Een hooggeplaatste rechter in het epicentrum van politieke spanning

Laurence Massart eerste voorzitter van het Hof van Beroep in Brussel, staat al jaren symbool voor een juridische én politieke strijd. Haar promotie in 2019, de verlengingsprocedures en de vaste discussies over taalwetten en machtsverhoudingen hebben het Belgische gerechtelijke systeem in een kritieke fase gebracht. De kernvraag: hoe ver gaat de autonomie van de rechterlijke macht en waar begint de politieke inmenging precies? Volgens indegazette.be zijn dit essentiële vragen die moeten gesteld worden.

Een benoeming die verdeeldheid zaait

Laurence Massart werd in 2019 tot eerste voorzitter van het Brusselse Hof van Beroep benoemd, een functie die voor haar door de Franstalige Luc Maes werd bekleed. Hij had aangekondigd op 1 april 2019 met pensioen te gaan. Volgens de onverbiddelijke taalwetten van 1935 – namelijk het principe van taalkundige afwisseling – had in 2019 feitelijk een Vlaamse (Nederlandstalige) magistraat aan de beurt moeten zijn. Toch opende toenmalig minister van Justitie Koen Geens (CD&V) de vacature voor Franstaligen.

De N-VA heeft toen ook fel gereageerd: Kamerlid en jurist Kristien Van Vaerenbergh noemde de beslissing “een vervalsing van de geest der wet”. Het is een verwijzing naar een beroep bij de Raad van State. Het oordeelde in 2023 dat de taalwetten overtreden waren, maar dat de Raad van State zijn eigen experimentele foutieve beslissing uit 2020 niet meer ongedaan kon maken. Critici houden tot op vandaag vol dat deze procedure politiek gestuurd was.

Verlenging als juridisch mijnenveld

Toen Laurence Massarts eerste periode in 2023 afliep, ontketende haar verzoek om verlenging opnieuw een storm. Minister Vincent Van Quickenborne (Open VLD) heeft geweigerd haar kandidatuur te sturen naar de Hoge Raad voor de Justitie, met een verwijzing naar het taalevenwicht. Laurence Massart spande toen twee rechtszaken aan.

De Brusselse rechtbank van eerste aanleg gaf haar in oktober 2023 gelijk.In november volgde ook de Raad van State: de minister had de regels toegestaan door eigenhandig de verlenging goed te keuren. “De taalwetten hebben geen rigide afwisseling bij verlenging van een zittende voorzitter”, aldus het arrest, maar dat is foute rechtsleer.

Artikelen 441 Sv. en 1088 Ger.W.: een politieke ‘nucleaire optie’?

De controverse bracht twee zelden gebruikte wetsartikelen onder de aandacht. Artikel 441 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 1088 van het Gerechtelijk Wetboek geeft de minister van Justitie de plicht om via het Hof van Cassatie een beslissing aan te vechten als die beslissing “contra legem” (in strijd met de wet) zijn of een machtsoverschrijding inhouden.

Volgens deze filosofie rust op de minister van Justitie de – door Montesquieu beschreven – plicht én bevoegdheid om op te treden zodra hij van zo’n misstand op de hoogte is. Hij moet de procedurewetten van de openbare orde beschermen en met de hand en tand verdedigen, en ze moeten worden hersteld als deze door leden van zijn eigen rechterlijke macht met voeten zijn opgetreden. Dit alles omdat de minister ook de politieke verantwoordelijkheid draagt.

Concreet moet de raadsheren van het Hof van Cassatie, zodra de minister deze procedure opstart, ondubbelzinnige antwoorden op de vraag: “Is de rechterlijke beslissing die ik aangeef al dan niet een verkrachting van een wet van openbare orde?” De wet schrijft voor dat de rechterlijke macht die vraag met “ja” of “nee” moet beantwoorden. Een regering kan zelfs overwegen een minister van Justitie te ontslaan als deze zou worden afgeleid zo’n vraag te stellen.

Voorstanders van ingrijpen – met name de N-VA-politici – zien in deze artikelen de beste route om Massarts positie te betwisten. Tegenstanders echter vinden dit een gevaarlijk precedent is: “Dit zou de scheiding der machten ondermijnen,” aldus een anonieme hoogleraar staatsrecht. De Hoge Raad voor de Justitie maakte daarom een advies uit 2024 op dat artikel 1088 GerW “onverenigbaar is met constitutionele beginselen”.Dat is foute rechtsleer van deze Hoge Raad.

