Waarom zit Lee Man-hee op hoge leeftijd nog vast? Internationale delegatie voert druk op in Seoul

7 augustus 2026
Op vrijdagochtend 7 augustus 2026 veranderde een internationale bijeenkomst in het Seoul Foreign Correspondents’ Club, op de achttiende verdieping van het Korean Press Building aan 124 Sejong-daero in het Jung District van Seoul, van een debat over religieuze vrijheid in een concrete mensenrechtenactie tegenover de Zuid-Koreaanse overheid. Europese juristen, academici en mensenrechtenverdedigers stelden openlijk de vraag waarom Lee Man-hee, leider van de Shincheonji Church of Jesus, op zeer hoge leeftijd in voorlopige hechtenis blijft voor beschuldigingen die geen geweldsdelicten betreffen. Ze bespraken niet alleen zijn zaak. Ook de 83-jarige Hak-ja Han Moon van de Family Federation, de Segero Church in Busan, gewetensbezwaarde Jehovah’s Getuigen, spanningen rond een moskeeproject in Daegu, religieuze aanpassingen in het onderwijs, politieke participatie van gelovigen, de rol van de media, de houding van Europa, de Verenigde Staten, Japan, China en de grenzen van de scheiding tussen religie en staat kwamen aan bod. Aan het einde bleef het niet bij speeches. Vijf Europese vertegenwoordigers zetten hun handtekening onder een officieel verzoek tot vrijlating en trokken daarna naar de National Human Rights Commission of Korea om hun dossier persoonlijk af te geven. De aangeleverde foto’s leggen zowel het ondertekeningsmoment als de overhandiging bij de Zuid-Koreaanse mensenrechteninstelling vast.
Een internationale zaak wordt opgebouwd in het hart van Seoul
Human Rights Without Frontiers organiseerde de bijeenkomst samen met CAP Liberté de Conscience, FOREF, CESNUR en Bitter Winter. De centrale titel luidde Freedom of Religion and Expression in South Korea: International Concerns and Perspectives. De inzet werd vanaf de opening bewust ruimer gemaakt dan Shincheonji. Hans Noot, Associate Director en bestuurslid van Human Rights Without Frontiers, stelde dat vrijheid van religie of levensovertuiging en vrijheid van meningsuiting tot de basisvoorwaarden van een democratische samenleving behoren. Wanneer religieuze groepen door hun overtuiging maatschappelijk worden gestigmatiseerd, bijeenkomsten op twijfelachtige gronden worden beperkt en protest of kritiek als een probleem voor de overheid wordt behandeld, kunnen de gevolgen veel verder reiken dan één kerk of één verdachte. Het panel wilde daarom niet bepalen welke theologie juist is. De centrale vraag was of fundamentele rechten voor iedereen op dezelfde wijze gelden, ook wanneer een religieuze beweging impopulair of controversieel is. De media kregen daarbij een eigen verantwoordelijkheid toegewezen. Journalisten moesten zich volgens Hans Noot niet beperken tot de controverse rond religieuze organisaties, maar ook onderzoeken of de gebruikte taal eerlijk is, of strafrechtelijke en bestuurlijke maatregelen evenredig zijn en of afwijkende stemmen onder dezelfde democratische bescherming vallen als andere burgers.
Lee Man-hee staat centraal, maar 83-jarige Hak-ja Han Moon wordt eveneens genoemd
De buitenlandse organisaties vroegen Zuid-Korea de detentie van Lee Man-hee opnieuw te beoordelen en dezelfde mensenrechtelijke criteria toe te passen bij andere oudere religieuze leiders. De persmap verwijst uitdrukkelijk naar de 83-jarige Hak-ja Han Moon van de Family Federation. Daarmee werd het vraagstuk van hoogbejaarde verdachten niet als een uitzondering rond één persoon voorgesteld, maar als een discussie over de manier waarop voorlopige hechtenis wordt ingezet tegenover oudere religieuze leiders. De organisaties willen dat proportionaliteit, humanitaire omstandigheden, behoorlijk proces en het vermoeden van onschuld zwaar wegen wanneer een rechtbank beslist of iemand vóór een definitieve uitspraak in een gevangenis moet blijven.
Thierry Valle haalt twee internationale verdragen naar voren
Thierry Valle, voorzitter van CAP Liberté de Conscience, plaatste de detentie nadrukkelijk binnen internationaal recht. Zuid-Korea ratificeerde het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten in 1990 en het Verdrag tegen Foltering in 1995. Valle vroeg of het vasthouden van een hoogbejaarde verdachte van niet-gewelddadige feiten verenigbaar is met de verplichtingen die daaruit voortvloeien. Zijn uitgangspunt was dat het vermoeden van onschuld tijdens een strafprocedure voorop moet blijven staan. Hij verwees daarnaast naar alternatieven die in andere landen zijn gebruikt om een verdachte beschikbaar te houden voor justitie zonder een gevangenisregime toe te passen.
