zal moeten worden afgewogen tegen de argumenten van de aanklagers en de rechtbank.
Internationale regels stellen eisen aan behandeling en medische zorg
De Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners van de Verenigde Naties, bekend als de Nelson Mandela Rules, bevatten minimumnormen voor iedereen die van zijn vrijheid is beroofd. Zij leggen de staat onder andere de verantwoordelijkheid op om gevangenen toegang te geven tot medische zorg van een niveau dat vergelijkbaar is met de zorg buiten de gevangenis. Bij ouderen moeten leeftijd, gezondheid, eventuele beperkingen en dagelijkse zorgbehoeften daadwerkelijk worden meegewogen. De regels bepalen op zichzelf niet dat iedere verdachte op hoge leeftijd moet worden vrijgelaten. Zij vereisen wel een menswaardige behandeling en passende medische ondersteuning. Daarnaast hanteert de Working Group on Arbitrary Detention van de Verenigde Naties als uitgangspunt dat voorlopige hechtenis een uitzondering hoort te zijn en zo kort mogelijk moet duren. De vraag of de detentie van Lee strijdig is met internationale normen kan niet uitsluitend op basis van zijn leeftijd worden beantwoord. Daarvoor zijn ook de concrete detentieomstandigheden, medische voorzieningen, motivering van het aanhoudingsbevel, beschikbare alternatieven en duur van de hechtenis van belang.
Minister spreekt al over strenge straf voordat proces begint
De zaak kreeg een extra politieke dimensie door de openbare reactie van minister van Justitie Jeong Seong-ho. Op dinsdag 30 juni 2026 maakte hij via zijn sociale media duidelijk dat naar zijn oordeel een strenge strafrechtelijke reactie onvermijdelijk was. Hij stelde dat religie niet als instrument van politieke macht mag worden gebruikt en dat misbruik van religie om de vrijheid en democratische rechten van burgers aan te tasten streng moet worden aangepakt. De minister besloot zijn bijdrage met een verwijzing naar Matteüs 7:15, waarin wordt gewaarschuwd voor valse profeten die zich uiterlijk anders voordoen dan zij werkelijk zijn. De Bijbelpassage werd daardoor rechtstreeks gekoppeld aan een lopende strafzaak tegen de leider van een specifieke religieuze organisatie. De minister heeft de bevoegdheid om algemene beleidsstandpunten over religie, politiek en strafrecht te formuleren. Toch draagt zijn functie extra gewicht. Uitspraken van een minister van Justitie kunnen worden gelezen als een boodschap aan aanklagers, ambtenaren, media en publiek. Wanneer die minister al over onvermijdelijke bestraffing spreekt voordat het proces inhoudelijk is begonnen, ontstaat de indruk dat de politieke leiding haar oordeel al heeft gevormd.
Vermoeden van onschuld staat centraal
Lee Man-hee is aangeklaagd, maar niet definitief veroordeeld. Dat onderscheid is essentieel. Het vermoeden van onschuld betekent dat de bewijslast bij de aanklagers ligt en dat de verdachte als onschuldig moet worden behandeld zolang geen definitieve rechterlijke beslissing bestaat. Een minister mag misdrijven veroordelen en de toepassing van de wet verdedigen, maar dient voorzichtig te zijn wanneer een concreet individu nog terecht moet staan. De formulering dat straf onvermijdelijk is, kan worden opgevat als een voorafgaand oordeel over de schuldvraag. Dat betekent niet automatisch dat rechters of aanklagers daadwerkelijk door de uitspraak worden beïnvloed. Het risico op die indruk is echter voldoende om vragen te stellen over bestuurlijke terughoudendheid. Het probleem wordt groter doordat de minister een religieuze tekst gebruikte die de verdachte en zijn kerk indirect als misleidend of gevaarlijk neerzet. Daardoor verschoof zijn bijdrage van een juridisch standpunt over politieke inmenging naar een inhoudelijke kwalificatie van een religieuze leider.
Bijbelcitaat roept vragen op over religieuze neutraliteit
Zuid-Korea is een democratische staat waarin godsdienstvrijheid grondwettelijk wordt beschermd. De overheid behoort geloofsgroepen gelijk te behandelen, ongeacht hun omvang, populariteit of verhouding tot gevestigde kerken. Dat beginsel beschermt niet alleen religies die breed aanvaard worden. Het is juist van belang wanneer een geloofsgroep maatschappelijk omstreden is. Neutraliteit betekent niet dat religieuze organisaties boven de wet staan. Wanneer bestuurders of religieuze leiders politieke wetten overtreden, mogen zij worden onderzocht en vervolgd. Neutraliteit vereist wel dat de overheid haar optreden baseert op concrete gedragingen en juridische normen, niet op een theologische beoordeling van wat een ware of valse profeet is. Door Matteüs 7:15 te gebruiken, begaf de minister zich op een terrein waarop de staat zich normaal terughoudend opstelt. De overheid kan beoordelen of iemand de wet heeft overtreden. Zij behoort niet te bepalen welke geloofsleer waar, vals, orthodox of ketters is.
De positie van individuele gelovigen mag niet uit beeld verdwijnen
De zaak raakt niet alleen Lee en de leiding van Shincheonji. Ook de politieke rechten van de leden zijn betrokken. Wanneer leden vrijwillig lid werden van de People Power Party, maakten zij gebruik van rechten die ook andere Zuid-Koreaanse burgers hebben. Wanneer zij daarentegen door interne druk, hiërarchische bevelen of dreiging met religieuze sancties toe werden aangezet, kan sprake zijn van aantasting van hun persoonlijke vrijheid. Het proces moet beide mogelijkheden onderzoeken zonder vooraf aan te nemen dat alle betrokken leden hetzelfde handelden. Het gevaar van een te brede benadering is dat iedere politieke activiteit van een lid verdacht wordt gemaakt door diens religieuze achtergrond. Het omgekeerde gevaar bestaat eveneens: een organisatie mag individuele politieke vrijheid niet gebruiken als dekmantel wanneer zij leden centraal heeft aangestuurd. Alleen een nauwkeurige beoordeling van verklaringen en documenten kan duidelijk maken welke situatie zich werkelijk heeft voorgedaan.
