Jan Nolf fileert bewindvoeringsindustrie en pleit voor zorgvolmacht

28 november 2025
Ere-vrederechter legt pijnpunten in beschermingsmaatregel bloot
Ere-vrederechter Jan Nolf, 74 jaar, volgt het gerecht al een leven lang van dichtbij en kijkt met een kritisch oog naar alles wat met bescherming van kwetsbare burgers te maken heeft. Ook over bewindvoering spaart hij de woorden niet. Volgens hem wordt een op zich waardevolle beschermingsmaatregel nog te vaak aangetast door machtsmisbruik, overbescherming en financiële belangen. Op donderdag 11 december 2025, van 10.00 tot 12.00 uur, gaat hij daar tijdens een online Spraakmakers-webinar dieper op in, op uitnodiging van SAM steunpunt Mens en Samenleving en Sociaal.Net.
Bewindvoering speelt in het leven van volwassenen die door een verstandelijke beperking, psychische kwetsbaarheid of ouderdom moeite hebben om zelf beslissingen te nemen. Een vrederechter kan dan een bewindvoerder aanstellen die beslissingen neemt over goederen of over de persoon zelf. In het eerste geval gaat het onder meer over aankopen, rekeningen, eigendommen en spaargeld. In het tweede geval kan het gaan om keuzes over huwelijk, scheiding of het erkennen van een kind. De ingreep raakt dus rechtstreeks aan de autonomie van mensen.
Kwetsbaren in het recht
Jan Nolf was vijfentwintig jaar vrederechter en bouwde in die jaren een reputatie op als magistraat die met veel tijd en overleg naar mensen luisterde. Zijn webstek JustWatch, zijn publicaties, mediaoptredens, vonnissen en adviezen hebben één rode draad: de wil om machtsmisbruik in justitie te bestrijden en de stem van kwetsbare burgers ernstig te nemen. In 2016 kreeg hij de burgerschapsprijs omdat zijn werk volgens de jury een hoeksteen vormt van de democratische rechtsstaat.
Al in 2012 schreef hij het boek “Kwetsbaren in het recht”, waarin hij beschrijft hoe mensen die met justitie in aanraking komen het gevoel kunnen krijgen dat ze de controle over hun leven verliezen. Procedures, vaktaal en vaste gewoontes nemen het over, terwijl betrokken burgers zoeken naar houvast. In recente jaren zette hij dat werk voort met het boek “Voorzorgvolmacht en bewindvoering. Van principes naar praktijk”, waarin hij zijn eigen onderzoek naar bewindvoering bundelt. De foto’s bij het dossier zijn gemaakt door fotografe Femke den Hollander, die hem in de rechtbank en in gesprek met burgers portretteerde.
Volgens Jan Nolf raakt het begrip kwetsbaarheid niet alleen mensen met een handicap of een psychische aandoening, maar iedereen die in aanraking komt met gerechtelijke procedures. Wie een rechter nodig heeft, merkt al snel hoe ver de afstand kan zijn tussen juridische taal en het dagelijkse leven. Daardoor voelen mensen zich niet altijd thuis in het systeem dat hen hoort te beschermen.
Maatwerk als uitgangspunt, praktijk loopt achter
De huidige wetgeving rond bewindvoering vertrekt van een duidelijk uitgangspunt: elke volwassene is in principe bekwaam om zijn eigen beslissingen te nemen, ook iemand met een ernstige beperking. Wie daarvan afwijkt en bewindvoering vraagt, moet dat goed motiveren. Bewindvoering moet bovendien zo gericht mogelijk worden toegepast. De wet maakt een onderscheid tussen bewind over goederen en bewind over de persoon en laat toe om per onderdeel aan te duiden waar de bewindvoerder kan tussenkomen en waar niet.
In theorie maakt dit maatwerk mogelijk, met een zo beperkt mogelijke inperking van de autonomie. Iemand kan ondersteuning nodig hebben bij de verkoop van een huis, terwijl hij nog perfect zelf kan beslissen over dagelijkse uitgaven, afspraken of sociale contacten. Volgens Jan Nolf blijft die nuance in de praktijk echter vaak onderbelicht. Hij ziet in gegevens over bewindvoering dat vrederechters nog te vaak kiezen voor een verregaand stelsel dat veel ruimte geeft aan de bewindvoerder, terwijl een meer afgebakend mandaat voldoende zou zijn.
