Oud-kolonel Roger Housen waarschuwt in Oudenburg voor een wereldorde onder druk

2 juni 2026

Tijdens de avond met oud-kolonel Roger Housen op maandag 1 juni 2026, om 20.00 uur, in cultuurcomplex Ipso Facto aan de Marktstraat 25 in Oudenburg, botste de journalist van indegazette.be op het ergste wat een journalist tijdens een lezing kan overkomen. De opname van de hele avond liep vast door een vol geheugen op de gsm. Daardoor ging de geluidsopname verloren en kon geen geluidstranscriptie worden gemaakt. Deze analyse is daarom zeker geen perfecte weergave van de avond. Daarvoor wenst indegazette.be zich uitdrukkelijk te verontschuldigen. Dit had niet mogen gebeuren, maar als compensatie heb ik ter plaatse 4 boeken gekocht Schemer-oorlog van Kolonel Roger Housen waarvan ik er drie zal weggeven aan onze lezers die een mailtje sturen met hun adres naar denktankcarmenta@gmail.com met vermelding lezing Kolonel Roger Housen. Dit kan tot en met 6 juni 2026. Toch werd getracht om de lezing zo correct mogelijk te reconstrueren op basis van wat ter plaatse werd gehoord, onthouden, gefotografeerd en nadien inhoudelijk gecontroleerd in de mate dat ik dit ook kan. De avond maakte deel uit van ’t Praatcafé by Kameliejon en droeg de titel De geopolitieke storm in Europa. Housen bracht een brede veiligheidsanalyse waarin Oekraïne, Rusland, Iran, de Verenigde Staten, China, Afrika, Groenland, energiebevoorrading en Europese veiligheid niet als losse dossiers werden gezien, maar als onderdelen van één grotere machtsverschuiving.

Een avond over macht, tijd en draagkracht

De lezing in Oudenburg ging niet over één oorlog en ook niet over één dreiging. Housen plaatste de oorlog in Oekraïne in een groter kader van geopolitieke spanning, economische druk, energiezekerheid, militaire uithouding en internationale invloed. Zijn betoog draaide rond een centrale vaststelling: oorlog wordt vandaag niet alleen beslist door wapens aan het front, maar ook door productiecapaciteit, financiële reserves, handelsroutes, politieke wil, maatschappelijke draagkracht en het vermogen om lange tijd pijn te verdragen. Daarmee werd de avond geen klassieke opsomming van nieuwsfeiten, maar een poging om te begrijpen waarom conflicten blijven aanslepen en waarom Europa niet langer kan rekenen op de oude zekerheden van de voorbije decennia. De oorlog in Oekraïne, de dreiging rond Iran, de kwetsbaarheid van energiebevoorrading, de positie van China en de veranderende rol van de Verenigde Staten kwamen samen in één grotere vraag: hoe moet Europa zich organiseren in een wereld waarin macht opnieuw openlijker wordt gebruikt?

Oekraïne als plaats waar Europese veiligheid wordt getest

Oekraïne werd in de analyse niet alleen voorgesteld als een land in oorlog, maar als een plaats waar de Europese veiligheidsorde wordt getest. De Russische inval raakt aan de vraag of grenzen in Europa opnieuw met geweld kunnen worden verlegd. Ze raakt ook aan de vraag of een grootmacht opnieuw mag bepalen welke politieke en militaire keuzes buurlanden mogen maken. Voor Rusland is Oekraïne geen gewone buur. Het land heeft voor Moskou een historische, militaire, strategische en psychologische betekenis. Voor Europa is Oekraïne evenmin een ver dossier. De oorlog bepaalt mee de defensie-uitgaven, de energieveiligheid, de diplomatieke koers, de verhouding met de Verenigde Staten en het vertrouwen in internationale afspraken. Housen maakte duidelijk dat Oekraïne daarom niet mag worden bekeken als een plaatselijk conflict aan de rand van Europa. Het is een frontlijn waar het principe van soevereiniteit en veiligheid in Europa onder druk staat.

