Vernietigde pantservoertuigen en raketsporen maakten van Kiev zelf mijn eerste journalistieke dossier

8 september 2026
Ik had de beelden gezien. Natuurlijk had ik ze gezien. Zoals miljoenen anderen. Uitgebrande voertuigen. Verwrongen staal. Gebouwen die na een raketaanval niet meer op gebouwen lijken. Namen van gesneuvelden. Foto’s. Kaarten. Video’s. Nieuwsbeelden die je aanklikt, bekijkt en daarna weer wegveegt. Maar niets had mij voorbereid op het moment waarop die afstand verdween. Op dinsdag 8 september 2026 liep ik door Kiev en stond het vernietigde Russische oorlogsmaterieel plots niet meer op mijn scherm. Het stond voor mij. Zwaar. Roestend. Verwrongen. Echt. Een paar meter verder liep het dagelijkse stadsleven gewoon door. Mensen passeerden. Auto’s reden. Telefoons gingen. En ik stond daar als journalist van Indegazette.be met het gevoel dat mijn hoofd te veel tegelijk probeerde te verwerken. De internationale groep waarmee ik deelnam aan de studiereis binnen CORRECTIV.Europe trok onder begeleiding van Yanina Korniienko van Slidstvo.Info langs Mykhailivska Square, de Wall of Remembrance bij St Michael’s, Lukianivska en Podil. Maar al na de eerste halte voelde ik dat dit geen gewone stadswandeling zou worden. Kiev zelf werd het eerste journalistieke dossier. De bewijsstukken lagen niet in een map. Ze stonden in openlucht. Ze zaten in muren. In beschadigingen. In foto’s. In namen. En hoe verder ik liep, hoe moeilijker het werd om nog te doen alsof ik alleen maar observeerde.
Op Mykhailivska Square stond de oorlog plots voor mijn neus
Vernietigd Russisch militair materieel op een openbaar plein. Ik had die zin gemakkelijk kunnen schrijven vanuit België. Maar hier voelde iedere letter anders. Voor mij stond geen illustratie bij een artikel. Geen still uit een video. Geen beeld dat ik kon vergroten en weer sluiten. Dit staal had werkelijk deel uitgemaakt van een oorlog. Ik keek naar de beschadigingen en voelde hoe mijn blik bleef hangen op details die een foto nooit volledig kan overbrengen. Metaal dat vervormd was. Delen die hun oorspronkelijke vorm verloren hadden. Een machine gebouwd voor oorlog, nu bewegingloos tussen mensen die hun dag voortzetten. Ik voelde een koude rilling door mijn lichaam trekken. Niet omdat iemand mij iets dramatisch vertelde. De machine vertelde genoeg. Mijn journalistieke instinct zei: kijken. Details onthouden. Context begrijpen. Mijn menselijke instinct zei iets veel eenvoudigers: dit heeft echt gereden. Dit heeft echt deel uitgemaakt van oorlog. Iemand heeft hierin gezeten.

Ik liep dichterbij en voelde mijn maag samentrekken
Misschien was het de nabijheid die alles veranderde. Vanop afstand kan vernietigd militair materieel bijna abstract worden. Je ziet een voertuig, een wrak, een oorlogssymbool. Wanneer je ernaast staat, begint je verbeelding tegen je te werken. Hoe klonk het voordat dit metaal stilviel? Wie zat erin? Wat gebeurde hieraan vooraf? Waar reed het? Wat zag iemand van binnenuit? Wat gebeurde er in de seconden voordat staal zo werd verwrongen? Ik kende die antwoorden niet en ik wilde ze ook niet verzinnen. Maar precies dat gebrek aan antwoorden maakte het beeld huiveringwekkend. Een journalist moet oppassen met wat hij invult. Toch kan een mens zijn gedachten niet altijd stoppen. Ik voelde hoe de stilte van het vernielde materieel bijna luider werd naarmate ik langer keek.

En ondertussen liep Kiev er gewoon langs
Dat contrast raakte mij misschien nog harder dan het wrak zelf. De oorlog stond midden in de stad, maar de stad had geleerd eromheen te bewegen. Mensen moesten ergens naartoe. Er waren afspraken. Werk. Boodschappen. Telefoons. Levens die niet onbeperkt kunnen wachten tot een oorlog voorbij is. Ik keek naar voorbijgangers en vroeg mij af hoeveel keer zij hier al waren gepasseerd. Voor mij was dit een beeld dat zich onmiddellijk in mijn geheugen brandde. Voor hen kon het ondertussen onderdeel van het stedelijke landschap zijn geworden. Dat idee vond ik bijna ondraaglijk. Hoe vaak moet een mens langs oorlog lopen voordat hij leert doorlopen?
