Pieter Paul Moens wil European Disability Card inzetten waar hulp echt nodig is

29 juli 2026

De European Disability Card is in België vooral bekend als een kaart waarmee personen met een erkende handicap bij deelnemende cultuur-, sport- en vrijetijdsorganisaties voordelen of aangepaste dienstverlening kunnen krijgen. Voor Pieter Paul Moens moet de betekenis van de kaart verder reiken. Tijdens een interview op woensdag 29 juli 2026 in Frituur De Grote Markt in Diksmuide pleitte hij voor betere herkenning bij overheidsdiensten, hulpdiensten, vervoersbedrijven, luchthavens, ziekenhuizen en diensten voor noodplanning. Volgens hem moet de kaart niet alleen een korting opleveren, maar ook helpen wanneer een persoon met een zichtbare of onzichtbare beperking dringend ondersteuning nodig heeft.

Een kaart die een erkende handicap aantoont

De European Disability Card toont aan dat de houder officieel als persoon met een handicap is erkend. In België kan de kaart worden gebruikt bij deelnemende organisaties binnen cultuur, sport en vrijetijdsbesteding. Het concrete voordeel verschilt per partner. Het kan gaan om een lager toegangstarief, een aangepaste zitplaats, snellere toegang, hulp bij een bezoek of gratis toegang voor een begeleider. De kaart is niet hetzelfde als de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap. Die parkeerkaart geldt voor aangepaste parkeerplaatsen en heeft een afzonderlijke juridische en praktische functie.

Ruim 342.000 Belgische kaarthouders

Volgens de officiële Belgische website beschikken inmiddels ruim 342.000 mensen over een European Disability Card. Ruim 670 partners bieden samen ruim duizend voordelen aan. De kaart wordt sinds 1 januari 2024 automatisch toegekend aan personen die een nieuwe officiële erkenning van hun handicap krijgen. Ook de verlenging na de geldigheidsduur van vijf jaar gebeurt voor bestaande rechthebbenden automatisch wanneer zij nog aan de voorwaarden voldoen. De omvang toont dat de EDC geen klein proefproject meer is. Het gebruik groeit, maar de bekendheid bij personeelsleden en diensten blijft volgens Pieter Paul Moens ongelijk.

Onzichtbare beperkingen worden vaak verkeerd ingeschat

Niet iedere handicap is aan de buitenkant zichtbaar. Een persoon kan zonder rolstoel of wandelstok aankomen en toch ernstige beperkingen hebben. Lang rechtstaan kan ondraaglijk zijn. Lang zitten kan hevige pijn veroorzaken. Een wachtrij kan lichamelijk zwaarder zijn dan de verplaatsing zelf. Ook mensen met hartproblemen, rugletsels, neurologische aandoeningen, chronische vermoeidheid, evenwichtsproblemen of ademhalingsklachten kunnen ondersteuning nodig hebben zonder dat omstanders dat meteen zien. Pieter Paul Moens beschouwt de EDC als een middel waarmee zulke personen hun situatie kunnen aantonen zonder telkens medische informatie te moeten vertellen.

Een kaart voorkomt vernederende discussies

Wanneer een beperking niet zichtbaar is, moeten mensen volgens Pieter Paul Moens nog te vaak uitleggen waarom zij niet lang kunnen wachten, waarom zij moeten zitten of waarom zij een begeleider nodig hebben. Dat kan leiden tot discussies aan een loket, bij een ingang of in een wachtrij. De persoon wordt dan gedwongen om persoonlijke gezondheidsgegevens te delen met een medewerker die daar niet voor is opgeleid. Een erkende kaart kan die discussie beperken. De EDC vermeldt geen medische diagnose, maar bevestigt dat de houder een officieel erkende handicap heeft. Voor Moens moet dat voldoende zijn om een medewerker ertoe aan te zetten naar een redelijke praktische oplossing te zoeken.