De frontlijn beweegt traag, de kost loopt op

Een van de krachtigste onderdelen van de analyse was de verhouding tussen terreinwinst en menselijke kost. De oorlog in Oekraïne wordt vaak gevolgd via kaarten, dorpen, loopgraven en namen van plaatsen die van eigenaar wisselen. Housen wees echter vooral op het trage tempo van de terreinverschuivingen tegenover de enorme inzet die daarvoor nodig is. Dat beeld wordt ook bevestigd door open bronnen. Het Institute for the Study of War berekende dat Rusland in 2024 ongeveer 3.604 vierkante kilometer Oekraïens grondgebied had veroverd, wat neerkomt op ongeveer 0,8 procent van Oekraïne. Russia Matters meldde in mei 2026 op basis van ISW-data zelfs periodes waarin Rusland netto terrein verloor. Zulke cijfers moeten voorzichtig worden gelezen, omdat oorlogssituaties snel wijzigen en data afhankelijk zijn van de gebruikte methode. Toch ondersteunen ze de grote lijn van Housens redenering: Rusland kan lokaal vooruitgang boeken, maar de prijs per kilometer blijft zeer hoog.

Een uitputtingsoorlog zonder snelle uitweg

De kern van de oorlog lijkt daardoor steeds minder te liggen in snelle manoeuvres en steeds meer in uitputting. Rusland probeert Oekraïne en het Westen uit te putten door tijd, massa, bombardementen, mobilisatie en voortdurende druk. Oekraïne probeert stand te houden door westerse steun, technologische aanpassing, droneoorlog, aanvallen op logistiek en een hoge motivatie bij de verdediging van het eigen grondgebied. In zo’n oorlog telt niet alleen wie terrein wint, maar wie de oorlog politiek, economisch en menselijk het langst kan dragen. Housen maakte duidelijk dat dit voor Europa een ongemakkelijke vaststelling is. Als de oorlog lang blijft duren, moet ook Europa langdurig kunnen leveren, financieren, beslissen en uitleggen waarom steun nodig blijft. Vermoeidheid aan westerse kant is voor Rusland een strategische kans. Volhouden wordt daardoor zelf een vorm van afschrikking.

Russische verliezen als strategische factor

De menselijke verliezen aan Russische kant vormden een belangrijk onderdeel van de analyse. Verschillende ramingen lopen uiteen, maar internationale bronnen spreken over zeer hoge aantallen Russische doden en gewonden sinds het begin van de grootschalige invasie. Russia Matters verwees in 2026 naar ramingen van ongeveer 1,2 miljoen Russische militaire slachtoffers, met forse onzekerheidsmarges en verschillen tussen bronnen. Zulke cijfers zijn moeilijk exact te controleren. Toch verandert dat weinig aan de strategische betekenis: Rusland aanvaardt een verliesniveau dat voor veel Europese samenlevingen politiek bijna ondenkbaar zou zijn. Dat zegt iets over de manier waarop Moskou oorlog voert, maar ook over de kwetsbaarheid van democratische landen die in lange conflicten afhankelijk zijn van publieke steun, parlementaire goedkeuring en mediabeeldvorming. Housen plaatste menselijke verliezen daardoor niet alleen in een militair kader, maar ook in een politiek en maatschappelijk kader.

Russische economie tussen kracht en slijtage

Ook de Russische economie kreeg een centrale plaats. De Russische economie is niet ingestort na de sancties, maar dat betekent niet dat ze gezond is. De World Bank stelde dat de Russische groei in 2025 sterk vertraagde tegenover 2024. Reuters meldde begin juni 2026 dat de Russische economie na sterke oorlogsgedreven groei duidelijk was afgekoeld, met druk door sancties, hoge rentevoeten, een sterke roebel, droneaanvallen op infrastructuur en beperkte nieuwe groeimotoren. Dat past bij het beeld van een oorlogseconomie die op korte termijn productie kan opdrijven, maar op langere termijn te maken krijgt met tekorten aan arbeidskrachten, dure kredieten, dalende investeringen en toenemende afhankelijkheid van overheidsuitgaven. Housen liet verstaan dat dit de kernvraag is: niet of Rusland vandaag oorlog kan voeren, maar hoelang het dit niveau van oorlogsinspanning kan aanhouden zonder dat de binnenlandse druk te groot wordt.