Toen kwamen we bij een muur waar cijfers ophielden te bestaan
De Wall of Remembrance bij St Michael’s veranderde de sfeer opnieuw. Hier was geen verwrongen staal nodig om de oorlog tastbaar te maken. Hier waren namen. Gezichten. Mensen. Oorlogsverslaggeving is genadeloos afhankelijk van cijfers. Zoveel doden. Zoveel gewonden. Zoveel aanvallen. Zoveel gebouwen beschadigd. Cijfers zijn noodzakelijk omdat journalisten omvang moeten tonen. Maar cijfers beschermen je ook. Ze creëren afstand. Een getal heeft geen ogen. Een statistiek heeft geen familie. Een percentage heeft geen jeugdherinneringen. Een naam wel. En wanneer namen naast elkaar beginnen te verschijnen, wanneer foto’s gezichten geven aan wat in internationale berichtgeving vaak wordt samengevat als ‘slachtoffers’, valt die afstand weg.
Ik merkte dat ik langzamer begon te lopen
Mijn ogen gingen van foto naar foto, van naam naar naam. Ik kon onmogelijk ieder levensverhaal kennen. Misschien was precies dat wat mij zo raakte. Iedere foto vertegenwoordigde een volledig leven waarvan ik slechts enkele seconden een gezicht zag. Iemand had deze mensen gekend. Iemand had met hen gegeten. Gelachen. Ruzie gemaakt. Toekomstplannen gemaakt. Op een journalistiek scherm wordt oorlog soms onvermijdelijk samengeperst tot gebeurtenissen. Aan die muur voelde oorlog opnieuw als wat hij werkelijk is: een optelsom van levens die niet meer verdergingen zoals gepland.
De muur deed iets wat geen statistiek ooit kan
Ze dwong mij om mijn blik niet te snel te laten doorglijden. Hier kon je niet comfortabel denken in geopolitieke termen. Geen frontlijnen. Geen strategische kaarten. Geen percentages terreinwinst. Geen militaire analyse. Alleen mensen. Ik voelde hoe de journalist in mij cijfers wilde contextualiseren, maar hoe de mens in mij gewoon even stil wilde zijn. Het was alsof de muur zelf een grens trok: tot hier kun je analytisch blijven, vanaf hier moet je erkennen dat achter ieder cijfer iemand zat die voor iemand anders onvervangbaar was.
Mijn keel voelde droog en ik wist even niet wat ik moest noteren
Dat gebeurt zelden. Als journalist wil je altijd vastleggen wat relevant is. Namen, observaties, context, opvallende details. Maar soms voelt schrijven bijna ongepast. Niet omdat journalistiek hier geen plaats heeft, integendeel. Juist deze plaatsen moeten worden gedocumenteerd. Maar ik voelde hoe groot het verschil is tussen registreren en consumeren. Een herdenkingsplaats is geen decor voor een spectaculair artikel. Het is geen achtergrond voor een foto waarmee je jezelf belangrijk maakt. Dat besef hield mij tegen. Ik wilde kijken zonder in te nemen. Begrijpen zonder te reduceren. Schrijven zonder mensen te veranderen in materiaal.
Daarna kwam Lukianivska en werd de oorlog opnieuw fysiek
In Lukianivska zagen we locaties waar raketaanvallen sporen hadden nagelaten in burgerlijke delen van Kiev. Opnieuw dat woord: burgerlijk. Het klinkt bijna technisch. Tot je naar een plek kijkt waar mensen wonen of gewoond hebben. Waar iemand wakker werd. Waar boodschappen lagen. Waar kinderen misschien uit het raam keken. Waar deuren opengingen naar keukens en slaapkamers. Een beschadigd gebouw kan voor een fotograaf een sterk beeld zijn. Voor de mensen die er wonen is het geen sterk beeld. Het is hun huis. Misschien hun straat. Hun herinneringen. Hun zekerheid.