Dat spanningsveld merkt hij ook in de samenwerking met artsen en hulpverleners. In zijn loopbaan als vrederechter werd hij geconfronteerd met druk om strenge maatregelen te nemen, bijvoorbeeld bij discussies over gedwongen opname. De neiging om elk risico uit te sluiten leidt ertoe dat beslissingen soms verder gaan dan nodig is, met gevolgen voor de vrijheid van de betrokken persoon.
Overbescherming en controle in de zorgpraktijk
Het debat over bewindvoering staat volgens Jan Nolf niet los van bredere tendensen in de samenleving. Heerst er een cultuur waarin controle en veiligheid hoog op de agenda staan, dan sijpelt dat ook door in zorg en hulpverlening. In de geestelijke gezondheidszorg, de gehandicaptenzorg en de ouderenzorg is er vaak een reflex om risico’s te vermijden door in te grijpen en mensen in te pakken in regels, toezicht en beschermingsmechanismen.
Die houding vertrekt meestal uit zorg en goede bedoelingen, maar kan tot verregaande maatregelen leiden. Gedwongen opnames, uitgebreide camerabewaking of zwaar beveiligde woonvoorzieningen zijn daar voorbeelden van. Voor wie erin terechtkomt, is het niet evident om nog het gevoel te hebben zelf richting te geven aan het eigen leven. Jan Nolf pleit er daarom voor om terug te keren naar de kernvraag: welke bescherming is echt nodig en welke laat mensen nog ruimte om zelf beslissingen te nemen?
Hij illustreert dat met concrete ervaringen uit zijn jaren op de rechtbank. Zo vertelt hij over mensen onder bewind die bij de vrederechter komen bedelen voor een nieuwe matras, terwijl er nochtans geld op de rekening staat. Wie voor alledaagse aankopen afhankelijk is van de toestemming van een bewindvoerder, krijgt het gevoel het stuur volledig kwijt te zijn. Dat tast waardigheid en vertrouwen aan.
Familiale bewindvoering en rol van hulpverleners
De wet biedt verschillende mogelijkheden om een bewindvoerder aan te duiden. Vaak gaat het om een familielid of een vriend, dan spreekt men van familiale bewindvoering. In andere gevallen wordt een advocaat aangesteld en is er sprake van professionele bewindvoering. Volgens Jan Nolf is het logisch dat familie of naasten in veel situaties beter geplaatst zijn om beslissingen te nemen in het belang van de betrokkene, al erkent hij dat familierelaties beladen kunnen zijn.
In zijn eigen praktijk koos hij er geregeld voor om families vaker uit te nodigen als er spanningen of wantrouwen waren. Door vier keer per jaar samen rond de tafel te zitten, kon hij misverstanden wegwerken en duidelijkheid scheppen over geldzaken en beslissingen. Transparantie en overleg verminderden de kans op conflicten. Hij geeft aan dat hij in zijn lange loopbaan slechts in één dossier zware twijfels had over de goede intenties van een familiale bewindvoerder.
Bij professionele bewindvoering ligt dat volgens hem anders. Omdat er een vergoeding tegenover staat, ziet hij een groter risico op misbruik. Dat raakt ook mensen met een beperkt inkomen. Voor kleinere dossiers waarin geen eigendommen aanwezig zijn, kan de vrederechter een forfaitaire vergoeding van 1.000 euro per jaar toekennen aan de bewindvoerder. Voor vermogende personen liggen de bedragen veel hoger. Tot 1 juli 2024 ontving de bewindvoerder drie procent van de winst die jaarlijks voortvloeit uit het beheer van goederen, bijvoorbeeld via verhuur of beleggingen. De nieuwe regeling die sinds 1 juli 2024 geldt, maakt de berekening ingewikkelder en volgens Jan Nolf nog gunstiger voor professionele bewindvoerders.
Hij wijst erop dat vrederechters een sleutelrol spelen. Zij beslissen niet alleen wie bewindvoerder wordt, maar moeten ook toezicht houden op de manier waarop die zijn taak uitoefent. Hulpverleners en artsen, die vaak betrokken zijn bij de voorbereiding van een verzoek tot bewindvoering, krijgen van hem een duidelijke boodschap. Zij moeten bij elk advies stilstaan bij de gevolgen van de vakjes die zij mee aanvinken op formulieren. En zij kunnen mensen informeren over hun recht om hoger beroep aan te tekenen als zij zich niet kunnen vinden in een beslissing.
