Middencorridor groeit uit tot strategische levenslijn tussen Europa en Centraal-Azië

19 november 2025

In het Europees Parlement in Brussel schetste de Kazachse ambassadeur bij de Europese Unie Roman Vassilenko op woensdag 19 november 2025 de Middencorridor als een route die inmiddels onmisbaar wordt voor stabiliteit en duurzame groei. Tijdens een druk bijgewoonde bijeenkomst over “Strengthening EU-Kazakhstan connectivity: Prospectives and Strategic Potential of the Middle Corridor” kwam de vraag centraal te staan hoe deze transportroute uitgroeit tot een vaste schakel tussen Europa, Centraal-Azië en de ruimere Euraziatische regio.

De Middencorridor is een goederenroute die in China vertrekt en via Kazachstan en andere landen richting Europa loopt. Voor Kazachstan is het traject een kans om zich sterker te positioneren als logistiek knooppunt, voor de Europese Unie is het een aanvulling op bestaande spoor- en zeeroutes.

Kazachstan investeert in snellere en efficiëntere doorvoer

Volgens Roman Vassilenko is de Middencorridor niet alleen een extra route in het wereldwijde goederenverkeer, maar ook een praktisch voorbeeld van openheid, voorspelbaarheid en samenwerking tussen landen langs het traject. Om die rol waar te maken werkt Kazachstan aan verregaande vernieuwing van zijn infrastructuur.

Het gaat onder meer om de modernisering van spoorwegen, het uitbreiden van havenfaciliteiten en het digitaliseren van douaneprocedures. Daardoor moet doorvoer via Kazachstan sneller verlopen, minder vertraging oplopen en beter aansluiten bij internationale standaarden. De ambassadeur maakte duidelijk dat zijn land bereid is nauw samen te werken met de Europese Unie en andere partners in de regio, met het doel nieuwe routes in Eurazië vooral vanuit samenwerking te organiseren en niet als strijd om invloed.

Tien jaar versterkt partnerschap tussen Europese Unie en Kazachstan

Het debat viel samen met de tiende verjaardag van de Enhanced Partnership and Cooperation Agreement tussen de Europese Unie en Kazachstan. In die periode zijn de economische banden intensiever geworden en heeft de Europese Unie zich ontwikkeld tot belangrijkste handelspartner van het Centraal-Aziatische land.

De Europese Unie neemt ongeveer 30 procent van de buitenlandse handel van Kazachstan voor haar rekening en is goed voor circa 40 procent van de buitenlandse investeringen. In 2024 bedroeg het handelsvolume tussen beide partijen rond 44 miljard Amerikaanse dollar, een stijging van ongeveer 4 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Europese investeringen lagen in datzelfde jaar in de buurt van 10 miljard dollar. Voor de deelnemers aan het debat zijn dit geen abstracte cijfers, maar een aanwijzing dat de Middencorridor een rol speelt in de manier waarop beide partners hun economische relatie verder willen uitbouwen.

Naast goederenstromen gaat het ook om uitwisseling van ideeën, cultuur en economische samenwerking. De aanwezigen wezen erop dat Kazachstan zich stap voor stap presenteert als een centraal logistiek knooppunt in de regio.

Geopolitieke druk en zoektocht naar alternatieve routes

De Duitse Europarlementariër Sergey Lagodinsky, voorzitter van de delegatie naar de Euronest Parlementaire Vergadering, schetste hoe de geopolitieke omgeving in korte tijd veranderd is. De oorlog van Rusland tegen Oekraïne en spanningen elders in de wereld maken duidelijk dat een sterke afhankelijkheid van één noordelijke spoorroute door Rusland of één kwetsbaar zeegebied niet langer houdbaar is.

Voor Europa is volgens hem de les helder: er is behoefte aan meer verschillende routes, partners en logistieke keuzes. In dat kader ziet hij Kazachstan en de Middencorridor niet langer als een curiositeit aan de rand van het beleid, maar als onderdeel van een soort strategische verzekering voor de Europese Unie. De vraag naar alternatieve trajecten is aanwezig en groeit, stelde hij, en de uitdaging ligt erin de route voldoende betrouwbaar en betaalbaar te maken.

Lagodinsky koppelde de discussie over infrastructuur aan een bredere vraag: welk type handelsroute wil Europa ondersteunen? Gaan landen akkoord met trajecten waar weinig transparantie is, een hoge CO2-voetafdruk en een grote blootstelling aan politieke druk? Of kiezen zij voor routes die helder zijn georganiseerd, inzetten op verduurzaming en aansluiten bij een internationale orde gebaseerd op regels? In een wereld die door oorlog en spanningen verandert, ziet hij het transport tussen Europa en Centraal-Azië steeds nadrukkelijker als onderdeel van strategische veiligheid.

Politieke en institutionele steun in Brussel

Gastheer van de bijeenkomst was de Bulgaarse Europarlementariër Ilhan Kyuchyuk, voorzitter van de commissie juridische zaken. Hij omschreef de Middencorridor als een verkeersader die continenten dichter bij elkaar brengt, zowel economisch als politiek. Volgens hem vraagt de verdere uitwerking van de route om nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen, juist omdat er nog praktische en politieke obstakels moeten worden aangepakt.