Cardinal Joseph Zen en Thich Quang Do worden als voorbeelden naar Seoul gebracht
Valle haalde daarbij twee bekende Aziatische precedenten aan. Kardinaal Joseph Zen werd in 2022 in Hongkong op borgtocht vrijgelaten. De Vietnamese boeddhistische patriarch Thich Quang Do werd eerder onder huisarrest geplaatst in plaats van in een gevangenis. Valle gebruikte beide gevallen niet als identieke juridische situaties, maar als bewijs voor zijn stelling dat staten tussen volledige vrijheid en opsluiting over andere middelen beschikken. Huisarrest, borgtocht en beperkingen op communicatie kunnen in bepaalde situaties de aanwezigheid van een verdachte garanderen zonder dezelfde lichamelijke belasting als detentie.
Een VN-zaak is intussen formeel voorbereid
De kwestie blijft niet beperkt tot een bijeenkomst in Seoul. CAP Liberté de Conscience heeft op 5 augustus 2026 een schriftelijke verklaring ingediend voor de 63ste zitting van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, die van 7 september tot 9 oktober 2026 loopt. De tekst valt onder agendapunt 4 over mensenrechtensituaties die aandacht van de Raad vragen. CAP-LC beschikt over speciale consultatieve status. De organisatie vraagt in die verklaring aandacht voor de detentie van Lee Man-hee, de bescherming van oudere verdachten, de interpretatie van constitutionele beginselen en de gevolgen voor vrijheid van religie of levensovertuiging. Daarmee is wat in Seoul werd besproken ook formeel in een VN-traject gebracht.
De VN-indiening richt zich rechtstreeks op de politieke beschuldigingen
De aanklachten houden verband met beweringen dat leden van Shincheonji werden aangemoedigd om deel te nemen aan interne procedures van politieke partijen. CAP-LC maakt daar een principiële mensenrechtenvraag van. Politieke participatie behoort tot de burgerrechten van gelovigen, stelt de organisatie. De scheiding tussen religie en staat betekent volgens die redenering niet dat een religieus persoon geen politieke overtuiging mag hebben, geen partijlid mag worden of zich niet aan het politieke proces mag deelnemen. De cruciale juridische grens ligt daarom bij de concrete vraag of sprake was van verboden dwang, ongeoorloofde organisatorische sturing of een andere strafbare handeling. Dat onderscheid stond gedurende de bijeenkomst voortdurend centraal.
De minister van Justitie komt zwaar onder vuur te liggen
Een van de gevoeligste onderdelen gaat over uitspraken die aan de Zuid-Koreaanse minister van Justitie worden toegeschreven. In de VN-indiening van CAP-LC staat dat de minister strafrechtelijke bestraffing van Lee Man-hee als onvermijdelijk zou hebben voorgesteld en daarbij de aanduiding valse profeet zou hebben gebruikt terwijl het onderzoek nog liep. CAP-LC stelt dat dergelijke verklaringen het vermoeden van onschuld kunnen aantasten en de publieke perceptie van een zaak kunnen beïnvloeden voordat een rechter uitspraak heeft gedaan. De organisatie vraagt dat verantwoordelijken binnen justitie zich onthouden van taal die de indruk kan geven dat de uitkomst van een proces reeds vaststaat.
Márk Nemes stelt een ongemakkelijke vraag: waarom gebruikt een seculiere minister Bijbelse taal?
De Hongaarse onderzoeker Márk Nemes ging tijdens zijn bijdrage nog verder in zijn kritiek. Hij verwees naar een Facebookboodschap van 27 juni waarin de minister de beschuldigingen tegen Lee Man-hee koppelde aan massale partijregistraties en aan de scheiding tussen religie en staat. Nemes vond vooral de religieuze formuleringen door een minister opmerkelijk. In de besproken boodschap werd volgens hem uiteindelijk ook verwezen naar Matteüs 7:15, de Bijbelpassage over valse profeten. Voor Nemes ontstaat daar een fundamenteel probleem: een seculiere staat mag mogelijke strafbare feiten onderzoeken, maar hoort niet als theologisch beoordelaar op te treden. Zodra een regeringslid religieuze kwalificaties gebruikt om een verdachte te beschrijven, vervaagt volgens hem de grens tussen juridische beoordeling en beoordeling van geloof.
De beschuldiging zelf blijft ernstig
De internationale kritiek betekent niet dat de beschuldigingen tegen Lee Man-hee als onbelangrijk worden behandeld. Nemes verwees uitdrukkelijk naar de aantijging dat ruim vijftigduizend gelovigen zouden zijn geregistreerd bij een politieke partij tijdens belangrijke politieke processen, waaronder presidentsverkiezingen, lokale verkiezingen en interne partijverkiezingen. De beschuldiging houdt in dat dergelijke inschrijvingen de politieke besluitvorming binnen partijen en onder burgers zouden hebben beïnvloed. Het panel betwistte vooral dat daaruit automatisch zou volgen dat iedere politieke participatie door religieuze burgers ontoelaatbaar is. Het vraagstuk is dus tweevoudig: de staat mag mogelijke verboden politieke sturing onderzoeken, maar het enkele feit dat een burger religieus is, kan zijn politieke rechten niet opheffen.