Oorlogseconomie als tijdelijk voordeel en risico

Een oorlogseconomie kan misleidend sterk lijken. Fabrieken draaien, defensiebedrijven krijgen orders, lonen in sommige sectoren stijgen en het bruto binnenlands product kan groeien door militaire uitgaven. Maar dat soort groei is niet hetzelfde als duurzame welvaart. Geld dat naar oorlog gaat, gaat niet naar scholen, gezondheidszorg, burgerlijke infrastructuur of productieve investeringen voor de toekomst. Hoge rentevoeten kunnen inflatie bestrijden, maar maken krediet duur voor bedrijven en gezinnen. Dalende reserves beperken de manoeuvreerruimte. Tekorten aan arbeidskrachten drukken op civiele sectoren. Housen zette de Russische economie daarom niet neer als een ingestorte economie, maar als een systeem dat onder druk blijft functioneren. Dat onderscheid is belangrijk. Rusland is niet zwak genoeg om de oorlog snel te moeten stoppen, maar ook niet sterk genoeg om onbeperkt zonder kost door te gaan.

De rol van sancties en aanpassing

Sancties kwamen in de lezing naar voren als een factor die niet onmiddellijk alles beslist, maar wel langdurig knaagt. Rusland heeft zich aangepast via alternatieve markten, schaduwvloten, omwegen, binnenlandse productie en nauwere banden met landen buiten het Westen. Tegelijk verhogen sancties de kosten, beperken ze toegang tot technologie, bemoeilijken ze investeringen en duwen ze Rusland sterker richting China. Dat laatste is dubbel. China helpt Rusland economisch overleven, maar maakt Rusland ook afhankelijker. Een land dat zichzelf als grootmacht ziet, komt daardoor in een ongemakkelijke positie terecht: militair agressief tegenover Europa, maar economisch steeds afhankelijker van Aziatische afzet, technologie en diplomatieke ruimte. Housen leek te willen tonen dat Rusland door de oorlog misschien terrein wil winnen, maar tegelijk strategische autonomie verliest.

Oekraïne vecht ook achter de frontlijn

Een ander belangrijk deel van de analyse ging over de manier waarop Oekraïne niet alleen aan het front vecht. Oekraïne probeert ook de Russische oorlogscapaciteit dieper in het achterland te raken. Daarbij gaat het om brandstof, raffinaderijen, spoorwegen, opslagplaatsen, terminals, pijpleidingen, luchtmachtinfrastructuur en andere logistieke knooppunten. Die aanpak past in een moderne oorlog waarin bevoorrading even belangrijk is als de loopgraaf zelf. Wie brandstof, munitie, communicatie en transport raakt, kan de slagkracht aan het front verminderen zonder elke meter terrein rechtstreeks te moeten veroveren. Housen maakte daarmee duidelijk dat oorlog steeds meer een strijd om netwerken is. De frontlijn is zichtbaar, maar de echte kwetsbaarheden liggen vaak verder weg: bij depots, havens, energie-installaties, spoorlijnen en besluitvormingscentra.

Iran als tweede groot drukpunt

Naast Oekraïne stond Iran centraal als voorbeeld van een actor die met beperkte middelen grote gevolgen kan veroorzaken. Iran kan militair niet op dezelfde schaal optreden als de Verenigde Staten, maar beschikt wel over regionale netwerken, raketten, drones, bondgenoten en vooral strategische ligging. De Straat van Hormuz werd in de analyse gezien als een hefboom met wereldwijde betekenis. Volgens de Amerikaanse Energy Information Administration is Hormuz een van de belangrijkste olieknelpunten ter wereld. De EIA meldde dat in de eerste helft van 2025 naar schatting 23,2 miljoen vaten olie per dag door een van de grote mondiale olieknelpunten stroomden, terwijl de IEA in 2026 de scherpe daling van stromen door Hormuz in verband bracht met de toenemende druk op de energiemarkt. De precieze cijfers variëren naargelang periode en meetmethode, maar de strategische conclusie blijft dezelfde: wie Hormuz onder druk zet, raakt niet alleen schepen, maar de wereldeconomie.