De kaart is geen automatische voorrangskaart

Pieter Paul Moens vraagt een bredere toepassing, maar de bestaande kaart geeft op dit ogenblik niet overal automatisch recht op voorrang. De voordelen worden in België grotendeels bepaald door de deelnemende organisaties. Een museum kan gratis toegang geven aan een begeleider, terwijl een andere instelling een aangepast tarief of een zitplaats aanbiedt. Buiten de aangesloten cultuur-, sport- en vrijetijdssectoren bestaat niet altijd een vaste procedure. Dat is precies het probleem dat Moens aankaart. Hij wil dat organisaties vooraf bepalen hoe zij reageren wanneer iemand de kaart toont en om een redelijke aanpassing vraagt.

Gratis begeleider kan zelfstandig bezoek mogelijk maken

Een belangrijk voordeel bij sommige partners is gratis of goedkoper toegang voor een begeleider. Dat voordeel is volgens Pieter Paul Moens geen cadeau zonder reden. Sommige personen kunnen een museum, evenement of sportactiviteit alleen bezoeken wanneer iemand hen helpt bij verplaatsingen, communicatie, medicatie of persoonlijke verzorging. Wanneer zowel de persoon met een handicap als de noodzakelijke begeleider de volledige toegangsprijs moet betalen, ontstaat een bijkomende financiële drempel. De begeleider neemt niet aan de activiteit deel onder dezelfde voorwaarden als een gewone bezoeker, maar maakt het bezoek van de kaarthouder praktisch mogelijk.

Noodplanning vraagt andere toepassing

Pieter Paul Moens wil dat de EDC ook een herkenbare rol krijgt in noodsituaties. Bij een evacuatie, stroomonderbreking, overstroming, brand of grote publieke gebeurtenis kan een beperking snel gevolgen hebben. Een persoon kan geen trap gebruiken, instructies moeilijk horen, geen lange afstand lopen of afhankelijk zijn van medische apparatuur. De huidige kaart bevat niet alle informatie die hulpdiensten daarvoor nodig hebben en is geen medisch dossier. Ze kan volgens Moens wel een eerste signaal zijn dat een standaardprocedure niet voor iedereen bruikbaar is. Hulpverleners moeten dan weten welke vragen zij op een respectvolle manier kunnen stellen.

Geen medische gegevens op een publieke kaart

Een uitbreiding van de praktische betekenis betekent volgens het gesprek niet dat gevoelige medische informatie zichtbaar op de kaart moet worden geplaatst. De bescherming van persoonlijke gegevens blijft noodzakelijk. De kaart kan aantonen dat een beperking officieel is erkend, terwijl de houder zelf aangeeft welke hulp op dat moment nodig is. Een rolstoelgebruiker heeft mogelijk vervoer zonder trappen nodig. Iemand met autisme kan baat hebben bij duidelijke, korte instructies en een prikkelarme ruimte. Een persoon met een rugletsel kan moeten zitten. Het hulpmiddel is dus de aanleiding voor een gesprek, niet een vervanging van individuele communicatie.

Ontvangst bij de veiligheidscel van West-Vlaanderen

Pieter Paul Moens werd volgens het interview eerder ontvangen bij de veiligheidscel van de gouverneur van West-Vlaanderen om zijn voorstellen toe te lichten. Hij wil dat de kaart wordt meegenomen in opleidingen, noodplannen en oefeningen. Een noodplan dat alleen rekening houdt met mensen die zelfstandig kunnen stappen, horen, zien en instructies verwerken, laat een deel van de bevolking achter. De aandacht moet volgens hem al tijdens de voorbereiding aanwezig zijn. Tijdens een echte noodsituatie is het te laat om voor het eerst na te denken over toegankelijk vervoer, aangepaste communicatie of persoonlijke ondersteuning.

Politie en hulpdiensten moeten de kaart herkennen

Ook bij contacten met politie, brandweer en medische hulpdiensten kan herkenning van de EDC volgens Pieter Paul Moens nuttig zijn. Een persoon met een onzichtbare beperking kan onder stress anders reageren, moeite hebben met snelle instructies of niet lang rechtop kunnen blijven. Wanneer medewerkers de kaart niet kennen, bestaat het risico dat zij gedrag verkeerd interpreteren. Moens vraagt geen vrijstelling van regels. Hij vraagt dat de kaart aanleiding geeft tot een korte beoordeling van de ondersteuningsbehoefte. Dat kan escalatie voorkomen en de veiligheid van zowel de betrokkene als de hulpverlener verbeteren.