Niet alleen Shincheonji komt in het vizier
De internationale delegatie plaatste de gebeurtenissen in een veel ruimere reeks religievrijheidsdossiers. De HRWF-documentatie noemt de Segero Church in Busan, die ook na de vrijlating van Pastor Son Hyun-bo volgens de organisatie met intimidatie en officiële controle zou zijn geconfronteerd. Daarnaast worden vragen gesteld over gewetensbezwaren tegen militaire dienst, publieke weerstand tegen een moskeeproject in Daegu en de manier waarop onderwijsinstellingen omgaan met religieuze behoeften. Het doel daarvan is duidelijk: de discussie moet niet worden gereduceerd tot de vraag of iemand voor of tegen Shincheonji is.
Honderden Jehovah’s Getuigen zaten eerder vast wegens gewetensbezwaren
Een van de historisch zwaarste dossiers betreft Jehovah’s Getuigen. Human Rights Without Frontiers heeft gedurende tientallen jaren de opsluiting gedocumenteerd van honderden Zuid-Koreaanse Jehovah’s Getuigen die militaire dienst weigerden op grond van hun geweten. Zuid-Korea voerde later vervangende burgerdienst in, maar critici vinden de huidige uitvoering nog altijd bestraffend. De dienst duurt 36 maanden, vindt plaats in correctionele instellingen en duurt tweemaal zo lang als de gewone militaire dienst. Recente rechterlijke uitspraken hebben belangrijke onderdelen van dat systeem volgens de aangeleverde documentatie overeind gehouden. Daarmee krijgt het huidige debat een historische achtergrond: Zuid-Korea heeft eerder fundamentele discussies gekend over de vraag waar staatsbelang eindigt en gewetensvrijheid begint.
Michael Langhans vraagt of verkiezingsbescherming religievrijheid kan uithollen
Michael Langhans, Executive Director van FOREF Germany, benaderde de zaak vanuit het recht. Hij vroeg of het noodzakelijk is Lee Man-hee in voorlopige hechtenis te houden wanneer er al voldoende materiaal beschikbaar zou zijn geweest om tot een aanklacht te komen. Daarnaast vroeg hij hoe het bewijs werd verzameld en of dat onderzoek neutraal gebeurde, zonder voorafgaand narratief waarin de religieuze organisatie al als sekte werd weggezet. Langhans plaatste de zaak vervolgens voor de wetgever: regels die eerlijke verkiezingen beschermen zijn legitiem, maar mogen niet zo worden toegepast dat de grondwettelijk en internationaal beschermde vrijheid van religie praktisch wordt uitgehold.
Langhans zag huilende en biddende mensen aan het detentiecentrum
Zijn juridische benadering kreeg tijdens de bijeenkomst ook een menselijke kant. Langhans vertelde dat hij tijdens zijn bezoek mensen had gezien die in wanhoop verkeerden, huilden en baden aan een detentiecentrum. Hij sprak ook over een ruimte die voor religieuze diensten zou kunnen worden gebruikt maar die volgens zijn waarneming niet voor dat doel beschikbaar was. Voor hem ging de kwestie daardoor niet uitsluitend over een abstract constitutioneel debat. De gevolgen van juridische beslissingen zijn voelbaar bij gelovigen die buiten een gevangenis wachten en bidden voor iemand die zij als religieuze leider beschouwen.
Van John Rawls tot Franklin Roosevelt
Langhans plaatste de Zuid-Koreaanse discussie tegen een opvallend brede intellectuele achtergrond. Hij verwees naar de Frankfurter Grondwet van 1849, naar John Rawls en naar Franklin D. Roosevelt. Vanuit Rawls stelde hij dat politieke macht moet kunnen worden gerechtvaardigd tegenover redelijke burgers. Vanuit Roosevelt haalde hij de vier vrijheden aan: vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van angst. Zijn vraag was of die rechten werkelijk van elkaar kunnen worden losgemaakt. Gelovigen zijn immers ook belastingbetalers, ouders, werknemers, kiezers en burgers. Kerken beheren scholen en leveren sociale diensten. Een religieus mens houdt niet op religieus te zijn zodra hij het stemhokje, een politieke vergadering of een maatschappelijk debat binnenstapt.
Het Zuid-Koreaanse precedent van 2018 blijft belangrijk
Langhans verwees eveneens naar de juridische omslag rond Jehovah’s Getuigen in 2018. Het Zuid-Koreaanse recht erkende toen uiteindelijk gewetensbezwaar tegen militaire dienst. Voor hem bewijst dat dat een juridische interpretatie die jarenlang vanzelfsprekend lijkt, later toch kan worden herzien wanneer constitutionele rechten opnieuw worden afgewogen tegenover het algemeen belang. Die geschiedenis maakt het huidige debat over politieke participatie van religieuze actoren extra relevant.