Hormuz en de prijs van onzekerheid

De Straat van Hormuz toont hoe kwetsbaar de wereldwijde economie blijft. Zelfs wanneer een doorgang niet volledig wordt afgesloten, kan dreiging al voldoende zijn om verzekeringskosten, transportprijzen, olieprijzen en onzekerheid te doen stijgen. Dat raakt olie en gas, maar ook kunstmest, plastic, synthetisch rubber, chemische producten, verf, schoonmaakproducten, bouwmaterialen en voedselprijzen. Housen gebruikte Hormuz als voorbeeld van asymmetrische macht. Een actor hoeft niet sterker te zijn in klassieke militaire zin om toch zware kosten op te leggen. Dreiging, vertraging, sabotage, controle van smalle doorgangen en risico op escalatie kunnen volstaan om markten in beweging te brengen. Voor Europa is dat een harde les. Energiezekerheid is geen technisch onderwerp, maar een kernstuk van veiligheidspolitiek.

Militaire actie en politieke uitkomst

Een rode draad door de lezing was het verschil tussen militaire winst en politieke winst. Housen wees erop dat het uitschakelen van een leider of het winnen van een veldslag niet hetzelfde is als het bereiken van een stabiele politieke uitkomst. Die gedachte geldt voor Iran, maar ook voor eerdere westerse interventies in Irak, Afghanistan en elders. Een leger kan doelen raken, infrastructuur vernietigen en leiders uitschakelen, maar daarmee verdwijnen de onderliggende machtsstructuren, overtuigingen, netwerken en belangen niet automatisch. De vraag is dus niet alleen of een militaire actie lukt, maar wat er daarna gebeurt. Wie bestuurt? Wie vult het machtsvacuüm? Wie draagt de kosten? Wie wint politiek bij de chaos? Housen plaatste militaire macht daardoor in een bredere strategische logica. Wapens kunnen veel, maar niet alles.

Donald Trump en Europese verantwoordelijkheid

De Amerikaanse factor speelde een belangrijke rol. De aankondiging van de lezing stelde al dat de Amerikaanse veiligheidsparaplu boven Europa niet langer vanzelfsprekend is. Housen plaatste de Amerikaanse president Donald Trump in dat kader als een figuur die Europa bewuster heeft gemaakt van de noodzaak om eigen verantwoordelijkheid op te nemen. Dat hoeft niet te worden gelezen als eenzijdige kritiek, maar als een strategische vaststelling. Europa kan niet langer veronderstellen dat Washington altijd dezelfde prioriteit geeft aan Europese veiligheid. De Verenigde Staten kijken ook naar China, de Indo-Pacific, binnenlandse politiek, migratie, economie en eigen strategische belangen. Voor Europa betekent dit dat defensie, industrie, munitieproductie, cyberveiligheid en militaire mobiliteit geen bijzaak meer zijn. Ze worden voorwaarden voor geloofwaardige veiligheid.

Groenland als symbool van nieuwe machtskaart

Groenland kwam naar voren als voorbeeld van een gebied dat jarenlang voor veel Europeanen ver weg leek, maar nu opnieuw strategisch belangrijk is. Het ligt tussen Noord-Amerika, Europa en de Arctische regio. Door nieuwe vaarroutes, grondstoffen, militaire infrastructuur, radarcapaciteit en de nabijheid van Rusland krijgt Groenland een plaats in de machtsberekening van grootmachten. De discussie over Amerikaanse belangstelling voor Groenland toont dat invloedspolitiek niet alleen Russisch is. Ook de Verenigde Staten, China en Europese landen kijken naar toegang, routes, grondstoffen en militaire positie. Het Noordpoolgebied wordt daardoor steeds minder een randzone en steeds meer een strategisch knooppunt. Housen gebruikte dit om te tonen dat de wereldkaart opnieuw wordt gelezen vanuit macht en bereikbaarheid.

Poetins zoektocht naar een invloedssfeer

In de analyse van Housen was Poetin niet alleen bezig met Oekraïne, maar met het herstel van een Russische invloedssfeer. Dat betekent dat Rusland opnieuw wil afdwingen dat landen in zijn omgeving rekening houden met Moskou, ook als zij formeel soeverein zijn. Die gedachte is oud, maar krijgt vandaag nieuwe vorm. Oekraïne, Georgië, Moldavië, de Kaukasus, Centraal-Azië en delen van Oost-Europa worden daardoor strategisch gevoelige regio’s. Voor Rusland gaat het om bufferzones en grootmachtstatus. Voor de betrokken landen gaat het om vrijheid en veiligheid. Voor Europa gaat het om het basisprincipe dat soevereine staten niet tot speelstukken van een buurland mogen worden herleid. Dat maakt het conflict met Rusland fundamenteel. Het gaat niet alleen om waar de grens loopt, maar om wie het recht heeft om grenzen en keuzes te bepalen.