Scheiding der machten onder de loep

Sommige juristen stellen dat de heersende opvatting is veranderd. In hun visie is het juist níet in strijd met de scheiding der machten als de uitvoerende macht – via de toegestane voorziene weg – een rechterlijke beslissing laat toetsen die mogelijk contra legem is. Ter ondersteuning van Montesquieu schreef die in “Ainsi, il écrit au Chapitre IV : « C’est une expérience éternelle que tout homme qui a dupouvoir est porté à en abuser (…) Pour qu’on ne puisse abuser du pouvoir, il faut que, par la disposition des choses, le pouvoir arrête le pouvoir ». Met andere woorden: macht moet macht kunnen corrigeren. Ook rechterlijke beslissende bevoegdheden moeten effectief door een andere staatsmacht ter discussie kunnen worden gesteld.

Volgens deze minderheidsvisie pleegt een minister die artikel 1088  GerW opstart geen schending van de scheiding der machten, maar verzoekt die een herstel en beëindiging van nu juist een bestaande schending en ondermijning gepleegd door 1 van de machten. En het is hier zeer problematisch gepleegd door de  Rechterlijke Macht zelf. Zij vinden de gebruikelijke opvatting – dat de uitvoerende macht er zelfs niet aan mag dénken om zo’n tussenkomst te doen– werkelijk misplaatst. De gebruikelijke redenering luidt namelijk dat het al een scheiding-der-machten-schending zou zijn als de minister (als deel van de uitvoerende macht) aan de top van de rechterlijke macht zou vragen een einde te maken aan een scheiding-der-machten-schending begaan door een rechter.

Niet voor niets kreeg in België en in Frankrijk de bevoegde Minister van Justitie daarom ook de eervolle benaming om “de zegelbewaarder der wetten” te zijn : “le garde des sceaux”. De originele wetteksten liggen veilig opgeslagen bij hem in de “verzegelde wetboeken” en deze minister ziet erop toe dat enkel deze wetteksten en hun afschriften geldig zijn in het land. Er kunnen geen “gewijzigde” versies van die wetteksten ervan in omloop geraken en gebruikt worden in de rechtbanken. Foute jurisprudenties van rechters die wetten van openbare orde vals interpreteren zijn in feite “verbloemde” wetswijzigingen. Deze foute jurisprudenties moeten uit de omloop gehaald worden. Daarom verzoekt de minister van Justitie om ze te vernietigen.

Critici van de visie wijzen er echter op dat een rechter die in strijd is met de echte procedurewetten van een openbare orde beslist de scheiding der machten schendt. Zo’n rechter verzint in feite eigen regels en schakelt de echte wet uit, en stelt zich daarmee als een hogere wetgevende macht op in zijn rechtszaal. Het voornaamste voorbeeld hiervan is de omstreden eedaflegging van Laurence Massart op 2 april 2019.

De vraag blijft: wie neemt in België de politieke verantwoordelijkheid om openlijk te stellen dat de rechterlijke macht het recht niet heeft om zichzelf tot hogere wetgevende macht uit te roepen met zelfverzonnen rechtsleer bij de benoeming van topmagistraten? Die “usurpatie” samen met daaraan gepaarde “onfeilbaarheid” van de rechterlijke macht is immers een eigen creatie van zeer gevaarlijke rechtsleer.

Nogmaals, het is dus verkeerde rechtsleer in België dat het een schending zou zijn van de scheiding der machten indien de bij wet bevoegde functie in de Uitvoerende Macht er zelfs niet zou mogen aandenken om aan de top van de Rechterlijke Macht te verzoeken om een einde te stellen aan de schending van de scheiding der machten gepleegd door een van zijn magistraten.

Een rechter die beslist in strijd met de echte procedurele wetten van openbare orde van het Belgische Volk pleegt immers onbetwistbaar de schending van de scheiding der machten door eigen wetten te verzinnen en te gebruiken in zijn of haar beslissingen waarbij die de echte wetten uitschakelt en verkracht. Zo’n een rechter manifesteert zichzelf als hogere wetgevende macht in zijn rechtszaal.