Massimo Introvigne spreekt over drie stadia van uitsluiting
Professor Massimo Introvigne bracht zijn zogenoemde Rome Model naar Seoul. Dat model beschrijft drie stadia waardoor minderheden onder druk kunnen raken. Eerst ontstaat intolerantie in publieke taal en media. Daarna kan discriminatie volgen door bestuursorganen, rechtbanken of regeringen. Uiteindelijk kan de vijandigheid volgens het model uitlopen op vervolging of fysiek geweld. Introvigne stelde nadrukkelijk dat zo’n proces niet alleen in autoritaire staten voorkomt. Ook democratische landen in West-Europa kennen geweld tegen religieuze minderheden. Hij verwees naar ernstige aanvallen op Jehovah’s Getuigen in Europa en gevallen waarin geweld zelfs de vorm van poging tot doodslag aannam.
De woorden ‘sekte’, ‘ketter’ en ‘valse profeet’ worden zelf onderdeel van de strijd
Introvigne ziet daarom grote risico’s in terugkerende etiketten. Religieuze minderheden zoals Shincheonji, de Family Federation en Jehovah’s Getuigen worden volgens hem geregeld behandeld vanuit omschrijvingen als sekte, ketterij of valse profeet. Hij waarschuwde dat zulke termen het gesprek kunnen verschuiven van concrete gedragingen naar de vraag of een religie maatschappelijk aanvaardbaar wordt gevonden. Dat is voor hem fundamenteel verkeerd. Wanneer een lid of bestuurder een gewoon strafbaar feit pleegt, moet dat worden onderzocht en bestraft. Maar religieuze onorthodoxie is geen strafbaar feit.
Ook voormalige leden moeten kritisch worden beoordeeld
Introvigne besteedde aandacht aan de rol van voormalige leden. Hij gebruikte het sociologische begrip apostaat voor de kleinere groep ex-leden die zich actief tegen hun vroegere organisatie keert. Hij stelde uitdrukkelijk dat niet ieder voormalig lid een apostaat is. Zijn kritiek richtte zich op media die verklaringen van uitgesproken tegenstanders automatisch als objectiever zouden behandelen dan informatie van leden, academici of andere bronnen. Journalistiek onderzoek moet alle partijen controleren, ook wanneer een bron een overtuigend persoonlijk verhaal vertelt.
Márk Nemes ziet gevolgen tot in Europa, Argentinië en Australië
Márk Nemes verwees naar drie onderzoeksprojecten rond Shincheonji-leden in Europa, Argentinië en Australië. Volgens de aangeleverde persinformatie vonden de onderzoekers in de drie regio’s een toename van vijandigheid tegenover leden van de beweging. Nemes stelde dat Shincheonji niet uitsluitend een Zuid-Koreaanse kerk is maar een internationale religieuze beweging met afdelingen in verschillende landen. Negatieve maatschappelijke beeldvorming in Zuid-Korea kan daardoor volgens hem ook het dagelijks leven, de religieuze praktijk en vrijheid van meningsuiting van leden buiten Korea beïnvloeden. Hij koppelde dat aan de artikelen 18 en 19 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Het label ‘Covidkerk’ blijft jaren later voor discussie zorgen
Nemes wees daarbij op het gebruik van het label Covidkerk voor Shincheonji. Hij stelde dat dit beeld internationaal is blijven circuleren ondanks latere rechterlijke uitspraken in de zaken rond de epidemie. Introvigne sloot zich daarbij aan en wees erop dat Zuid-Koreaanse rechtbanken in eerdere Covidprocedures uiteindelijk belangrijke beschuldigingen tegen Lee Man-hee en Shincheonji niet hebben bevestigd. Voor beide onderzoekers toont dit hoe een eenmaal gevestigd mediabeeld langer kan blijven bestaan dan het juridische dossier waarop het aanvankelijk was gebaseerd.
Introvigne zegt tegelijk iets wat gemakkelijk verloren gaat: Zuid-Korea is een democratie
De Italiaanse onderzoeker presenteerde Zuid-Korea niet als een autoritair land. Integendeel. Hij zei uitdrukkelijk dat Zuid-Korea een democratie is en dat rechtbanken eerder in het voordeel van impopulaire religieuze minderheden hebben beslist. Hij prees de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in eerdere Covidzaken. Zijn waarschuwing ging daarom niet over het afschrijven van het Zuid-Koreaanse systeem, maar over het beschermen ervan. Een democratie bewijst haar kwaliteit niet wanneer ze populaire burgers beschermt, maar wanneer de rechter ook bij maatschappelijk gewantrouwde organisaties onafhankelijk kan blijven.