Vergelijking met detentie van Han Hak-ja
Massimo Introvigne plaatst de zaak naast die van Han Hak-ja, de 83-jarige leider van de Family Federation for World Peace and Unification, die in een afzonderlijk dossier werd vastgehouden. Hij ziet daarin een patroon waarbij oudere religieuze leiders in gevoelige onderzoeken fysiek worden opgesloten. De twee zaken mogen juridisch niet worden vereenzelvigd. Zij hebben afzonderlijke verdachten, aanklachten, bewijsmiddelen en procedures. De vergelijking gaat vooral over de gekozen onderzoeksmaatregel: voorlopige hechtenis van zeer oude kerkelijke leiders in dossiers over vermeende banden tussen religie en politiek. Internationale waarnemers zullen daarom niet alleen kijken naar de uiteindelijke uitspraken, maar ook naar de motivering van de detentie, de medische behandeling, de toegang tot advocaten en de mate waarin politieke bestuurders afstand bewaren van de schuldvraag.
Eerdere spanningen tussen overheid en Shincheonji
De huidige zaak staat niet op zichzelf. Shincheonji kwam tijdens de coronacrisis van 2020 zwaar onder druk te staan nadat veel vroege besmettingen aan bijeenkomsten van de kerk werden gekoppeld. Lee werd toen vervolgd wegens vermeende overtredingen van regels rond de bestrijding van infectieziekten. Hij werd later vrijgesproken van die specifieke aanklachten. De kerk gebruikt die voorgeschiedenis als argument om te waarschuwen tegen vroegtijdige veroordeling door politiek en publieke opinie. Critici van Shincheonji wijzen daarentegen op de gesloten organisatiestructuur en eerdere discussies over interne druk. Die bredere controverse mag in het huidige proces niet dienen als vervanging voor bewijs. Een rechtbank moet de nieuwe aanklachten afzonderlijk beoordelen en vaststellen wat Lee tussen 2021 en 2024 daadwerkelijk heeft opgedragen, geweten of goedgekeurd.
Democratische geloofwaardigheid wordt mee beoordeeld
Een rechtsstaat wordt niet uitsluitend beoordeeld op de vervolging van populaire personen en breed gesteunde organisaties. De zwaarste test ontstaat wanneer de verdachte leiding geeft aan een geloofsgroep die veel kritiek krijgt. Juist dan moeten dezelfde regels over bewijs, verdediging, medische zorg en onpartijdigheid worden toegepast. Introvigne noemt de situatie schadelijk voor de democratische reputatie van Zuid-Korea. Zijn beoordeling richt zich niet alleen op de uiteindelijke vraag of Lee schuldig is. Zij gaat ook over de manier waarop de staat handelt tijdens het onderzoek. Een overtuigende rechtsgang vereist dat aanklagers hun dossier voorleggen, advocaten voldoende toegang krijgen, de rechter onafhankelijk beslist en politieke bestuurders geen definitief oordeel uitspreken voordat het proces is afgerond. Het is mogelijk dat de aanklagers overtuigend bewijs van georganiseerde dwang presenteren. Het is eveneens mogelijk dat de verdediging aantoont dat individuele partijinschrijvingen ten onrechte als één centraal bevel zijn voorgesteld. Beide mogelijkheden moeten juridisch openblijven.
Het proces moet antwoorden geven
De komende rechtszittingen zullen moeten uitwijzen welke instructies binnen Shincheonji circuleerden, wie ze opstelde, hoe leden werden benaderd en of weigering gevolgen had. Ook moet duidelijk worden welke persoonlijke betrokkenheid Lee had en of zijn functie alleen organisatorische verantwoordelijkheid meebracht of dat hij zelf concrete bevelen gaf. Daarnaast blijft de rechtmatigheid van zijn detentie onderwerp van aandacht. De rechtbank zal niet alleen moeten waken over het bewijs, maar ook over zijn gezondheid en toegang tot medische zorg. Buiten de rechtszaal ligt een tweede verantwoordelijkheid bij de regering. Zij moet aantonen dat de vervolging gericht is op mogelijke wetsovertredingen en niet op de geloofsinhoud of maatschappelijke reputatie van Shincheonji.
Bronnen:
SCJ TV Global, Detained at 95: South Korea’s Prosecution of a Religious Leader Draws International Alarm, 6 juli 2026.
Shincheonji Church of Jesus, verklaringen van 25 en 29 juni 2026 over de arrestatie en de toetsing van de detentie.
Reuters, berichtgeving over de arrestatie, de verdenking en de motivering van het aanhoudingsbevel.
Associated Press, berichtgeving over de arrestatie en de procedure bij de rechtbank in Seoul.
Korea JoongAng Daily, berichtgeving over de arrestatie en formele aanklacht.
Newsis en JIBS, berichtgeving over de openbare uitspraken en Bijbelverwijzing van minister Jeong Seong-ho.
Analyses van Massimo Introvigne van 24 juni en 2 juli 2026.
Verenigde Naties, Nelson Mandela Rules en informatie van de Working Group on Arbitrary Detention.
Eerder verwant artikel van indegazette.be: Trump uit zorgen over invallen bij kerken in Zuid-Korea.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