Namens de Europese Commissie sprak Fabienne van den Eede, plaatsvervangend hoofd van de eenheid voor Centraal-Azië en Afghanistan. Zij stelde dat het bij de uitbouw van nieuwe transportroutes niet alleen gaat om infrastructuur op de kaart, maar ook om duurzame partnerschappen op lange termijn. Tegelijkertijd wees zij op bestaande knelpunten, zoals administratieve vertragingen en tekortschietende capaciteit op bepaalde trajecten. Daar kan de Europese Unie volgens haar technische kennis en financiële instrumenten inzetten om verbeteringen mogelijk te maken.

Samuel Vesterbye, directeur van de European Neighbourhood Council, schetste hoe geopolitieke druk wereldwijd het handelsverkeer en routes onder spanning zet. In zijn analyse kan de Middencorridor helpen die druk op te vangen. Hij vond het bovendien van belang om de route niet uitsluitend te zien als een doorgang tussen Europa en Centraal-Azië, maar ook als een regionale structuur met eigen dynamiek en belangen.

Financiering, rechtszekerheid en rol van Kazachstan

Ook de rol van financiers kwam aan bod. Jasmin Ploner, principal manager bij het EBRD EU Representative Office, verwees naar recent onderzoek van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Daaruit komt naar voren dat helderheid en voorspelbaarheid voor de private sector essentieel zijn. Bedrijven investeren pas grootschalig in infrastructuur en logistiek als regels stabiel zijn, procedures duidelijk en doorlooptijden in de praktijk haalbaar.

Van Kazachstaanse zijde nam parlementslid Aigul Kuspan, voorzitter van de commissie voor internationale zaken, defensie en veiligheid in het parlement van Kazachstan, het woord. Zij verwacht dat de Middencorridor een belangrijke rol zal spelen in de toekomstige relatie tussen haar land en de Europese Unie. Volgens haar gaat het om een eigentijdse variant van de historische Zijderoute, die kan zorgen voor snellere, veiligere en efficiëntere handelsroutes tussen oost en west.

Kuspan, voormalig ambassadeur van Kazachstan in België en Luxemburg, onderstreepte dat beter vervoer tussen oost en west alleen haalbaar is als landen samen werken aan infrastructuur, procedures en investeringen. Een goed functionerende route moet volgens haar zowel economisch rendabel zijn als voldoen aan hoge veiligheids- en kwaliteitsnormen.

Kansen en hindernissen volgens experts

Het debat werd gemodereerd door Alberto Turkstra, Centraal-Aziëkenner en projectdirecteur bij het in Brussel gevestigde tijdschrift en denktank Diplomatic World. Hij wees op de grote kansen die de Middencorridor biedt voor handel en logistiek tussen Europa en Centraal-Azië, maar ook op de reële hindernissen die nog in de weg staan voordat deze mogelijkheden volledig kunnen worden benut.

Tijdens de uitwisseling kwam naar voren dat technische verbeteringen, betere coördinatie tussen landen en bijkomende investeringen nodig blijven om van de route een volwaardige handelsader te maken. Tegelijkertijd kwam naar voren dat de Middencorridor voor Kazachstan een manier is om zijn positie als regionaal logistiek centrum te versterken, terwijl de Europese Unie bekijkt hoe deze route past in haar bredere beleid om risico’s te spreiden en strategische transportlijnen te versterken.

In Brussel groeide zo het besef dat de Middencorridor niet louter een transittraject is, maar ook een instrument om economische banden, politieke dialoog en praktische samenwerking tussen Europa en Centraal-Azië verder vorm te geven.

De bijeenkomst, die werd georganiseerd door de Renew Europe-fractie in het Europees Parlement, bracht beleidsmakers, diplomaten, Europese instellingen en denktanks samen rond één vraag: hoe kan de Middencorridor uitgroeien tot een betrouwbare, betaalbare en toekomstbestendige route tussen Europa en Centraal-Azië?

De deelnemers kwamen niet tot één slotconclusie, maar maakten wel duidelijk dat de volgende jaren beslissend worden voor de schaal en de manier waarop de Middencorridor wordt uitgerold.

De discussie in Brussel maakt duidelijk hoe snel de relatie tussen de Europese Unie en Kazachstan evolueert: met ongeveer 44 miljard dollar aan handel in één jaar en een Europees aandeel van circa 40 procent in de buitenlandse investeringen staat er veel op het spel. De Middencorridor staat symbool voor de keuze van Europese en Kazachse beleidsmakers tussen het aanhouden van oude routes of het gericht investeren in nieuwe trajecten door Centraal-Azië, met duidelijke afspraken over transparantie, duurzaamheid en rechtszekerheid. Voor lezers die de ontwikkelingen in Eurazië volgen, laat dit debat zien hoe Kazachstan zich als logistieke draaischijf positioneert en hoe de Europese Unie stap voor stap bepaalt welke plaats deze route in haar bredere strategie krijgt.

Bronnen:
Ambassade van Kazachstan bij de Europese Unie
Europees Parlement
Renew Europe
Europese Commissie
European Neighbourhood Council
EBRD EU Representative Office
Diplomatic World

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)