China verschijnt plots als geopolitieke factor
Introvigne bracht daarna China in het debat. Hij stelde dat actoren uit de Volksrepubliek China een rol spelen bij de verspreiding van negatieve informatie over bepaalde religieuze bewegingen, onder andere de Family Federation, Shincheonji en Jehovah’s Getuigen. De Family Federation heeft historisch een sterk anticommunistisch profiel. Introvigne sprak tevens over Chinese anti-sekte-experts, waaronder personen uit politiekringen, die deelnemen aan bijeenkomsten in Zuid-Korea en andere delen van Oost-Azië. Dat zijn zware beweringen van Introvigne en ze behoren als zodanig te worden gelezen: ze werden als zijn analyse naar voren gebracht en vormen geen zelfstandig bewezen conclusie in de beschikbare stukken.
Een vraag uit Burundi trekt het debat naar Afrika
Journal Africa uit Burundi vroeg of wat in Zuid-Korea gebeurt gevolgen kan hebben voor andere democratieën die met controversiële religieuze organisaties omgaan. Introvigne wees op de snelheid waarmee juridische modellen en mediaframes van het ene land naar het andere kunnen reizen. Frankrijk, Japan en Zuid-Korea kwamen daarbij ter sprake. Voor Burundi en Rwanda wees hij tegelijk op een bijzondere historische context: de genocide tegen de Tutsi’s in Rwanda in 1994 en de rol die delen van christelijke instellingen daarbij hebben gespeeld. Zulke ervaringen kunnen maatschappelijk wantrouwen tegenover religieuze macht versterken. Zijn waarschuwing was dat nationale trauma’s niet mogen leiden tot het automatisch kopiëren van zeer vergaande regulering uit andere landen.
Journalisten kunnen een Koreaans etiket wereldwijd exporteren
Voor Introvigne en Nemes is dat misschien een van de meest onderschatte aspecten van de zaak. Een internationale religieuze beweging kan in tientallen landen leden hebben, terwijl de beeldvorming grotendeels wordt bepaald door nieuws uit het land waar de organisatie is ontstaan. Als buitenlandse media Koreaanse termen zonder eigen onderzoek overnemen, kan een lid in Brussel, Buenos Aires, Sydney of Bujumbura gevolgen ondervinden van een juridisch conflict in Seoul. De onderzoekers riepen media daarom op onderscheid te maken tussen bewezen feiten, strafrechtelijke verdenkingen, religieuze kritiek en theologische afwijzing.
Europa krijgt in Seoul een hard verwijt
Een vraag vanuit de zaal bracht de Europese Unie in beeld. Een deelnemer uit Brussel vroeg welke boodschap het panel had voor Europese parlementsleden en andere Europese beleidsmakers. Thierry Valle antwoordde dat hij de geringe Europese reactie opmerkelijk vond. Hij had geprobeerd aandacht voor het dossier te krijgen via Europese contacten, maar zag volgens zijn eigen relaas weinig respons. Michael Langhans wees op de invloed van het sekte-etiket in Europa: zodra een beweging op die manier wordt omschreven, zouden politici en media volgens hem minder bereid zijn het mensenrechtenvraagstuk nog afzonderlijk te bekijken.
De Europese diplomatieke dienst krijgt een concrete opdracht toegeschoven
Valle wees op Europese structuren die naar zijn mening iets kunnen doen. Hij noemde de Europese verantwoordelijke voor vrijheid van religie of levensovertuiging en de Europese diplomatieke dienst. De Europese Unie heeft intensieve economische en politieke contacten met Zuid-Korea. Voor Valle moet mensenrechtenbeleid deel blijven uitmaken van die relatie. Zijn oproep was niet alleen om over Shincheonji te spreken, maar om de bredere behandeling van religieuze minderheden in toekomstige gesprekken tussen Brussel en Seoul aan de orde te stellen.
De Verenigde Staten worden als contrast gebruikt
Introvigne stelde dat Amerikaanse instellingen historisch actiever aandacht hebben besteed aan religievrijheid in Zuid-Korea. Hij verwees naar Amerikaanse aandacht voor gedwongen bekering, de behandeling van Shincheonji tijdens de Covidperiode, kritiek op nieuwe wetgeving en een factfindingmissie vanuit het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook Donald Trump kwam ter sprake in verband met eerdere uitspraken over invallen bij Zuid-Koreaanse kerken. Voor Introvigne is het opmerkelijk dat zulke kritiek vanuit Washington wordt gehoord terwijl Zuid-Korea tegelijk een belangrijke strategische bondgenoot van de Verenigde Staten is.
Japan hangt als waarschuwing boven het Zuid-Koreaanse debat
James Andrew Sun van The Washington Times bracht de ontbinding van de Family Federation in Japan ter sprake. Zijn vraag was waarom internationale weerstand relatief beperkt bleef en of Zuid-Korea een soortgelijke richting dreigt uit te gaan. Introvigne antwoordde dat internationale instellingen wel degelijk hebben gereageerd. Hij verwees naar een verklaring van vier speciale VN-rapporteurs die kritiek uitten op de Japanse ontbindingszaak. Zijn kritiek verschoof daarmee naar de media: zelfs wanneer internationale mensenrechtenmechanismen reageren, bereikt zo’n reactie niet automatisch een groot publiek.