Luchthavens blijven een belangrijk aandachtspunt

Luchthavens en vervoersknooppunten zijn plaatsen waar lange wachtrijen, grote afstanden en tijdsdruk samenkomen. Voor mensen met een mobiliteitsbeperking of chronische pijn kan lang stilstaan zwaarder zijn dan wandelen. Een persoon die nog zelfstandig beweegt, wordt daardoor soms niet als hulpbehoevend herkend. Pieter Paul Moens wil dat personeel de kaart kent en weet naar welke assistentiedienst een reiziger kan worden verwezen. De EDC vervangt de bestaande procedure voor luchthavenassistentie niet. Ze kan wel helpen om duidelijk te maken dat een vraag om een stoel, begeleiding of een aangepaste wachtrij niet louter een persoonlijke voorkeur is.

Het probleem begint bij onbekendheid

Een kaart kan alleen functioneren wanneer de persoon aan de andere kant van het loket weet wat ze betekent. Volgens Pieter Paul Moens kennen veel medewerkers de EDC nog onvoldoende. Sommige personeelsleden verwarren ze met de parkeerkaart. Anderen denken dat ze uitsluitend recht geeft op een korting. Nog anderen weten niet welke organisatie binnen hun eigen instelling verantwoordelijk is voor aangepaste dienstverlening. Die onbekendheid leidt ertoe dat kaarthouders telkens opnieuw moeten onderhandelen. Moens pleit daarom voor korte opleidingen, interne richtlijnen en zichtbare informatie bij onthaalpunten.

Ook zorgverleners kunnen informatie verspreiden

Tijdens het gesprek in Frituur De Grote Markt kwam ter sprake dat therapeuten en andere zorgverleners patiënten op de kaart kunnen wijzen. Mensen die in behandeling zijn voor langdurige lichamelijke of psychische beperkingen weten niet altijd dat zij mogelijk in aanmerking komen voor een officiële erkenning en een EDC. Een zorgverlener beslist niet over de erkenning, maar kan iemand doorverwijzen naar de bevoegde instantie. Ook gemeentelijke sociale diensten, ziekenfondsen, ziekenhuizen en patiëntenverenigingen kunnen betrouwbare informatie verspreiden.

Voordrachten in Wallonië

Pieter Paul Moens geeft volgens het interview ook toelichtingen in Wallonië. Dat is van belang omdat de uitvoering van ondersteuning in België over verschillende overheden en instellingen is verdeeld. De kaart is nationaal beschikbaar, maar de concrete voordelen hangen af van lokale besturen, organisaties en dienstverleners. Een museum, sportcentrum of evenement in Vlaanderen kan een ander aanbod hebben dan een partner in Wallonië of Brussel. Moens probeert daarom niet alleen kaarthouders te bereiken, maar ook de organisaties die de kaart moeten herkennen.

Recht op redelijke aanpassingen staat centraal

Het pleidooi van Pieter Paul Moens sluit aan bij het recht op redelijke aanpassingen. Artikel 22ter van de Belgische Grondwet bepaalt dat iedere persoon met een handicap recht heeft op volledige inclusie in de samenleving, met inbegrip van het recht op redelijke aanpassingen. Unia stelt dat het weigeren van een redelijke aanpassing een vorm van discriminatie kan zijn, tenzij de gevraagde maatregel een onevenredige belasting vormt. Een redelijke aanpassing kan klein zijn. Het kan gaan om een stoel, extra tijd, duidelijke informatie, een alternatieve ingang of toestemming om een begeleider mee te nemen.