Afrika als terrein van invloed en instabiliteit

Afrika kwam in de lezing naar voren als een gebied waar invloed, instabiliteit en strategische belangen elkaar raken. West-Afrika, met landen zoals Mali, Niger en Tsjaad, is de voorbije jaren belangrijk geworden door militaire staatsgrepen, jihadistische dreiging, antiwesterse gevoelens, Russische invloed en de teruglopende positie van Frankrijk en Europa. Oost-Afrika en de Hoorn van Afrika zijn belangrijk door de Rode Zee, de toegang tot de Indische Oceaan, de nabijheid van het Midden-Oosten en de maritieme routes naar Europa en Azië. Voor Europa is Afrika geen randdossier. Instabiliteit daar kan gevolgen hebben voor migratie, veiligheid, grondstoffen, energie, terrorismebestrijding en handel. Housen liet daarmee zien dat Europese veiligheid niet stopt aan de oostgrens van de Europese Unie. Ze loopt ook via de Sahel, de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Indische Oceaan.

China als stille zwaartekracht

China werd in de analyse niet noodzakelijk neergezet als een actor die overal zichtbaar op de voorgrond staat, maar wel als een macht die door haar economische gewicht overal meespeelt. Rusland heeft China nodig als afzetmarkt, leverancier en diplomatieke tegenmacht tegen het Westen. Afrika heeft China nodig als investeerder en infrastructuurpartner. Europa heeft China nodig als handelspartner, maar ziet tegelijk de risico’s van afhankelijkheid. De Verenigde Staten zien China als de belangrijkste strategische uitdager. Daardoor schuift China als stille zwaartekracht door bijna elk geopolitiek dossier. In Oekraïne speelt China via zijn houding tegenover Rusland. In Groenland en de Arctische regio speelt China via grondstoffen en routes. In Afrika speelt China via infrastructuur en leningen. In de Indo-Pacific speelt China via militaire aanwezigheid en druk op Taiwan. Voor Europa betekent dit dat veiligheid en economie niet meer los van elkaar kunnen worden bekeken.

De Indo-Pacific en de verschuiving van Amerikaanse aandacht

De Indo-Pacific vormt voor de Verenigde Staten een centraal strategisch gebied. China, Taiwan, Japan, Zuid-Korea, India, Australië, de Zuid-Chinese Zee en de handelsroutes van de Stille en Indische Oceaan bepalen mee waar Washington zijn aandacht, middelen en militaire planning op richt. Dat heeft directe gevolgen voor Europa. Als de Verenigde Staten meer aandacht naar Azië moeten verplaatsen, neemt de druk op Europa toe om zelf meer verantwoordelijkheid te dragen. Housen plaatste dit vermoedelijk in het bredere kader van Europese veiligheid: Europa kan niet alleen vragen wat Amerika voor Europa doet, maar moet ook vragen wat Europa zelf kan dragen als Amerika tegelijk elders wordt uitgedaagd. Dat is geen theoretische discussie. Het raakt aan munitievoorraden, luchtverdediging, zeemacht, cyberveiligheid, defensie-industrie en politieke besluitvorming.

Waar machtsplaten tegen elkaar schuiven

Een van de sterkste beelden uit de avond was de gedachte dat het onrustig wordt waar geopolitieke machtsplaten tegen elkaar schuiven. Oekraïne is zo’n plaats. Daar botsen Russische invloedspolitiek en westerse veiligheidsprincipes. Hormuz is zo’n plaats. Daar raken Iran, de Golfstaten, de Verenigde Staten, China, energiehandel en mondiale markten elkaar. De Sahel is zo’n plaats. Daar kruisen lokale instabiliteit, Russische invloed, Europese belangen en jihadistische netwerken. De Noordpool is zo’n plaats. Daar komen Rusland, de Verenigde Staten, Canada, Denemarken, Groenland, grondstoffen en nieuwe routes samen. De Indo-Pacific is zo’n plaats. Daar botsen Chinese ambities, Amerikaanse aanwezigheid en de belangen van bondgenoten. Housen maakte daarmee duidelijk dat de huidige wereld niet één crisis kent, maar meerdere contactzones waar druk kan omslaan in conflict.