CAP-LC beschuldigt Zuid-Koreaanse stemmen van een onjuiste voorstelling van de Japanse zaak
De schriftelijke VN-inbreng gaat op dit punt verder. CAP-LC stelt dat publieke uitspraken in Zuid-Korea de Japanse ontbinding van een religieuze organisatie hebben voorgesteld als een beslissing die mede vanwege politieke banden werd genomen, terwijl zulke elementen volgens CAP-LC niet in de relevante rechterlijke beslissing staan. De organisatie vindt het problematisch wanneer buitenlandse jurisprudentie onnauwkeurig wordt weergegeven op een moment dat Zuid-Korea zelf wetgevende initiatieven bespreekt die de juridische positie van religieuze organisaties kunnen raken.
De boeddhistische stem verandert de toon
Naast de Europese delegatie kwam een Zuid-Koreaanse boeddhistische leider aan het woord. Venerable Beopsan werd voorgesteld als Executive Chief van de Jogye Order of Korean Buddhism. Hij vertrok vanuit het boeddhistische beginsel van onderlinge afhankelijkheid: bedreigingen voor de vrijheid en rechten van anderen treffen volgens hem niet uitsluitend één persoon of één religie, maar de samenleving als geheel. Als boeddhistisch leider uitte hij bezorgdheid over recente gebeurtenissen, waaronder de arrestatie van Lee Man-hee. Hij erkende het recht en de plicht van de staat om wetten toe te passen en de openbare orde te bewaken. Tegelijk mag een specifieke religie volgens hem geen reden worden om fundamentele mensenrechten of religievrijheid te beperken. Vooroordelen en discriminatie mogen niet door de overheid worden gelegitimeerd.
Beopsan beroept zich op mededogen en bescherming van minderheden
Beopsan verwees naar boeddhistische lessen over het loslaten van vooroordelen en gehechtheid en het behandelen van levende wezens met mededogen. Een democratie wordt volgens hem gezonder wanneer zij de rechten van minderheden beschermt. Rechterlijke beslissingen en de uitoefening van openbaar gezag moeten daarom eerlijk gebeuren met respect voor universele mensenrechten en religievrijheid. Zijn aanwezigheid gaf de bijeenkomst een belangrijke interreligieuze dimensie: kritiek op de behandeling van Shincheonji kwam niet uitsluitend van vertegenwoordigers die de beweging zelf bestuderen of verdedigen.
Dan spreekt een oorlogsveteraan en wordt het persoonlijk
Ryu Jae-sik, hoofd van de Seoul-afdeling van een vereniging van Koreaanse oorlogsveteranen, maakte duidelijk dat hij niet vroeg om mogelijke fouten van Lee Man-hee zonder onderzoek te negeren. Hij stelde een andere vraag: worden de fundamentele rechten en de vrijheid van religie waarop iedere Zuid-Koreaanse burger aanspraak heeft werkelijk op een eerlijke manier toegepast? Zijn bijdrage werd vervolgens sterk persoonlijk. Hij vertelde dat Shincheonji volgens hem ieder jaar zorg en aandacht heeft gegeven aan veteranen van de Koreaanse Oorlog toen veel andere kerken hen niet opzochten. Hij sprak over het aanbieden van maaltijden en praktische steun aan oude veteranen.
‘Moet deze oude oorlogsveteraan werkelijk achter tralies blijven?’
Ryu Jae-sik wees erop dat Lee Man-hee zelf veteraan van de Koreaanse Oorlog is. In zijn schriftelijke verklaring noemt hij hem 96 jaar. Hij stelde dat Lee Man-hee een vaste verblijfplaats heeft, volgens hem geen reëel vluchtrisico vormt en gezien zijn lichamelijke toestand nauwelijks in staat zou zijn bewijsmateriaal te vernietigen. Ryu Jae-sik omschreef voortgezette opsluiting daarom als een maatregel die niet alleen vrijheid raakt, maar ook gezondheid en menselijke waardigheid. Hij vroeg dat Lee Man-hee een eerlijk proces krijgt terwijl hij buiten de gevangenis verblijft. Die bijdrage is uiteraard het oordeel van de veteranenvertegenwoordiger en geen medische of rechterlijke vaststelling.
Een dag eerder hadden drie Europese deelnemers Lee Man-hee zelf gezien
De gezamenlijke verklaring aan de Zuid-Koreaanse regering bevat een belangrijk detail. De internationale delegatie had op donderdag 6 augustus 2026 Lee Man-hee en betrokken functionarissen bezocht. Drie leden van de delegatie ontmoetten hem op zijn detentieplaats. De ondertekenaars schrijven dat zij Shincheonji al jaren academisch bestuderen. Eén van hen heeft Lee Man-hee herhaaldelijk geïnterviewd en uitgebreid over de beweging geschreven. Andere deelnemers hebben onderzoek verricht naar de internationale missionaire ontwikkeling van Shincheonji in verschillende landen.