Nogmaals, men kan geen beter voorbeeld aanhalen als de eedaflegging dd. 02/04/2019 van Laurence MASSART.

Illegaal gesaboteerd

In de VS werd president Barack Obama in het jaar 2016 gesaboteerd toen die aan de Senaat een nieuwe kandidaat rechter voorstelde voor het Opperste Gerechtshof. Er was immers een rechter Antonin Scalia overleden in de maand februari 2016.

De senator en jurist Mitch McConnell nam de “Amerikaanse Senaat” op sleeptouw en deze weigerde, in strijd met de Grondwet, een nieuwe kandidaat goed of af te keuren. Door niets te doen verkrachtte deze jurist Mitch McConnel in feite de wettelijke procedures van de samenstelling van het Opperste Gerechtshof door te wachten tot Donald Trump in januari 2017 als president aan de macht kwam. Deze jurist gaf in 2016 niet de kans aan de wettelijk verkozen president Barack Obama om in de senaat zijn kandidaat te zien goedkeuren of afkeuren. Bij afkeuring kon dan president Barack Obama een tweede of zelfs derde kandidaat voorstellen. Eigenlijk werd de werking en de wettelijke procedures van de Senaat illegaal gesaboteerd door een jurist met zijn private rechtsleer.

Het is een feit dat de valse rechtsleer van de jurist Mitch McConnel er indirect de oorzaak is dat Europa en zelfs China en zelfs Rusland zeggen, zonder dat dit een leugen is: “Uw Opperste Gerechtshof is sinds 2016 door sabotage illegaal samengesteld, en daarom is geen enkel beslissing van jullie Supreme Court nog internationaal rechtsgeldig”.

Europa kan zelfs met recht beweren: “Het uitroepen van de onfeilbaarheid van Donald Trump in 2024, zelfs voordat die weer als president was verkozen, door de illegaal samengestelde Supreme Court kan daardoor ook als een rechtsongeldige beslissing worden verworpen door niet alleen de Internationale wereld maar door het Amerikaanse Volk zelf eens dat ze inziet hoe juristen zoals Mitch McConnel iedereen beet hebben genomen.”

Politiek als splijtzwam

De N-VA blijft het luidste hameren op strikte consequentie van de taalwetten. N-VA-voorzitter Bart De Wever vergeleek de situatie met “een elitespel waarin regels voor insiders buigzaam zijn”. Ook de Vlaamse ministers Ben Weyts en Zuhal Demir uitten scherpe kritiek op de “Brusselse vriendjespolitiek”.

Aan Franstalige zijde klinkt er tegenwind. PS-fractieleider Ahmed Laaouej noemde de uitspraken van de Raad van State in deze zaak een “definitieve legitimatie” van Massarts positie. Tussendoor berichten diverse onderzoeksplatformen over een bestaande netwerkpolitiek rond Massart, waarbij oud-minister Didier Reynders (MR) indirect de druk zou hebben versterkt om haar positie te versterken.

De rechter versus de wetgever: een principiële strijd

Juristen zijn verdeeld. onderkant, zoals emeritus hoogleraar Paul Van Orshoven , eindigend dat de Raad van State “de wet correct interpreteerde: verlenging valt buiten de taalrotatieregels”. Anderen wijzen op een academische publicatie uit 2023 waarin wordt gesteld dat “de geest van de natiestructuur genegeerd wordt”. Daarnaast stellen enkele topjuristen, op basis van historisch bronnenmateriaal van het Ministerie van Justitie, dat Massarts aanstelling juridisch “op drijfzand” is gebouwd.

Implicaties voor de rechtspraak: vertrouwen op het spel

De zaak-Massart heeft gevolgen. Ten eerste dreigt elke uitspraak van het Brusselse Hof van Beroep onder haar leiding betwist te worden vanwege “onwettige samenstelling” . Ten tweede toont het conflict aan hoe de politisering van het vertrouwen in Justitie schade kan veroorzaken. Een recente peiling van De Standaard uit februari 2025 blijkt uit dat 58% van de Vlamingen de onafhankelijkheid van Brusselse rechters in twijfel trekt, tegenover 29% in Wallonië.