De terugkeer van het machtspolitieke denken

De lezing maakte duidelijk dat het optimisme van de jaren na de Koude Oorlog voorbij is. Lange tijd leefde in Europa de gedachte dat handel, instellingen, verdragen en economische afhankelijkheid oorlog minder waarschijnlijk zouden maken. Die gedachte is niet verdwenen, maar ze is zwaar beschadigd. Rusland gebruikt militair geweld. Iran gebruikt regionale hefboomwerking. China bouwt macht op via economie, technologie en militaire aanwezigheid. De Verenigde Staten herdefiniëren hun belangen. Afrika zoekt nieuwe partners. De Noordpool wordt opnieuw gelezen als strategische ruimte. Europa moet daardoor opnieuw machtspolitiek leren begrijpen, zonder zijn eigen waarden op te geven. Dat is een moeilijke opdracht. Wie alleen moreel spreekt, wordt strategisch kwetsbaar. Wie alleen machtspolitiek denkt, verliest zijn normatieve kompas. Europa moet beide samenbrengen.

Europa tussen afhankelijkheid en autonomie

Voor Europa was de les van de avond helder. Het continent heeft te lang geleefd in een veiligheidsomgeving waarin de Verenigde Staten de zwaarste last droegen, energie relatief goedkoop was en oorlog ver weg leek. Die periode is voorbij. Europa moet nadenken over defensie-industrie, eigen munitieproductie, luchtverdediging, maritieme veiligheid, energiezekerheid, strategische communicatie, cyberweerbaarheid en politieke eensgezindheid. Dat betekent niet dat Europa de band met de Verenigde Staten moet loslaten. Integendeel. Maar een sterke alliantie vraagt ook dat Europa een geloofwaardige partner is. Wie zelf weinig draagt, heeft minder invloed op de keuzes van anderen. Housen bracht daarmee een ongemakkelijke maar noodzakelijke boodschap: Europese veiligheid moet opnieuw ernstig worden genomen als structurele opdracht.

De burger betaalt mee de prijs van geopolitiek

Een belangrijk punt is dat geopolitiek niet ver van de burger staat. Energieprijzen, rente, inflatie, defensiebudgetten, belastingen, voedselprijzen, migratiedruk, cyberaanvallen en economische onzekerheid komen uiteindelijk terecht bij gezinnen, bedrijven en lokale besturen. Wanneer Hormuz onder druk staat, kan dat invloed hebben op brandstofprijzen en productiekosten. Wanneer Rusland Oekraïne blijft aanvallen, stijgen de Europese defensie-inspanningen. Wanneer Afrika instabieler wordt, groeit de druk op migratie en veiligheid. Wanneer China en de Verenigde Staten botsen, kan dat gevolgen hebben voor handel en technologie. De lezing in Oudenburg maakte duidelijk dat internationale veiligheid niet langer een onderwerp is voor diplomaten alleen. Ze raakt aan het dagelijkse leven.

Waarom lokale duiding nodig blijft

Dat een lezing over wereldpolitiek plaatsvond in Oudenburg, is daarom relevant. Internationale veiligheid lijkt vaak een onderwerp voor hoofdsteden, ministeries en internationale instellingen. Toch hebben lokale lezers nood aan begrijpelijke duiding. Wat in Oekraïne gebeurt, raakt ook de energiefactuur, de defensiebegroting en de politieke keuzes in België. Wat in Hormuz gebeurt, kan de prijs van transport en productie beïnvloeden. Wat in Afrika gebeurt, kan gevolgen hebben voor migratie en veiligheid. Wat in Groenland en de Noordpool gebeurt, raakt de machtspositie van bondgenoten. Door deze thema’s lokaal te bespreken, wordt de wereldkaart minder abstract. Ze wordt een instrument om te begrijpen waarom beslissingen ver weg ook dichtbij gevolgen hebben.

