Poetshulp aan huis wordt in januari voor veel gezinnen een dure rekensom

3 december 2025

Voor duizenden gezinnen in Vlaanderen en de rest van België is een poetshulp aan huis uitgegroeid tot een vast onderdeel van het huishouden. Vanaf 1 januari 2026 worden zij opnieuw met een hogere rekening geconfronteerd. De prijs van de dienstencheques zelf steeg eerder al, het fiscale voordeel is weggevallen en nu voeren steeds meer dienstenchequebedrijven bijkomende kosten op. Voor een gezin dat vier uur per week hulp inkoopt, kan dat volgens recente berekeningen neerkomen op bijna 770 euro extra per jaar in vergelijking met 2024.

Wat er veranderde op 1 januari 2025

De huidige discussie over duurdere poetshulp begint bij de beslissing die op 1 januari 2025 in heel Vlaanderen van kracht werd. Vanaf die datum kostte een dienstencheque voor de eerste vierhonderd aangekochte uren geen negen maar tien euro per stuk. Voor cheques boven de grens van vierhonderd stuks ging de prijs naar elf euro per uur. Tegelijk werd het fiscale voordeel afgeschaft, waardoor gebruikers het bedrag dat zij aan cheques besteden niet langer kunnen inbrengen in hun belastingaangifte.

Die dubbele ingreep zorgde ervoor dat gezinnen niet alleen aan de kassa meer betalen, maar ook bij de belastingafrekening minder terugkrijgen. Waar een cheque vroeger na aftrek effectief rond zeven euro uitkwam, ligt de reële kost nu aanzienlijk hoger. Dat verschil voelen vooral gezinnen die al jaren structureel inzetten op hulp aan huis om werk en gezinsleven haalbaar te houden.

Loonopslag voor huishoudhulpen als uitgangspunt

De hogere prijs werd doorgevoerd met het argument dat het loon en de arbeidsvoorwaarden van huishoudhulpen moesten verbeteren. In de sector kwam er een akkoord waardoor het brutoloon per gewerkt uur met ongeveer zevenenzeventig cent omhooggaat, aangevuld met hogere werkgeverskosten. De overheid verhoogde tegelijk de tegemoetkoming aan dienstenchequebedrijven, zodat zij in theorie over extra middelen beschikken om dat akkoord uit te voeren.

Voor de werknemers betekent dat een stap vooruit: hun werk wordt iets beter vergoed, terwijl hun takenpakket zwaar blijft. Voor de bedrijven blijft de rekensom echter moeilijk, omdat de loonkost sneller stijgt dan de inkomsten uit de cheques alleen. Die spanning vormt vandaag de achtergrond voor de nieuwe golf aan extra kosten die in januari 2026 bij veel klanten op de factuur zal belanden.

Bijkomende kosten doen de rekening oplopen

Waar gebruikers vroeger vaak enkel de prijs van de dienstencheque betaalden, werd de voorbije jaren steeds vaker een extra vergoeding aangerekend. Sommige bedrijven werken met een vast maandelijks bedrag, andere rekenen per uur een bijkomende administratieve kost aan. In recente aankondigingen valt te lezen dat bepaalde spelers hun vaste maandbedrag vanaf januari 2026 optrekken van enkele euro’s tot tientallen euro’s, in één stap. In individuele getuigenissen is sprake van een stijging van ruim zes euro naar bijna vijftig euro per maand.

Daarnaast zijn er ondernemingen die boven op elke dienstencheque een supplement per gepresteerd uur vragen. Bij sommige organisaties komt de totale kost voor de klant daardoor uit op ongeveer veertien euro per uur poetshulp, wanneer de cheques én de extra bijdrage samen worden geteld. Voor gezinnen die wekelijks meerdere uren hulp inschakelen, loopt het verschil tegenover enkele jaren geleden snel op.

Nieuwe regels voor transparantie

Omdat de extra facturen almaar zwaarder wegen, werden in 2025 bijkomende regels ingevoerd om de situatie duidelijker te maken. Dienstenchequebedrijven die boven op de dienstencheques extra kosten vragen, moeten die nu registreren bij het bevoegde departement. De gegevens worden publiek gemaakt via een online overzicht, waar gebruikers per gemeente kunnen nagaan welke ondernemingen actief zijn en welke bijkomende bedragen zij aanrekenen.

Die transparantie moet ervoor zorgen dat gezinnen beter kunnen vergelijken en niet verrast worden door nieuwe vaste kosten of toeslagen. Toch verandert een duidelijker overzicht niets aan het feit dat de totale factuur stijgt. De vraag blijft dus hoe lang huishoudens de extra uitgaven nog kunnen dragen en welke impact dat heeft op de werkgelegenheid in de sector

Gevolgen voor gezinnen en poetshulpen

De opeenvolgende prijsstijgingen hebben intussen concrete gevolgen. Sommige gezinnen verminderen het aantal uren poetshulp, laten een medewerker minder vaak komen of stappen helemaal uit het systeem. Anderen houden vast aan de hulp, maar snijden op andere uitgaven. Voor alleenstaanden en gezinnen met een beperkt inkomen wordt betaalbare hulp aan huis steeds moeilijker in te passen in het budget.

Voor de huishoudhulpen zelf is het beeld dubbel. Hun uurloon stijgt en er is meer erkenning voor het feit dat zij een essentieel deel van het dagelijkse leven van veel gezinnen mogelijk maken. Tegelijk voelen zij dat sommige klanten afhaken of uren inkorten, wat hun werkzekerheid onder druk zet. Werkgevers waarschuwen dat de sector op termijn minder nieuwe klanten aantrekt en dat de groei afremt.

Een systeem onder druk

Dienstencheques werden ooit ingevoerd om zwartwerk terug te dringen en formele banen te creëren in de huishoudhulp. Dat doel staat nog steeds overeind, maar het systeem staat vandaag duidelijk onder spanning. De overheid wil betere lonen en werkvoorwaarden garanderen, terwijl bedrijven hun kosten willen doorrekenen en gezinnen rekenen op betaalbare hulp.

In dat samenspel dreigt de rekening steeds vaker bij de gebruiker terecht te komen. De komende maanden zal blijken hoeveel gezinnen de hogere facturen aanvaarden en hoeveel mensen genoopt zijn zelf opnieuw de emmer en dweil boven te halen. De discussie over poetshulp raakt zo aan grotere vragen over betaalbaarheid, waardering voor zorgend werk en de rol van de overheid in het ondersteunen van huishoudens.

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)