Herdenking in Mechelen houdt namen van gedeporteerden levend

16 november 2025
Herdenking aan de voormalige Dossin kazerne in Mechelen
Op zondag 16 november 2025 vond aan de voormalige Dossin kazerne in Mechelen de Nationale Dag van de Joodse Martelaar van België plaats. Het ging om de 66ste Nationale Bedevaart, die dit jaar in het teken stond van de 80ste verjaardag van het begin van de deportaties van Joden en Roma uit België en de 82ste verjaardag van de deportatie van de Joodse bevolking van België naar Frankrijk.
Reeds om 10.45 uur waren de zitplaatsen ingenomen en hing er op de binnenplaats van de voormalige kazerne een merkbare stilte. Nabestaanden, overlevenden, jongeren, vertegenwoordigers van organisaties en tal van genodigden verzamelden op een plek die onlosmakelijk verbonden blijft met razzia’s, treintransporten en lange lijsten met namen. In de weken voorafgaand aan de plechtigheid waren genodigden uitgenodigd om hun aanwezigheid te bevestigen via het e-mailadres van Regina Sluszny, zodat parkeerkaarten en praktische afspraken tijdig konden worden geregeld.
Rituelen, bloemen en namen
De plechtigheid werd geopend door Max Haberman, zoon van een gedeporteerde en voorzitter van de Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België – Dochters en Zonen der Deportatie. In zijn inleiding plaatste hij de Nationale Bedevaart in de lange reeks herdenkingen die sinds de oorlog worden gehouden, maar hij verwees ook naar het huidige klimaat waarin antisemitisme en racisme opnieuw zichtbaar zijn.
Daarna klonk het geluid van de sjofar, de ramshoorn, geblazen door rabbijn Samuel Pinson, rabbi van de Israëlitische groep Ukkel-Vorst. De klank brak door de stilte en gaf het startsein voor een reeks rituele momenten. Zes nagedachtenisvlammen werden aangestoken als verwijzing naar de miljoenen vermoorde Joden, maar ook als concreet teken voor de families die tot op vandaag met lege stoelen en onafgemaakte verhalen leven.
Bij de gedenkplaat voor Roma en Sinti die vanuit België werden vervolgd, vond een afzonderlijke hulde plaats. In stilte werden bloemen neergelegd, in aanwezigheid van vertegenwoordigers en sympathisanten die duidelijk wilden maken dat ook deze geschiedenis blijvend aandacht verdient. Vervolgens trokken kinderen van verschillende scholen naar de voormalige deportatiesporen. Met bloemen in de hand legden zij die neer langs de rails, terwijl vooraan kransen werden neergelegd bij de vroegere ingang van de kazerne.
Een van de meest ingetogen momenten was de voorlezing van namen van gedeporteerden en verzetsstrijders. Naam na naam klonk over de binnenplaats. Voor vele aanwezigen ging het om familieleden of bekenden. Door die namen hardop uit te spreken, kregen mensen die destijds tot nummers waren gereduceerd opnieuw een duidelijke plaats in het verhaal dat daar wordt verteld.
Getuigenissen en toespraken met blik op vandaag
In het sprekersgedeelte nam Kristof Calvo, waarnemend burgemeester van Mechelen, als eerste het woord. Hij stond stil bij de rol van Mechelen als vertrekpunt van deportatietreinen, maar ook bij de verantwoordelijkheid van een hedendaagse stad om haat en ontmenselijking tegen te gaan. Zijn interventie maakte duidelijk dat herdenking niet alleen terugkijken betekent, maar ook kijken naar beslissingen die vandaag worden genomen in de publieke ruimte en in het beleid.
Daarna volgden vertegenwoordigers van de Federatie van de Joodse Jeugd van België. Zij spraken vanuit het perspectief van jongeren die opgroeien met verhalen over de Shoah en tegelijk geconfronteerd worden met hedendaagse spanningen. In hun bijdrage klonk de oproep om onderwijs niet te beperken tot jaartallen en cijfers, maar jongeren naar historische plaatsen te brengen en hen in contact te laten komen met getuigen en tastbare sporen.
Veel aanwezigen werden zichtbaar geraakt door de getuigenis van Eli Ringer, een oud-ondergedoken kind. Hij beschreef hoe de vervolging tijdens zijn kinderjaren zijn verdere leven vormde en hoe keuzes van buren, vrienden en onbekenden het verschil konden maken tussen leven en dood. Zijn verhaal bracht de grote historische gebeurtenissen terug tot het niveau van één kind dat moest onderduiken en afhankelijk werd van het handelen van anderen.
Daarna nam Judith Kronfeld, secretaris-generaal van de Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België – Dochters en Zonen der Deportatie, het woord. Zij ging in op de manier waarop families tot op vandaag de gevolgen van de deportaties voelen, niet alleen in rouw, maar ook in de manier waarop herinnering binnen gezinnen wordt doorgegeven. De nood aan blijvend werk rond educatie en herdenking liep als rode draad door haar bijdrage.