Een lezing zonder makkelijke geruststelling

De avond met Roger Housen was geen geruststellend verhaal. De reconstructie wijst op een analyse waarin de komende jaren vooral gekenmerkt worden door druk, onzekerheid en herpositionering. Rusland is niet verslagen. Oekraïne is niet gebroken. Europa is niet machteloos, maar moet wel kiezen. De Verenigde Staten blijven essentieel, maar zijn niet onbeperkt beschikbaar. China wordt steeds belangrijker. Iran kan via Hormuz de wereldeconomie raken. Afrika en de Noordpool schuiven hoger op de strategische agenda. De wereld beweegt niet naar één eenvoudige tegenstelling, maar naar een situatie waarin verschillende machtscentra tegelijk hun invloed willen vergroten. Dat maakt beleid moeilijker en fouten gevaarlijker.

De kern van Housens waarschuwing

De kern van de waarschuwing was dat Europa niet mag blijven denken alsof veiligheid vanzelf komt. Veiligheid vraagt voorbereiding, middelen, samenwerking en politieke wil. Ze vraagt ook een bevolking die begrijpt waarom defensie, energiezekerheid en strategische autonomie opnieuw belangrijk zijn. Housen leek niet te pleiten voor paniek, maar voor realisme. De wereld wordt harder, en wie dat niet onder ogen ziet, wordt afhankelijk van de keuzes van anderen. De oorlog in Oekraïne toont wat er gebeurt wanneer afschrikking faalt. Hormuz toont hoe smalle doorgangen grote gevolgen kunnen hebben. Rusland toont hoe lang een staat pijn kan verdragen als het politieke systeem daarop is gebouwd. China toont hoe economische macht strategische macht wordt. Europa moet daar antwoorden op formuleren.

Tijd als beslissende factor

Tijd liep als een rode draad door de hele avond. Rusland rekent op tijd om het Westen moe te maken. Iran gebruikt tijd om druk te laten wegen en onderhandelingen te rekken. China gebruikt tijd om macht op te bouwen. Europa verliest tijd wanneer het beslissingen uitstelt. Oekraïne koopt tijd met mensenlevens en westerse steun. De Verenigde Staten wegen tijd af tegen verkiezingen, binnenlandse prioriteiten en wereldwijde verplichtingen. In die zin is tijd zelf een wapen geworden. Wie tijd heeft, kan wachten. Wie geen tijd heeft, moet sneller beslissen. De vraag is dus niet alleen welke wapens Europa heeft, maar ook of Europa snel genoeg denkt, beslist en produceert.

Van Oudenburg naar de wereldkaart

De avond in Ipso Facto bracht de wereldkaart naar Oudenburg. Dat klinkt groot, maar het is precies wat de lezing relevant maakte. Een lokale zaal werd even een plaats waar Oekraïne, Hormuz, Groenland, Afrika, Rusland, China en de Verenigde Staten in één verhaal samenkwamen. Niet omdat al die dossiers hetzelfde zijn, maar omdat ze allemaal tonen dat macht opnieuw ruimtelijk wordt gedacht. Wie controle heeft over routes, havens, grondstoffen, energiepunten, data, luchtverdediging en politieke bondgenoten, heeft invloed. Wie dat niet heeft, wordt kwetsbaar. De boodschap voor Europa is duidelijk: de wereld wacht niet tot het continent klaar is.

Bronnen:
Eigen reconstructie van indegazette.be op basis van aanwezigheid ter plaatse tijdens de lezing van oud-kolonel Roger Housen in Ipso Facto in Oudenburg op 1 juni 2026
Eigen foto’s van indegazette.be van de avond met oud-kolonel Roger Housen in Ipso Facto in Oudenburg
Analyse van de avond met kolonel Roger Housen in Ipso Facto in Oudenburg
Vervolg van de analyse van de avond met kolonel Roger Housen in Ipso Facto in Oudenburg
Analyse van de lezing van kolonel Roger Housen in Ipso Facto in Oudenburg
Stad Oudenburg, aankondiging De geopolitieke storm in Europa door Kol. Roger Housen
Kameliejon vzw, programma ’t Praatcafé by Kameliejon
Koortzz, De geopolitieke storm in Europa, Roger Housen
International Energy Agency, Oil Market Report
U.S. Energy Information Administration, World Oil Transit Chokepoints
World Bank, Russian Federation Macro Poverty Outlook
Reuters, berichtgeving over de Russische oorlogseconomie
Institute for the Study of War, Russian Offensive Campaign Assessment
Russia Matters, Russia-Ukraine War Report Card

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)