Jarenlang conflict rond bouwdossiers in West- en Oost-Vlaanderen

2 april 2026

Een geanonimiseerd dossier uit de bouwsector in West- en Oost-Vlaanderen werpt licht op een aanslepend conflict over bouwprojecten, plannen, werfopvolging en vergoedingen. In het geschil staat de samenwerking tussen een bouwadviseur en een architectenkantoor centraal. Wat begon als een reeks afspraken over de begeleiding van woningbouwprojecten, groeide uit tot een zware betwisting over de uitvoering van dossiers in onder meer Ieper, Krombeke, Oostende, Lievegem, Vlamertinge, Waasmunster en Sijsele.

Hoe de samenwerking was opgezet

Volgens het dossier werkte de bouwadviseur met bouwheren die al een overeenkomst hadden gesloten voor de bouw van hun woning. Daarna werd een architect betrokken om de bouwaanvraag in te dienen, de vergunningplichtige werken op te volgen en de verplichte werfbezoeken uit te voeren. Tegelijk bleef de bouwadviseur naar eigen zeggen instaan voor het eerste ontwerp, de prijsberekening, het lastenboek en de voorbereiding van het dossier.

In de samenwerking gold dat een voorontwerp binnen twee maanden moest worden aangeleverd nadat een bouwheer had ondertekend. Die termijn was volgens het dossier van belang om snel te kunnen starten, bijkomende kosten te vermijden en de afgesproken prijs vast te houden. Zodra die timing begon te schuiven, ontstonden volgens dezelfde lezing spanningen over verantwoordelijkheid en communicatie.

Verwijt van buitenspel zetten

De kern van het conflict ligt bij de stelling dat de bouwadviseur na het aanbrengen van verschillende projecten uit de verdere opvolging van sommige dossiers werd gehouden. Hij voert aan dat hij daardoor geen inzage meer had in de voortgang van bepaalde werven en dat hij niet langer werd betrokken bij de communicatie die volgens hem contractueel voorzien was.

Daardoor zouden projecten volgens het dossier niet langer via de oorspronkelijk voorziene weg zijn uitgevoerd. In die redenering leidde dat tot financieel verlies, omdat vergoedingen en commissies uitbleven op dossiers die volgens de bouwadviseur dankzij zijn tussenkomst tot stand waren gekomen.

Twist over plannen en werfverslagen

Naast de financiële discussie duiken in het dossier ook technische bezwaren op. Zo wordt aangevoerd dat er in meerdere projecten fouten zaten in uitvoeringsplannen. Het ging daarbij volgens de stukken onder meer over materiaalkeuzes, breedtes in ruimtes, dragende elementen, rolluiken, trappen en de afstemming met stabiliteitsstudies.

Ook de werfopvolging wordt zwaar betwist. De bouwadviseur stelt dat in meerdere dossiers weinig of geen werfverslagen beschikbaar waren, terwijl die volgens de afspraken en volgens de normale werkwijze wel verwacht mochten worden. Dat voedt in het dossier de vraag of alle werfbezoeken effectief zijn gebeurd zoals voorzien.

Dossiers over meerdere jaren

Het conflict beperkt zich niet tot één woning of één werf. In het dossier worden projecten opgesomd die lopen van 2019 tot 2021. Daarbij is sprake van één woning in 2019, zes woningen in 2020 en dertien woningen in 2021. Sommige dossiers waren eerder al aan andere architecten gekoppeld en zouden later zijn overgenomen.

Een van de opvallende elementen is de vermelding van drie woningen in Lievegem die in aanbouw zouden zijn geraakt terwijl de bouwadviseur stelt dat hij daarover niet langer werd ingelicht. Dat voorbeeld past volgens het dossier in een ruimer patroon waarbij de afstand tussen commerciële voorbereiding en technische uitvoering almaar groter werd.

Grotere achtergrond in de bouwsector

De betwisting wordt ook geplaatst in een bredere context van eerdere problemen met andere bouwdossiers en andere architecten. In het dossier wordt verwezen naar vroegere tuchtzaken, gerechtelijke stappen en verklaringen van bouwheren, technische medewerkers en andere betrokkenen. Daardoor krijgt de zaak een ruimer gewicht dan een louter meningsverschil tussen twee partijen.

Tegelijk toont het dossier hoe kwetsbaar de bouwketen wordt zodra snelheid, vertrouwen en opvolging tegelijk onder druk komen te staan. Een systeem dat volgens de bouwadviseur juist bedoeld was om snel te werken en zonder prijsstijging te kunnen bouwen, liep vast toen plannen, communicatie en verantwoordelijkheden uiteen begonnen te lopen.

Financiële inzet blijft zwaar

De financiële inzet is aanzienlijk. Volgens het dossier gaat het om onbetaalde of betwiste facturen, gevraagde correcties, misgelopen commissies en een schadevergoeding die volgens bepaalde afspraken kan oplopen tot een deel van de laatste meetstaatprijs. Tegelijk blijkt uit het geheel dat de bouwadviseur liever tot een regeling wil komen dan een jarenlange procedure te voeren.

Daarmee blijft vooral één vraag overeind: wie draagt in zulke bouwdossiers welke verantwoordelijkheid, en wat gebeurt er wanneer een project technisch verderloopt terwijl de commerciële opbouw ervan elders lag. Precies dat maakt dit dossier in West- en Oost-Vlaanderen zo relevant. Het gaat niet alleen over geld, maar ook over grip op een bouwproces dat voor alle betrokkenen zware gevolgen kan hebben.

Bronnen:
Dossierstukken over bouwdossiers in West- en Oost-Vlaanderen
Overeenkomsten, opvolgingsgegevens en technische stukken binnen het geanonimiseerde dossier

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)