Genderdiscriminatie in 2024: digitale technologie versterkt seksisme en geweld

28 april 2025
In Brussel registreerde het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen in 2024 een recordaantal van 1.126 meldingen van genderdiscriminatie, een stijging van 6,5% vergeleken met het jaar ervoor. Deze toename weerspiegelt een groeiend bewustzijn van genderkwesties, maar ook de toenemende rol van digitale technologie en sociale media in het versterken van haatdragend gedrag en seksueel geweld. Liesbet Stevens, adjunct-directeur van het Instituut, benadrukt dat het belang van meldingen niet alleen ligt in directe hulp aan slachtoffers, maar ook in het versterken van wetgeving en preventie. Dit artikel belicht de belangrijkste trends en uitdagingen op basis van de cijfers van 2024.
Discriminatie op de werkvloer blijft dominant
Werk vormt met 30% van de meldingen het belangrijkste domein waar genderdiscriminatie wordt gerapporteerd. Vooral moederschap en gezinsverantwoordelijkheden leiden tot ongelijke behandeling. Bijna de helft van de meldingen over werk gaat over discriminatie van (toekomstige) ouders, zoals benadeling vanwege zwangerschap of het combineren van werk met kinderopvang. Deze cijfers tonen aan dat de strijd voor gelijke kansen op de arbeidsmarkt nog lang niet gestreden is. Vrouwen worden hierdoor vaak beperkt in hun carrière, terwijl werkgevers soms onvoldoende maatregelen nemen om een inclusieve omgeving te creëren.
Digitaal seksueel geweld explodeert
Een opvallende stijging is te zien in meldingen over seksueel strafrecht, met 263 gevallen in 2024, een toename van 30% ten opzichte van 2023. Deze meldingen, die 23% van het totaal uitmaken, betreffen vooral de niet-consensuele verspreiding van seksuele inhoud, ook bekend als wraakporno, met 168 gevallen. Daarnaast groeit sextortion, waarbij slachtoffers worden gechanteerd met intieme beelden, met 92 meldingen in 2024. Andere vormen, zoals voyeurisme, ongewenste naaktfoto’s en deepnudes, komen ook steeds vaker voor. De digitalisering van de samenleving maakt het voor daders eenvoudiger om anoniem te opereren, terwijl slachtoffers langdurige psychologische en sociale schade ondervinden.
Haatdragend gedrag neemt toe op sociale media
Naast seksueel geweld ziet het Instituut een verdubbeling van meldingen over haatdragend gedrag, met 147 gevallen in 2024. Hiervan hadden 134 meldingen betrekking op haatzaaiende uitlatingen, voornamelijk op sociale media, maar ook via andere kanalen zoals televisie, radio of gedrukte media. Seksistische opmerkingen en oproepen tot discriminatie of geweld tegen specifieke groepen zijn hier voorbeelden van. De snelheid en anonimiteit van digitale platforms versterken deze problematiek, waardoor slachtoffers vaak machteloos staan tegenover de snelle verspreiding van schadelijke inhoud.
Wie maakt melding?
Vrouwen vormen met 47% de grootste groep melders, gevolgd door mannen met 34%. Mensen met een niet-binaire of niet-gespecificeerde genderidentiteit vertegenwoordigen 6% van de meldingen, terwijl 13% afkomstig is van rechtspersonen, zoals organisaties of bedrijven. Deze verdeling laat zien dat genderdiscriminatie een breed spectrum van de samenleving raakt, maar dat vrouwen nog steeds onevenredig zwaar worden getroffen, vooral in gevallen van digitaal geweld.
Een oproep tot waakzaamheid
Het Instituut benadrukt dat de rol van technologie in gendergerelateerd geweld de komende jaren waarschijnlijk verder zal toenemen. De mogelijkheid om snel inhoud te creëren en te verspreiden, gecombineerd met een gevoel van anonimiteit, verlaagt de drempel voor daders. Liesbet Stevens pleit voor een collectieve verantwoordelijkheid. Overheden, sociale mediaplatforms en gespecialiseerde instellingen moeten samenwerken om dit geweld aan te pakken, maar ook burgers spelen een cruciale rol. Het herkennen en melden van ongepast gedrag, en het ondersteunen van slachtoffers, zijn essentiële stappen om de impact van gendergerelateerd geweld te beperken, zowel online als offline.
Concrete stappen en successen
Het Instituut biedt slachtoffers ondersteuning via het hulpportaal hulp.igvm.be, waar meldingen vertrouwelijk worden behandeld. Daarnaast werkt het samen met organisaties zoals de Zorgcentra na Seksueel Geweld (ZSG) en initiatieven zoals Club No Abuse, dat nachtclubs betrekt bij het creëren van een veiliger nachtleven. Op wetgevend vlak zijn er ook stappen gezet. In 2024 leidde een zaak in Luik tot de veroordeling van een man die websites beheerde voor de verspreiding van wraakporno, een signaal dat justitie dit soort misdrijven serieus neemt. Verder publiceerde het Instituut een studie over een universeel en automatisch alimentatiestelsel, om economisch geweld tegen eenoudergezinnen aan te pakken.
Vooruitblik naar een inclusievere samenleving
De cijfers van 2024 laten een dubbel beeld zien: enerzijds groeit het bewustzijn en durven meer mensen discriminatie te melden, anderzijds blijven structurele problemen zoals werkgerelateerde ongelijkheid en digitaal geweld hardnekkig. Door meldingen te stimuleren en wetgeving te versterken, wil het Instituut niet alleen slachtoffers helpen, maar ook de samenleving als geheel veranderen. Het werk van Véronique De Baets en Sofie Roelandt, perscontacten van het Instituut, zorgt ervoor dat deze boodschap breed wordt verspreid. Een waakzame en solidaire samenleving is de sleutel tot een toekomst waarin gendergelijkheid geen uitzondering, maar de norm is.
Bronnen
- Bericht Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, 28 april 2025
- Website Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen: http://igvm-iefh.belgium.be
- Nieuwsbericht News.belgium.be, 25 september 2024
- Artikel Het Nieuwsblad, 1 juni 2021
- Artikel VRT NWS, 20 april 2020
Andy Vermaut