Bewindvoeringsindustrie en alarmsignalen uit het veld
In interviews en publicaties gebruikt Jan Nolf het woord “bewindvoeringsindustrie” om te beschrijven hoe bewindvoering voor sommige advocaten een verdienmodel is geworden. Hij verwijst naar cijfers waaruit blijkt dat van de ongeveer 10.000 nieuwe bewindvoeringen per jaar er naar schatting 8.000 worden toevertrouwd aan advocaten. Volgens hem maken vrederechters familieleden soms onnodig bang door te wijzen op de vermeende moeilijkheidsgraad van de administratie, of door te stellen dat alles alleen nog digitaal kan worden geregeld.
Die evolutie baart ook armoedeorganisaties zorgen. Hulpverleners signaleren dat mensen met een laag inkomen en hoge schulden bij bewindvoering terechtkomen en daar in een nog grotere afhankelijkheid belanden. In plaats van perspectief op een menswaardig leven te krijgen, voelen sommigen zich vastgezet in een regeling waarin ze hun financiën niet in eigen hand hebben en moeten toekijken hoe vergoedingen worden afgehouden. Heidi Degerickx van Netwerk tegen Armoede kondigt aan dat haar organisatie de komende jaren sterker de stem van mensen met bewindvoering wil laten horen, samen met mensen die met moeite uit zo’n traject zijn geraakt.
Voor Jan Nolf is dat onaanvaardbaar. Hij herinnert eraan dat bewindvoering een beschermingsmaatregel is en geen instrument om structurele armoede te beheren. Hij roept organisaties die mensen met een beperking of psychische kwetsbaarheid vertegenwoordigen op om hun achterban goed te informeren over hun rechten en om misbruik niet te laten passeren. Ook artsen, maatschappelijk werkers en andere eerstelijnsprofessionals krijgen de oproep om signalen ernstig te nemen en door te geven.
Zorgvolmacht als alternatief en oproep tot bewustwording
Naast de gerechtelijke bewindvoering wijst Jan Nolf op het belangrijke, maar nog te weinig bekende instrument van de zorgvolmacht. Dat is een regeling die iemand kan opstellen zolang hij handelingsbekwaam is. Daarin kan hij vastleggen wat er met zijn persoon en met zijn goederen moet gebeuren als hij later door ongeval, ziekte of ouderdom niet meer in staat is zelf beslissingen te nemen. Ook kan worden aangeduid welke persoon men in dat geval als bewindvoerder verkiest, voor het geval er toch een gerechtelijke maatregel nodig zou zijn.
Een zorgvolmacht kan met hulp van een notaris worden opgesteld, maar wie goed geïnformeerd is kan er ook zelf mee aan de slag. In het Spraakmakers-dossier kwamen eerder ook vrederechter Ann Vleminckx en notaris Hélène Goret aan het woord over dit soort keuzes. Hun inzichten sluiten aan bij de oproep van Jan Nolf om zorgvuldig met macht om te gaan en om mensen zo veel mogelijk zelf aan het stuur te laten. Volgens hem zouden vrederechters en advocaten dit instrument actiever onder de aandacht moeten brengen, zeker omdat ook justitie met werkdruk kampt.
Toch merkt hij dat er weerstand bestaat tegen deze vorm van zelfbeschikking. Hij ziet daarin een teken dat delen van de magistratuur het onderwerp bewindvoering graag onder eigen controle houden. Zijn kernboodschap blijft dat men voorzichtig en spaarzaam moet omspringen met elke vorm van macht. Gerechtelijke bescherming is nodig en waardevol, maar enkel wanneer het echt niet anders kan en op een manier die zo dicht mogelijk aansluit bij de wensen en mogelijkheden van de betrokken persoon. In dat spanningsveld wil het Spraakmakers-webinar van donderdag 11 december 2025, tussen 10.00 en 12.00 uur, verdieping bieden. Deelnemers krijgen er een overzicht van de wetgeving, praktijkvoorbeelden en handvatten om in hun eigen werkveld waakzaam te blijven voor machtsmisbruik en overbescherming.
Bronnen:
SAM steunpunt Mens en Samenleving
Sociaal.Net
JustWatch
Boek “Voorzorgvolmacht en bewindvoering. Van principes naar praktijk”
Netwerk tegen Armoede
Wolters Kluwer
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