Hans Noot beschrijft een oude maar zelfstandig lopende man
Toen een journalist uit Maleisië naar de gezondheid van Lee Man-hee vroeg, maakte Hans Noot duidelijk dat hij geen arts is en geen medische gegevens had gezien. Zijn persoonlijke waarneming tijdens het bezoek was dat Lee Man-hee zelfstandig liep, vrijuit sprak en energiek overkwam. Hij had andere verhalen gehoord waarin sprake was van vervoer in een rolstoel, maar had dat zelf tijdens het bezoek niet waargenomen. Dat is een belangrijk detail omdat het debat daardoor niet kan worden teruggebracht tot één eenvoudige medische voorstelling. Hoge leeftijd is een objectief gegeven. De precieze gezondheidstoestand vereist medische informatie die de buitenlandse bezoekers niet bezaten.
De gezamenlijke verklaring legt de aanval niet op het proces maar op de detentie
De officiële tekst die Hans Noot, Massimo Introvigne, Thierry Valle, Michael Langhans en Márk Nemes ondertekenden vraagt niet om stopzetting van de strafzaak. De vijf verklaren respect te hebben voor de democratische instellingen van Zuid-Korea en niet te willen tussenkomen in de werking van het gerecht. Hun bezwaar gaat over de context waarin de procedure plaatsvindt en vooral over voorlopige hechtenis. Zij stellen dat Zuid-Koreaanse media Shincheonji vaak als sekte voorstellen en dat tegenstanders de organisatie als ketters beschrijven, terwijl academisch onderzoek volgens hen te weinig wordt meegenomen. Daarnaast kwalificeren zij de Zuid-Koreaanse regels over politieke participatie van geestelijken als zeer restrictief.
De vijf namen staan onder één eis
Hans Noot ondertekende als Associate Director van Human Rights Without Frontiers. Massimo Introvigne tekende als Managing Director van CESNUR en Editor-in-Chief van Bitter Winter. Thierry Valle tekende als voorzitter van CAP-LC. Michael Langhans ondertekende als Executive Director van FOREF Germany en Márk Nemes als Deputy Director van CESNUR. Hun gezamenlijke verzoek is helder: Lee Man-hee moet om humanitaire redenen uit de gevangenis worden vrijgelaten en zijn proces buiten detentie kunnen afwachten.
De foto’s tonen dat de actie niet eindigde aan de vergadertafel
De aangeleverde beelden geven het slot van de dag een tastbare betekenis. Op één foto zitten vijf vertegenwoordigers achter een lange tafel tegenover journalisten, met boven hen de titel Freedom of Religion and Expression in South Korea: International Concerns and Perspectives. Een tweede beeld toont de vijf ondertekenaars terwijl zij de geopende verklaringen aan de camera tonen. Op een andere foto houdt Hans Noot het ondertekende document omhoog tijdens zijn uitleg. De beelden van de National Human Rights Commission of Korea tonen vervolgens hoe een dossier bij een informatiebalie wordt overhandigd. Een groepsfoto bij het Human Rights Counselling Mediation Center bevestigt dat de stap naar de mensenrechteninstelling daadwerkelijk volgde op de conferentie.
Wie zijn de vijf buitenlandse stemmen?
Hans Noot heeft een master in Organizational Behavior van Brigham Young University en werkte gedurende drie decennia in internationale educatieve en maatschappelijke programma’s in onder andere Nederland, België, Polen, Ierland, Tsjechië, de Balkan en Oost-Europa. Hij is Associate Director en bestuurslid van Human Rights Without Frontiers en directeur van de Gerard Noodt Foundation for Freedom of Religion or Belief. HRWF werkt via een internationaal netwerk met organisaties in onder andere Denemarken, Frankrijk, Griekenland, Irak, Italië, Japan, Moldavië, Noorwegen, Pakistan, Roemenië, Rusland, Zuid-Korea, Turkije, Oekraïne, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De organisatie staat onder leiding van Executive Director Willy Fautré.
Thierry Valle vertegenwoordigt een organisatie met VN-status
Thierry Valle heeft ruim twintig jaar ervaring op het terrein van vrijheid van geweten en godsdienstvrijheid. CAP Liberté de Conscience werd in 1995 opgericht en heeft consultatieve status bij de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties. De organisatie verzamelt getuigenissen over discriminatie op religieuze of levensbeschouwelijke grond en brengt die informatie naar Europese en internationale instellingen. CAP-LC is ook actief in Europese netwerken rond vrijheid van religie en fundamentele rechten.
Michael Langhans komt uit het Duitse familierecht
Michael Langhans is een Duitse jurist met ervaring in familie- en voogdijrecht en zaken waarin psychologische expertise voor familierechtbanken nodig is. Hij studeerde aan de Universiteit van Augsburg en kreeg onderwijs van Johannes Masing, voormalig rechter bij het Duitse Federale Constitutionele Hof. Later breidde hij zijn werk uit naar vrijheid van religie of levensovertuiging. FOREF Germany werd in december 2025 opgericht als Duitse afdeling van Forum for Religious Freedom Europe, in samenwerking tussen FOREF-medeoprichter Peter Zoehrer en Michael Langhans. In maart 2026 werd het Duitstalige platform opnieuw gelanceerd.
