Opinie | Soedan in crisis: waarom Europa nu moet handelen

In de SPAAK-zaal van het Europees Parlement in Brussel werd op dinsdag 9 december 2025 een conferentie gehouden over de oorlog in Soedan en de gevolgen voor de regio en voor Europa. Als mensenrechtenverdediger en voorzitter van de World Council for Public Diplomacy and Community Dialogue en de fundamentele-rechtenorganisatie Postversa volg ik het Soedan-dossier al jaren op, van acties aan de Verenigde Naties in Genève tot het Internationaal Strafhof in Den Haag. In deze opinie bundel ik de belangrijkste alarmsignalen én een oproep aan Europa om eindelijk verder te gaan dan louter humanitaire noodhulp.

Een land dat naar adem hapt

Soedan telt bijna vijftig miljoen inwoners en grenst aan zeven landen. Wat ooit een cruciale schakel was tussen Afrika en de Arabische wereld, is vandaag een land dat naar adem hapt onder oorlog, ideologie en internationale onverschilligheid. De burgeroorlog heeft miljoenen mensen op de vlucht gejaagd en één van de zwaarste humanitaire drama’s ter wereld veroorzaakt.

Die crisis is niet uit het niets ontstaan. Ze is diep verankerd in de geschiedenis van het land en in de invloed van de Moslimbroederschap, een ideologische kracht die al decennialang de ontwikkeling van Soedan ondermijnt en geweld legitimeert.

In de jaren negentig bood het regime van Omar al-Bashir onderdak aan Osama bin Laden. Soedan werd toen een logistieke en ideologische draaischijf voor internationaal terrorisme. Het regime voerde een verstikkende versie van islamitische wetgeving in, met zware straffen voor vrouwen en brute onderdrukking van elke vorm van oppositie. De aanklachten voor oorlogsmisdaden en genocide tegen Bashir bij het Internationaal Strafhof tonen hoe ver die ontsporing is gegaan.

De hoop van 2019 – en de tegenreactie

Toch was er in 2019 een echte kans op verandering. Een volksopstand maakte een einde aan het Bashir-regime. Onder premier Abdalla Hamdok werd geprobeerd om Soedan een andere richting uit te sturen: corruptie aanpakken, betere relaties met de Verenigde Staten en samenwerking zoeken met progressieve regionale spelers zoals de Verenigde Arabische Emiraten. Soedan sloot zich ook aan bij de Abraham-akkoorden, samen met onder andere Marokko, Bahrein en de Emiraten, en zocht toenadering tot Israël.

Dat was meer dan symboliek. Het betekende een breuk met de oude, anti-westerse en anti-Israëlische ideologische lijn van de Moslimbroederschap. Soedan had de kans om een land te worden dat inzet op economische ontwikkeling, regionale samenwerking en vrede.

Maar de tegenkrachten lieten niet los. In 2021 greep Abdel Fattah al-Burhan de macht via een staatsgreep. Voor veel Soedanese democraten is hij niet meer dan een voortzetting van de oude machtsstructuren rond Bashir, in een nieuw jasje. Sindsdien is het land in een nieuwe spiraal van geweld terechtgekomen, met het Soedanese leger (SAF) dat beschuldigd wordt van oorlogsmisdaden, massamoorden, seksueel geweld en het bewust blokkeren van humanitaire hulp.

Buitenlandse inmenging: wapens, geld en ideologie

De oorlog in Soedan is al lang geen puur interne aangelegenheid meer. Verschillende buitenlandse spelers duwen het land nog dieper het moeras in.

De Egyptische strijdkrachten en inlichtingendiensten steunen het Soedanese leger en verlengen zo de oorlog. Er zijn meldingen van ontvoeringen en gedwongen rekrutering van kinderen, en van systematische misdrijven tegen vrouwen.

Naast Egypte spelen ook Turkije, Iran en Qatar een rol door geld en wapens te leveren aan een leger dat ideologisch nauw aansluit bij de Moslimbroederschap. Via omwegen worden Chinese wapens aangekocht, gefinancierd met Qatarese middelen. Iran wordt in verband gebracht met de inzet van chemische wapens, met tienduizenden dodelijke slachtoffers onder vrouwen en kinderen als gevolg.

Het Soedanese leger gebruikt bovendien Chinese en Russische vliegtuigen, mee gefinancierd via deze netwerken, om kerken en moskeeën te bombarderen. Wat voorgesteld wordt als “veiligheid” is in werkelijkheid een vernietigingsoorlog tegen de eigen bevolking.

Strategische poort voor Rusland en Iran

Soedan heeft ook een strategische troef: Port Sudan, een toegangspoort voor Rusland naar Afrika. Toegang tot die haven geeft Moskou extra mogelijkheden om milities op het Afrikaanse continent te bevoorraden. Dat is geen ver-van-ons-bed-show, maar raakt rechtstreeks aan Europese veiligheidsbelangen.

De connecties reiken verder dan Soedan zelf. De Soedanese zakenman Abdelbasit Hamza, die na de coup van Burhan gerehabiliteerd werd, werd door de Verenigde Staten benoemd als internationaal terrorist vanwege zijn financiering van de Qassam-brigades van Hamas. Net die gewapende vleugel van Hamas lag mee aan de basis van de aanslagen van 7 oktober in Israël.