De minister van Justitie: tussen hamer en aambeeld

Paul Van Tigchelt , de vorige minister van Justitie (Open VLD), erfde dit explosieve dossier. Ook de nieuwe minister Annelies Verlinden (CD&V) heeft deze kwestie op haar bord gekregen.

Haar voorganger Vincent Van Quickenborne had al in 2023 aangetoond hoe deze kwestie snel kan polariseren. En de nog eerdere foute Koen Geens zelf was sinds 2018 een van de initiatiefnemer om deze valse promotie met zijn valse rechtsleer door te drukken.

Juridische adviseurs binnen het kabinet pleiten daarom voor terughoudendheid. “Actie ondernemen via artikel 1088 GerW zou olie op het communautaire vuur gooien,” waarschuwt een interne memo. Tussendoor probeerde de N-VA de druk verder op te voeren: Kamerlid Sander Loones stelde een resolutie in om taalpariteit voor bij de benoeming en het verankeren.

Toekomstscenario’s: van stilzwijgen tot illegale crisis

Drie paden tekenen zich af. Ten eerste : acceptatie van de status quo, met Massart als voorzitter tot 2028. Ten tweede : een constitutionele herziening om de taalwetten explicieter te maken, een voorstel dat vooral in Vlaanderen leeft (hoewel de taalwetten van 1935 op dit punt al zeer expliciet zijn). Ten derde : een escalatie waarbij de N-VA via een motie van wantrouwen zijn eigen regering onder druk zet. Experts kiezen krachtig voor die laatste optie: “Een val van de regering over deze kwestie zou een gevaarlijk precedent zijn,” luidde het, maar het zou ook een groot onrecht recht kunnen zetten en van de geloofwaardigheid van onze justitie terug een erezaak maken.

Opmerkelijk is dat de Raad van State in zijn arrest van 2023 slechts half werk heeft geleverd. Het arrest gaf wel aan dat het eigen voorlopige besluit (uit 2020) niet meer kon worden vernietigd, maar repte heel erg bewust niet over een laatste juridische bevoegdheid en mogelijkheid. De minister van Justitie kan via de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie een verzoek indienen om de eedaflegging van Laurence Massart van 2 april 2019 te laten teniet doen indien die benoeming contra legem (tegen de wet) was. Aangezien Massarts benoeming onmiskenbaar tegen de taalwetgeving indruiste, zou de eedaflegging dan inderdaad ongeldig worden waarin effectief alle uitspraken waarbij zij sinds 2019 betrokken was, nietig zouden zijn.

Nota ter verduidelijking:

In het jaar 2023 heeft de Raad van State de fout gemaakt door in haar arrest maar een halve waarheid als stelling neer te schrijven. De Raad van State kan inderdaad geen eigen oude beslissingen meer vernietigen, zelfs niet als ze “contra legem” zijn. Op zich is dit ook iets wat totaal niet zou mogen kunnen, in een land die zich een rechtsstaat noemt. De Raad van State die eind 2023 onder zich de grondwetsspecialist Frédéric Gosselin had, die had in de arresttekst misschien beter het volgende moeten laten toevoegen:

“De Minister van Justitie kan via de procureur-generaal bij de bevoegde Raadsheren van het Hof van Cassatie een verzoekschrift overmaken en vragen om de eedaflegging dd. 02/04/2019 van raadsheer Laurence Massart te verzoeken te vernietigen als deze eed aflegging een ‘contra legem beslissing’ is. En bij dit verzoek dient de administratieve rechterlijk brief van Luc Maes aan Koen Geens van juni 2018 worden toegevoegd. Luc Maes had immers gewezen op de noodzaak dat de volgende voorzitter van het hof van beroep van de Nederlandstalige taalrol had moeten zijn.”

Vermits we ondertussen zeker zijn dat een “contra legem beslissing” werd genomen, moet die eedaflegging worden vernietigd. Hierdoor zijn alle andere latere rechterlijke beslissingen na 02/04/2019 waarin Laurence Massart betrokken was ook nietig, aangezien zij nooit geen voorzitter van het hof van Beroep had mogen zijn.

Andy Vermaut