Ik voelde mijn hartslag opnieuw stijgen toen ik naar de schade keek
Niet omdat er op dat moment gevaar was. Maar omdat mijn hoofd automatisch probeerde terug te rekenen naar het moment waarop die schade ontstond. Een gebouw beschadigt niet vanzelf. Een muur krijgt geen raketsporen door ouderdom. Er is een vóór en een na. Een fractie waarin alles verandert. Ik keek naar beton, ramen, gevels en beschadigingen en voelde hoe eenvoudig een menselijk leven plots kwetsbaar wordt wanneer oorlog een burgerwijk binnendringt. Een slaapkamer is gebouwd om te slapen. Een keuken om te eten. Een straat om naar huis te gaan. Geen enkele van die ruimtes is gemaakt om oorlog te weerstaan.
Plots werd ieder beschadigd raam een vraag
Wie woonde daar? Was iemand thuis? Werd iemand wakker van de inslag? Hoe lang duurt het voordat je na zoiets opnieuw normaal naar een raam kunt kijken? Het waren vragen waarop ik geen antwoord had. En opnieuw moest ik mezelf als journalist afremmen. Niet iedere beschadiging vertelt zonder onderzoek precies wat er gebeurde. Niet ieder beeld geeft het volledige verhaal. Maar tegelijk kon ik mijn emotionele reactie niet uitschakelen. Ik voelde mijn maag opnieuw samenknijpen. Niet door een dramatisch verhaal dat iemand mij vertelde, maar door de banaliteit van burgerlijke architectuur die oorlogsschade droeg.
Dit was geen slagveld zoals mensen zich een slagveld voorstellen
Geen loopgraven voor mijn voeten. Geen tanks die op dat moment reden. Geen soldaten die schoten. Dat was juist wat het zo beklemmend maakte. Het waren gewone stedelijke ruimtes. De soort plaatsen waar je normaal nooit nadenkt over militaire dreiging. Oorlog had hier geen toestemming gevraagd om binnen te komen. Ze had geen rekening gehouden met de oorspronkelijke functie van een gebouw. Een woning blijft voor een raket geen woning. Dat besef voelde bijna misselijkmakend eenvoudig.
Yanina Korniienko leidde ons door een stad die zelf getuige was geworden
De wandeling werd geleid door Yanina Korniienko van Slidstvo.Info. Dat gaf alles nog een tweede laag. Zij was niet zomaar een gids die ons monumenten en wijken liet zien. Zij kwam uit een journalistieke omgeving waarin onderzoek, verificatie en verantwoordelijkheid centraal staan. Terwijl wij buiten de zichtbare gevolgen van oorlog bekeken, wist ik dat achter die zichtbare werkelijkheid een nog moeilijkere taak lag: reconstrueren wat werkelijk gebeurde. Wie deed wat? Wanneer? Met welk bewijs? Welke informatie kan worden geverifieerd? Welke getuigenissen ondersteunen elkaar? Wat is propaganda? Wat kan journalistiek verantwoord als feit worden gepubliceerd?
De stad liet de gevolgen zien. De journalistiek moest daarna oorzaken en verantwoordelijkheid zoeken
Dat verschil werd tijdens de wandeling steeds scherper. Iedereen kan naar een beschadigd gebouw kijken. Dat maakt iemand nog geen onderzoeksjournalist. Het journalistieke werk begint juist daarna. Welke aanval veroorzaakte deze schade? Welk wapensysteem werd gebruikt? Wat weten onafhankelijke bronnen? Zijn er beelden van het moment zelf? Zijn er getuigen? Kunnen tijd en locatie worden vastgesteld? Wie beweert verantwoordelijkheid? Wat is bevestigd? Wat is nog onzeker? Mijn hoofd begon opnieuw in journalistieke modus te draaien. Emotie zegt: kijk wat verschrikkelijk. Journalistiek moet daarna vragen: wat weten we precies?
En juist daar begint de moeilijkste discipline: geloven wat je ziet, maar niet méér beweren dan je kunt bewijzen
Oorlog creëert een gevaarlijke illusie. Schade lijkt soms vanzelf te vertellen wat gebeurde. Maar een foto kan geen volledig dossier vervangen. Een gebouw kan beschadigd zijn zonder dat de foto alleen bewijst wanneer, hoe of door wie. Dat verschil is cruciaal. Ik voelde hoe de werkelijkheid mij emotioneel raakte en tegelijkertijd journalistiek tot voorzichtigheid dwong. Misschien is dat wel de essentie van oorlogsjournalistiek: diep geraakt worden en toch weigeren je conclusie vooruit te laten lopen op het bewijs.