Massimo Introvigne brengt vier decennia onderzoek mee
Massimo Introvigne is Italiaans socioloog van religie, auteur en jurist gespecialiseerd in intellectuele eigendom. Zijn academische werk beslaat ruim vier decennia. Hij publiceerde ongeveer zeventig boeken en ruim honderd academische artikelen over religiesociologie. In 1988 stond hij mee aan de basis van CESNUR, het Center for Studies on New Religions, waarvan hij Managing Director is. Hij is daarnaast hoofdredacteur van Bitter Winter. Zijn werk werd gepresenteerd voor academische instellingen, parlementaire organen en internationale organisaties zoals de OVSE.
Márk Nemes vertegenwoordigt een jongere academische generatie
Márk Nemes is een Hongaarse historicus en filosoof die zich specialiseert in religietheorie. Hij promoveerde in 2025 aan de Universiteit van Szeged en ontving de Hongaarse National Eötvös Scholarship. Hij werkt als onderzoeker en onderzoekscoördinator bij het Research Institute for Art Theory and Methodology van de Hungarian Academy of Arts in Boedapest. In 2025 werd hij Deputy Director van CESNUR en hij is medeoprichter van CESAR, een netwerk voor jonge onderzoekers van religie in Centraal- en Oost-Europa.
De meest fundamentele vraag gaat niet over sympathie voor Shincheonji
Daarmee komt de hele discussie uiteindelijk terug bij een ongemakkelijke democratische test. Niemand hoeft de leer van Shincheonji te onderschrijven om vragen te stellen over het voorarrest van een hoogbejaarde verdachte. Omgekeerd kan religievrijheid ook geen vrijstelling zijn van strafrechtelijk onderzoek wanneer betrouwbare aanwijzingen bestaan van verboden politieke sturing of andere misdrijven. De uitdaging voor Zuid-Korea is daarom juist om beide beginselen tegelijk te bewaken: een ernstige beschuldiging onderzoeken én de rechten van de verdachte beschermen. De ene verplichting heft de andere niet op.
Een toekomstige rechtszaak zal niet alleen Lee Man-hee beoordelen
Wat in Seoul gebeurde, maakt duidelijk dat buitenlandse academici en mensenrechtenorganisaties de zaak inmiddels als precedent bekijken. Zij vragen zich af waar het juridische onderscheid wordt getrokken tussen politieke participatie door gelovigen en verboden inmenging door een religieuze organisatie. Ze kijken naar de woorden van ministers, naar de toepassing van voorarrest, naar de positie van oudere verdachten, naar mediaframes en naar wetgeving die de rechtspersoonlijke positie van religieuze organisaties kan beïnvloeden. Japan wordt daarbij als waarschuwing gebruikt, de Verenigde Staten als contrast en Europa krijgt het verwijt te weinig belangstelling te tonen.
Van conferentie naar formele klacht
Dat de delegatie na afloop rechtstreeks naar de National Human Rights Commission of Korea trok, geeft de dag een ander gewicht dan een gewone academische bijeenkomst. Eerst werden argumenten voor journalisten uiteengezet. Daarna zetten vijf personen hun naam onder een gezamenlijke verklaring. Vervolgens werd het dossier daadwerkelijk bij de Zuid-Koreaanse mensenrechteninstelling aangeboden. De actie liep daarnaast parallel met de schriftelijke CAP-LC-indiening voor de komende 63ste zitting van de VN-Mensenrechtenraad. Daarmee loopt het dossier nu langs verschillende sporen: de Zuid-Koreaanse strafrechtelijke procedure, nationale mensenrechtencontrole, internationale mensenrechtenorganisaties, diplomatieke aandacht en het VN-systeem.
Bronnen:
Human Rights Without Frontiers, Freedom of Religion and Expression in South Korea: International Concerns and Perspectives, Seoul, 7 augustus 2026, inclusief locatie, deelnemende organisaties, religievrijheidsdossiers en internationale voorbeelden.
Human Rights Without Frontiers, achtergrondinformatie over Hans Noot, Thierry Valle, Michael Langhans, Massimo Introvigne en Márk Nemes.
Statement to the Government of the Republic of Korea, Seoul, 7 augustus 2026, ondertekend door Hans Noot, Massimo Introvigne, Thierry Valle, Michael Langhans en Márk Nemes.
CAP Liberté de Conscience, schriftelijke verklaring voor de 63ste zitting van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, ingediend op 5 augustus 2026.
Venerable Beopsan, Executive Chief van de Jogye Order of Korean Buddhism, steunverklaring over mensenrechten en religievrijheid.
Ryu Jae-sik, Head of Seoul Branch, Association of Korean War Veterans, steunverklaring over Lee Man-hee en Koreaanse oorlogsveteranen.
Fotodocumentatie van de internationale bijeenkomst, de ondertekende verklaring en het bezoek aan de National Human Rights Commission of Korea.
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)