Niet iedere vraag vraagt een dure ingreep

Pieter Paul Moens wijst erop dat veel aanpassingen weinig kosten. Een medewerker kan iemand laten zitten terwijl documenten worden verwerkt. Een organisator kan vooraf uitleggen waar een toegankelijke ingang ligt. Een museum kan de begeleider gratis binnenlaten. Een wachtrij kan zo worden ingericht dat iemand niet langdurig hoeft recht te staan. Het ontbreken van kennis is daardoor soms een grotere hindernis dan het ontbreken van geld. Wanneer iedere medewerker zelf moet beslissen zonder richtlijn, ontstaat willekeur. Een duidelijke procedure zorgt voor gelijke behandeling en beschermt ook de medewerker.

Nieuwe Europese regels vanaf juni 2028

De Europese Unie heeft intussen wetgeving aangenomen voor een European Disability Card en een Europese parkeerkaart die in alle lidstaten moeten worden erkend. De nationale omzettingsregels moeten uiterlijk op 5 juni 2027 zijn aangenomen. De bepalingen moeten vanaf 5 juni 2028 worden toegepast. De bedoeling is dat een persoon met een erkende handicap bij een tijdelijk verblijf in een andere lidstaat toegang krijgt tot dezelfde bijzondere voorwaarden die daar aan inwoners met een handicap worden aangeboden. De kaart creëert dus niet in ieder land exact dezelfde voordelen, maar zorgt voor wederzijdse erkenning.

België bouwt voort op eerdere ervaring

België behoorde tot de acht landen die eerder met de European Disability Card werkten. Daardoor bestaat hier al ervaring met de kaart, automatische toekenning en een netwerk van partners. De Europese uitbreiding biedt de kans om die ervaring te gebruiken bij de verdere ontwikkeling. Pieter Paul Moens vindt dat België daarbij niet alleen naar vrijetijdsactiviteiten moet kijken. Iedere lidstaat kan binnen de eigen bevoegdheden aanvullende toepassingen en dienstverlening ontwikkelen, zolang de privacy en de rechtszekerheid worden gerespecteerd.

Kaart en parkeerkaart blijven twee aparte instrumenten

In het gesprek liepen de problematiek van aangepaste parkeerplaatsen in De Panne en de European Disability Card gedeeltelijk samen. Toch mogen beide kaarten niet worden verward. De EDC toont de erkenning van een handicap en wordt vooral gebruikt voor dienstverlening en voordelen. De parkeerkaart geeft onder bepaalde voorwaarden toegang tot voorbehouden parkeerplaatsen. Iemand kan afhankelijk van zijn erkenning recht hebben op beide kaarten, maar dat is niet automatisch in ieder dossier het geval. Duidelijke communicatie hierover is nodig zodat personen niet met de verkeerde kaart aan een parkeerautomaat, museum of loket staan.

Van voordeelkaart naar herkenbaar hulpmiddel

Pieter Paul Moens wil de bestaande voordelen behouden. Cultuur, sport en ontspanning moeten toegankelijk zijn. Zijn pleidooi gaat echter verder. Hij wil dat de EDC ook wordt herkend op momenten waarop iemand zonder ondersteuning vastloopt: tijdens een reis, bij een evacuatie, in een ziekenhuis, bij contact met de politie of in een lange wachtrij. Dat vraagt geen wijziging waarbij iedere kaarthouder overal voorrang krijgt. Het vraagt dat diensten vooraf nadenken over redelijke en proportionele oplossingen.

Bronnen:
Interview met Pieter Paul Moens en Alfons Moens in Frituur De Grote Markt in Diksmuide op 29 juli 2026
Officiële Belgische website European Disability Card, cijfers over kaarthouders, partners en voordelen
Directie-generaal Personen met een handicap, werking en toepassingsgebied van de European Disability Card
Officiële Belgische website European Disability Card, automatische toekenning en verlenging sinds 1 januari 2024
Unia, recht op redelijke aanpassingen en artikel 22ter van de Grondwet
Europese Commissie, nieuwe European Disability Card en Europese parkeerkaart vanaf 2028

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel. AI wordt gebruikt als redactioneel hulpmiddel. De journalist controleerde de inhoud en feiten.)