Podil gaf mij plots ademruimte — en juist daardoor voelde alles nog vreemder
Daar was opnieuw een andere Kiev. Historische gebouwen. Stadse dynamiek. Bewoners. Verkeer. Een wijk die niet gereduceerd kan worden tot oorlog. Ik merkte dat mijn lichaam bijna opluchtte bij het zien van een normalere stedelijke omgeving. En onmiddellijk voelde ik hoe vreemd die gedachte was. Alsof ik onbewust verwachtte dat een stad in oorlog overal zichtbaar beschadigd moet zijn. Natuurlijk is dat niet zo. Mensen wonen niet permanent in nieuwsbeelden. Ze leven in echte steden. Met mooie wijken. Winkels. Werk. Geschiedenis. Architectuur. Verkeer. Liefde. Ruzie. Verveling. Alles wat een stad een stad maakt.
Kiev weigerde zich te laten reduceren tot puin
Dat vond ik belangrijk. Misschien zelfs essentieel. Een oorlogsstad uitsluitend tonen via verwoesting kan ook een vervorming worden. Kiev is meer dan wat Russische raketten hebben beschadigd. Meer dan militair materieel. Meer dan herdenkingsplaatsen. De stad leeft. En juist dat levende karakter maakte de littekens die we eerder zagen misschien nog aangrijpender. Een beschadigd gebouw is indrukwekkender wanneer je beseft hoeveel normaal leven eromheen doorgaat.
Ik keek naar mensen en vroeg mij af hoeveel verhalen ik niet kon zien
Misschien had iemand die langs mij liep die nacht slecht geslapen. Misschien kende iemand een naam op de herdenkingsmuur. Misschien werkte iemand gewoon zijn boodschappenlijst af. Je weet het niet. Een stad is vol onzichtbare verhalen. Voor een journalist is die gedachte bijna frustrerend. Je wilt begrijpen. Je kunt nooit alles begrijpen. Je krijgt fragmenten. Een plein. Een muur. Een beschadigd gebouw. Een gesprek. Een blik. En uit die fragmenten probeer je een werkelijkheid zorgvuldig te reconstrueren.
De angst van eerder die dag zat nog steeds in mijn lichaam
De veiligheidsbriefing over luchtalarm en shelters was nog vers. Terwijl ik door de stad liep, keek ik daardoor anders dan ik normaal zou doen. Ik keek naar gebouwen en dacht niet alleen aan architectuur. Ik dacht ook aan veiligheid. Ik hoorde geluiden scherper. Mijn telefoon bleef binnen handbereik. Er was geen alarm. Er gebeurde niets dat ik hier dramatischer hoef te maken. Maar het bewustzijn dat de veiligheidssituatie kon veranderen, liep onzichtbaar met mij mee. Daardoor kreeg ieder zichtbaar spoor van eerdere aanvallen een extra lading. Dit waren geen historische overblijfselen uit een afgesloten oorlog. Het conflict was niet voorbij.
Een vernietigd voertuig is stil. Maar mijn hoofd werd er luid van
Ik bleef terugdenken aan Mykhailivska Square. Aan het metaal. Aan hoe dichtbij ik stond. Aan de vreemde botsing tussen oorlogsmaterieel en gewone stedelijke beweging. Je zou denken dat een wrak stilte uitstraalt. Bij mij gebeurde het tegenovergestelde. Mijn hoofd vulde zich met vragen. Hoe kwam het hier terecht? Welke weg had het afgelegd? Welke gebeurtenissen gingen eraan vooraf? Wat was feitelijk bekend en wat alleen veronderstelling? Het voertuig zelf gaf geen antwoorden. Dat is precies waarom journalistiek nodig is.
Een herdenkingsmuur spreekt zacht, maar laat je nauwelijks ontsnappen
Ook die beelden bleven terugkomen. De namen. De gezichten. Ik merkte dat ze moeilijker van mij af te schudden waren dan de beelden van het militair materieel. Misschien omdat een kapot voertuig uiteindelijk een object blijft. Een naam was iemand. Een foto was iemand. En ineens voelde ik opnieuw hoe gevaarlijk het kan zijn wanneer oorlogsberichtgeving slachtoffers reduceert tot statistiek. Cijfers zijn noodzakelijk, maar ze mogen nooit de illusie creëren dat de doden onderling verwisselbaar zijn.
Ik begon te begrijpen waarom deze wandeling vóór de onderzoeksredactie kwam
Buiten zagen we wat oorlog achterlaat. Binnen zou journalistiek moeten uitleggen wat werkelijk gebeurd is. Buiten kon mijn lichaam reageren. Binnen moest mijn verstand opnieuw de leiding nemen. Die overgang voelde bijna symbolisch. Eerst de confrontatie. Daarna de methode. Eerst kijken. Daarna controleren. Eerst voelen. Daarna bewijzen.