Andere Hamas-kopstukken, zoals Khalil Al Haya, werden ideologisch gevormd in Khartoem tijdens de periode waarin Bin Laden daar actief was. Er zijn zelfs Hamas-leiders die een Soedanees paspoort hadden. Daar bovenop komen Iraanse kanalen die Houthi-strijders uit Jemen naar Soedan verplaatsen, wat op termijn de zeeroutes in de Rode Zee in gevaar brengt. Ongeveer vijftien procent van de wereldhandel loopt via die route.

Als Soedan verder afglijdt tot een frontlijn in een bredere proxy-oorlog van Iran en Rusland, zal dat vroeg of laat ook voelbaar worden in Europa, zowel economisch als op vlak van veiligheid.

Humanitaire ramp zonder einde

Op het terrein stapelen de menselijke drama’s zich op. Miljoenen mensen zijn op de vlucht. Hongersnood dreigt. Hulporganisaties botsen op blokkades, intimidatie en geweld.

Tijdens acties aan de Verenigde Naties in Genève droegen deelnemers gasmaskers om de verstikkende sfeer van het conflict te symboliseren. Dat beeld staat bij mij op het netvlies gebrand: een bevolking die letterlijk en figuurlijk geen lucht meer krijgt.

De VN-secretaris-generaal sprak al van een crisis op ongeziene schaal en waarschuwde dat de wereld Soedan aan het vergeten is. En daar ligt precies het gevaar: een conflict dat uit het nieuws verdwijnt, maar op de grond steeds dodelijker wordt.

Humanitaire hulp is levensnoodzakelijk, maar mag geen eeuwigdurende pleister op een open wonde worden. Ze moet gekoppeld worden aan een duidelijk politiek traject richting vrede en democratische controle.

Wat Europa wél kan doen

Europa heeft, met zijn nadruk op mensenrechten en multilaterale samenwerking, een sleutelrol te spelen. Dat vraagt meer dan bezorgde verklaringen.

  • Druk voor een echte wapenstilstand. Een onmiddellijk staakt-het-vuren is noodzakelijk, hoe moeilijk ook. Het Soedanese leger mag niet langer de ruimte krijgen om onderhandelingen eindeloos te rekken terwijl het geweld doorgaat.
  • Aanpak van financiering en netwerken. Figuren zoals Abdelbasit Hamza, met bewezen banden met terroristische organisaties, horen niet gerehabiliteerd maar aangeklaagd en geïsoleerd te worden.
  • Een duidelijke lijn tegenover de Moslimbroederschap. Een ideologie die inzet op permanente oorlog en ontwrichting heeft geen plaats in een land dat vooruit wil. Europa moet die boodschap ook in zijn diplomatieke contacten met regionale spelers uitdragen.
  • Steun voor civiel bestuur. Personen zoals Abdalla Hamdok, die in ballingschap in Abu Dhabi verblijven, staan symbool voor een andere toekomstvisie voor Soedan: dialoog, ontwapening en samenwerking met partners die kiezen voor stabiliteit in plaats van chaos.
  • Versterking van de Abraham-akkoorden. Hoe meer landen in de regio inzetten op normalisering en economische samenwerking, hoe kleiner de speelruimte wordt voor extremistische netwerken die het conflict blijven aanwakkeren.

Een keuze voor vrede – ook in ons eigen belang

Sommigen zullen zeggen dat Soedan “te ver weg” is. Maar de geschiedenis toont het tegendeel. Toen Soedan in de jaren negentig een vrijhaven was voor Bin Laden, werd de wereld later geconfronteerd met de aanslagen van 11 september en een wereldwijde “war on terror” met honderdduizenden doden als tragische balans.

Als we nu wegkijken, dreigt een herhaling van dat scenario in een andere vorm. Een instabiel Soedan, gebruikt als platform door Rusland, Iran, gewapende milities en terreurnetwerken, komt vroeg of laat ook aan onze voordeur kloppen: via migratiestromen uit pure wanhoop, via verstoring van handelsroutes, via nieuwe golfbewegingen van extremistisch geweld.

Europa moet daarom duidelijk maken dat het niet alleen bekommerd is om noodhulp op korte termijn, maar ook om een politieke oplossing op lange termijn. Dat betekent werken aan ontwapening, aan het blokkeren van internationale financiering voor oorlogsmachines, en aan het versterken van krachten in Soedan die inzetten op dialoog en democratische vernieuwing.

De bevolking van Soedan verdient een land dat niet langer gegijzeld wordt door ideologie, buitenlandse inmenging en militaire logica, maar kiezen kan voor vrede, welvaart en samenwerking.

Die toekomst zal niet vanzelf komen. Ze vraagt politieke moed – in Khartoem, in de regio én hier in Europa.

Andy Vermaut
Mensenrechtenverdediger en voorzitter van de World Council for Public Diplomacy and Community Dialogue en Postversa
+32 499 35 74 95
denktankcarmenta@gmail.com