Het gebed El Malei Rahamim werd uitgesproken door Sam Spiegel, zoon van een gedeporteerde. Rabbijn Samuel Pinson reciteerde het Kaddis. De religieuze tekst zorgde voor een stil moment waarin verdriet en herinnering centraal stonden, zonder retoriek, in een sfeer van ingetogenheid.
Op het einde van de plechtigheid werden de Brabançonne, Hatikvah en het Joodse Partizanenlied gezongen door leerlingen van het vijfde en zesde leerjaar van de Beth Aviv school. Zij stonden onder leiding van Annie Szwertag en Hélène Finn en werden muzikaal begeleid door André Reinitz. De aanwezigheid van kinderen die liederen brengen op een plaats die ooit gebruikt werd om mensen op treinen te zetten, zorgde bij veel aanwezigen voor een blijvend beeld.
Brede steun en blijvende actualiteit
De organisatie van de Nationale Dag van de Joodse Martelaar van België lag bij de Vereniging van de Joodse Weggevoerden in België – Dochters en Zonen der Deportatie en de Union des Déportés Juifs en Belgique – Filles et Fils de la Déportation. Zij bedankten een lange reeks organisaties, instellingen en overheden die de plechtigheid ondersteunden.
Onder de ondersteunende partners bevonden zich onder andere het Comité Régional de Malines du 8 mai, buitenlandse diplomatieke posten zoals de ambassades van Duitsland, Hongarije en Israël, verschillende joodse verenigingen, vrouwen- en jongerenorganisaties, protestantse en evangelische kerken, studentenverenigingen en overlegplatformen tussen verschillende geloofstradities.
Een belangrijke plaats was weggelegd voor instellingen die zich bezighouden met herinneringswerk rond de Shoah en mensenrechten, waaronder Fondation Auschwitz – Mémoire d’Auschwitz, Fondation Mémorial national aux martyrs juifs de Belgique, Fondation de la Mémoire Contemporaine, Fondation du Judaïsme de Belgique, het Joods Museum van België, het Joods Museum van de Deportatie en het Verzet en Kazerne Dossin – Memoriaal en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten. Hun aanwezigheid onderstreepte dat de herdenking tegelijk historisch en actueel is.
Ook vertegenwoordigers van de federale regering, de Senaat van België, het Brussels Hoofdstedelijk Parlement, het Waals Parlement, het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel, de stad Mechelen en andere lokale besturen waren aanwezig. Door zich zichtbaar te tonen op deze herdenking gaven zij een duidelijk signaal dat de lessen van toen een plaats moeten krijgen in het beleid van vandaag.
Op de binnenplaats van de voormalige Dossin kazerne werd op zondag 16 november 2025 opnieuw duidelijk dat tachtig jaar na het begin van de deportaties dezelfde fundamentele vraag blijft liggen: hoe voorkomt een samenleving dat mensen opnieuw tot nummer of vijandbeeld worden gereduceerd, en welke rol spelen onderwijs, cultuur, politiek en lokaal engagement in die opdracht?
Tachtig jaar na het begin van de deportaties liepen opnieuw kinderen langs de sporen van de voormalige Dossin kazerne, dit keer met bloemen in de hand en met namen op papier. Net dat beeld gaf deze Nationale Dag van de Joodse Martelaar van België zijn kracht: het verleden werd niet opgeborgen in een museumzaal, maar opnieuw in de open lucht gelegd, tussen jongeren, getuigen en vertegenwoordigers van allerlei instellingen. Wie in Mechelen luisterde naar Eli Ringer, wie namen hoorde voorlezen en wie kinderen de Brabançonne, Hatikvah en het Joodse Partizanenlied hoorde zingen, vertrok naar huis met lastige vragen over antisemitisme, racisme en ontmenselijking vandaag. Die vragen blijven ook na de plechtigheid nazinderen.
Regina Sluszny als eregast
Tijdens de herdenking in Mechelen was barones Regina Sluszny een van de eregasten. Haar aanwezigheid werd door veel aanwezigen opgemerkt, niet alleen vanwege haar rol als voorzitster van het Forum voor Joodse Organisaties in Antwerpen, maar ook omdat zij voor talrijke families en overlevenden een vertrouwd aanspreekpunt is. In de gesprekken rond de kazerne en tijdens de stiltemomenten viel op hoe vaak haar naam viel wanneer mensen het hadden over steun, nabijheid en volgehouden betrokkenheid.
Haar jarenlange inzet binnen de Joodse gemeenschap, haar rustige maar kordate stijl van werken en haar bereidheid om aanwezig te zijn op moeilijke momenten, maken dat bezoekers haar zien als iemand die de verbinding tussen generaties levend houdt. Voor velen was het een geruststelling dat zij deze herdenking mee droeg, niet als formele vertegenwoordiger alleen, maar als iemand die met kennis van zaken en met menselijkheid aanwezig blijft wanneer spanningen opnieuw voelbaar worden.
Bronnen:
Persuitnodiging Nationale Dag van de Joodse Martelaar van België
Programma 66ste Nationale Bedevaart aan de voormalige Dossin kazerne te Mechelen
Andere foto’s en video’s op de Facebookpagina van indegazette.be – https://www.facebook.com/profile.php?id=61559087150908
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