Kort daarna stapten we Slidstvo.Info binnen
En precies op dat moment veranderde mijn hele blik op de wandeling. Wat ik buiten had gezien, waren geen eindpunten van verhalen. Ze waren mogelijke beginpunten van vragen. Een onderzoeksredactie moet verder kijken dan het zichtbare. Verwrongen staal is een gevolg. Een beschadigd gebouw is een gevolg. Een herdenkingsmuur is een gevolg van levens die eindigden. Journalistiek moet proberen terug te lopen door de keten. Wat gebeurde? Wie wist wat? Welke beslissingen werden genomen? Welke documenten bestaan? Welke beelden kunnen worden gecontroleerd?
Daar voelde ik opnieuw die druk op mijn borst: stel dat je één verkeerde conclusie trekt
Hoe dichter journalistiek bij oorlogsmisdaden komt, hoe zwaarder dat risico wordt. Beschuldigingen kunnen enorme gevolgen hebben. Beelden kunnen worden gemanipuleerd. Getuigen kunnen zich vergissen. Overheden kunnen propaganda verspreiden. Sociale media kunnen halve waarheden versnellen. Een journalist mag zich niet laten meeslepen omdat de zichtbare schade emotioneel overtuigend is. Juist dan moet je moeilijker worden. Kritischer. Trager.
De stad had mij emotioneel geraakt. De redactie zou mij dwingen rationeel te blijven
Dat voelde bijna als twee tegengestelde opdrachten. Kijk naar de namen en voel dat dit mensen waren. Kijk naar de schade en begrijp dat hier levens zijn geraakt. Maar zodra je gaat schrijven: bewijs wat je beweert. Benoem onzekerheid. Controleer bronnen. Maak onderscheid tussen wat je zelf zag en wat iemand zegt dat eraan voorafging. De waarheid verdient empathie, maar ze verdraagt geen slordigheid.
Op dat moment voelde journalistiek zwaarder dan ooit
Een journalist heeft geen uniform. Geen pantser. Geen wapen. Uiteindelijk hebben we vragen, bronnen, beelden, documenten en woorden. Dat lijkt weinig wanneer je voor vernietigd militair materieel staat. Maar woorden bepalen mede hoe gebeurtenissen worden herinnerd. Een fout kan jaren blijven circuleren. Een zorgvuldig vastgesteld feit kan later onderdeel worden van een historisch of juridisch dossier. Daardoor voelde mijn notitieboek ineens zwaarder dan papier.
Kiev was niet langer een stad die ik bezocht
Het werd een plaats die mij voortdurend vragen stelde. Hoe beschrijf je oorlog zonder haar te romantiseren? Hoe maak je de verschrikking voelbaar zonder menselijke ellende uit te buiten? Hoe toon je beschadigde burgerwijken zonder ze te veranderen in spektakel? Hoe schrijf je over doden zonder hun namen te reduceren tot effect? En hoe blijf je kritisch wanneer emoties je bijna dwingen onmiddellijk conclusies te trekken?
Ik voelde dat mijn ogen moe werden, maar ik wilde blijven kijken
Dat is het vreemde aan zo’n journalistieke wandeling. Een deel van jezelf wil op een bepaald moment afstand. Een ander deel zegt: je bent hiervoor gekomen. Kijk. Luister. Onthoud. Niet uit sensatiezucht, maar omdat je later moet kunnen vertellen wat nabijheid doet met een verhaal. Op televisie duurt een shot soms enkele seconden. Wanneer je zelf voor de plek staat, bestaat er geen regisseur die naar het volgende beeld snijdt.
De stad gaf mij geen pauzeknop
Mykhailivska Square bleef in mijn gedachten terwijl ik bij de herdenkingsmuur stond. De namen bleven in mijn hoofd terwijl ik naar beschadigde stedelijke ruimte keek. Die schade liep mee naar Podil. Alles begon zich op te stapelen. Niet als één dramatisch moment, maar als lagen. Metaal. Namen. Gebouwen. Mensen. Verkeer. Geschiedenis. Oorlog. Normaliteit. Journalistiek. Juist die opeenstapeling maakte het zo intens.
Misschien is dat hoe oorlog werkelijk een stad binnendringt: niet als één beeld, maar als duizenden lagen
Een wrak op een plein. Een naam op een muur. Een litteken in een gevel. Een procedure voor luchtalarm. Een journalist die weet waar een shelter ligt. Een inwoner die gewoon naar zijn werk gaat. Een onderzoeksredactie die documenten controleert. Geen enkel element vertelt het volledige verhaal. Samen maken ze duidelijk hoe diep oorlog in het leven van een stad kan kruipen.
Aan het einde van de wandeling voelde ik mij niet moediger
Ik voelde mij vooral kleiner. Vooraf dacht ik dat ik naar Kiev kwam om bij te leren over onderzoeksjournalistiek. Dat deed ik ook. Maar de stad zelf gaf mij eerst een hardere les. Ze liet mij zien hoeveel makkelijker het is om over oorlog te schrijven dan om zelfs maar een fractie van haar fysieke sporen van dichtbij te zien. En ik wist dat dit nog altijd niets was vergeleken met wat inwoners zelf hadden meegemaakt.
Ik stond daar als bezoekende journalist. Zij leven hiermee.
Die gedachte vrat aan mij. Mijn keel voelde droog. Mijn hoofd zat vol beelden. Mijn lichaam droeg nog de spanning van eerder die dag. Maar ik wist dat ik uiteindelijk terug naar België kon. Mensen die dagelijks langs deze plekken liepen konden de oorlog niet simpelweg achterlaten door een trein te nemen. Dat verschil maakte het onmogelijk om van deze wandeling alleen een spannend journalistiek avontuur te maken.
Toch voelde het alsof ik midden in een oorlogsroman was beland
Met één gigantisch verschil: niemand had dit geschreven. Geen auteur had het vernietigde materieel daar neergezet om spanning te creëren. Niemand had de namen op de herdenkingsmuur bedacht. Niemand had raketsporen in burgerwijken verzonnen om de lezer bij de keel te grijpen. Dit waren geen plotpunten. Dit waren gevolgen. En juist daarom kwamen ze harder binnen dan fictie ooit zou kunnen.
Er was geen hoofdstuk dat ik kon overslaan
Geen pagina die ik kon dichtklappen. Geen zin waarna een schrijver mij geruststelde dat het allemaal verzonnen was. Ik stond zelf op het plein. Ik liep zelf langs de muur. Ik zag zelf de beschadigde stedelijke omgeving. Ik voelde zelf hoe mijn lichaam reageerde.
Mijn eerste journalistieke dossier in Kiev zat niet in een computer
Het lag voor mij. In staal. In beton. In foto’s. In namen. In straten waar mensen gewoon verder moesten leven. En toen ik uiteindelijk de redactie van Slidstvo.Info binnenstapte, wist ik dat de moeilijkste vraag nog moest beginnen. Niet: wat heb ik gezien? Maar: wat kan ik bewijzen over wat ik heb gezien?
Dat is de grens waar journalistiek begint
Iedereen kan geschokt zijn. Iedereen kan naar een wrak kijken. Iedereen kan een beschadigd gebouw fotograferen. Iedereen kan geraakt worden door een muur vol namen. Maar een journalist moet daarna verder. Wie? Wat? Waar? Wanneer? Hoe? Met welk bewijs? Welke bron? Welke onzekerheid? Welke verantwoordelijkheid?
En precies toen begreep ik waarom Kiev zelf het eerste dossier moest zijn
Voor je documenten analyseert, moet je begrijpen wat er achter documenten schuilgaat. Voor je slachtoffers tot cijfers maakt, moet je namen zien. Voor je over oorlogsmaterieel schrijft, moet je beseffen dat dat staal ergens door mensen werd bestuurd. Voor je over raketaanvallen schrijft, moet je naar een straat kijken waar mensen probeerden te wonen. Voor je over oorlogsjournalistiek spreekt, moet je beseffen dat iedere zin uiteindelijk over echte levens gaat. Ik voelde nog steeds de spanning in mijn lichaam toen ik verderging. Het verwrongen staal bleef voor mijn ogen. De namen bleven in mijn hoofd. De beschadigde gebouwen bleven hangen. En boven alles bleef één gedachte knagen: hier kon ik niets wegklikken. Kiev was geen beeld meer op mijn scherm. Kiev stond recht voor mij. En de stad zelf had mijn eerste journalistieke dossier geopend.
Bronnen:
Study Visit to Kyiv Programme – European Investigative Journalists — CORRECTIV.Europe Network
Slidstvo.Info – https://www.slidstvo.info/en/about/
CORRECTIV.Europe – https://correctiv.org/en/europe/
Andy Vermaut +32499357495
Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.


