Peter Bossu’s hoopvolle visie: natuurherstelwet als redding voor onze biodiversiteit

12 april 2025

Peter Bossu, een geëngageerd denker en auteur die bekendstaat om zijn werk over ecologie, sociale rechtvaardigheid en democratische vernieuwing, benadrukt de unieke kans die de Europese Natuurherstelwet biedt voor Vlaanderen. Op 18 augustus 2024 trad deze verordening van het Europees Parlement en de Raad in werking, met ambitieuze doelen om de natuur in Europa te herstellen. Tegen 2030 moet 20 procent van de land- en zeegebieden van de EU hersteld zijn, en tegen 2050 moeten alle aangetaste ecosystemen zijn hersteld. Peter Bossu, die in zijn publicaties pleit voor verandering van onderuit, ziet in deze wet een mogelijkheid voor Vlaanderen om de biodiversiteit te versterken, maar waarschuwt dat dit alleen zal lukken als de Vlaamse Regering daadkrachtig optreedt.

Wat houdt de natuurherstelwet in

De Europese Natuurherstelwet stelt duidelijke hersteldoelen voor verschillende ecosystemen, zoals bossen, rivieren, wetlands, graslanden, heide, duinen, stedelijke gebieden, agrarische zones en bestuivers. Nationale en gewestelijke overheden moeten herstelplannen opstellen die de te herstellen gebieden, de maatregelen en de timing tot 2050 beschrijven. Een ontwerp van deze plannen moet uiterlijk op 1 september 2026 worden ingediend bij de Europese Commissie. De wet bevat ook een verslechteringsverbod om de achteruitgang van biodiversiteit te voorkomen, al blijft de extra impact hiervan in Vlaanderen beperkt. Veel bestaande regelgeving, zoals de natuurtoets en de VEN-toets voor het Vlaams Ecologisch Netwerk, bevat al vergelijkbare verboden. Slechts een klein deel van de habitats die onder de nieuwe wet vallen, ligt buiten bestaande beschermde zones.

Waarom deze wet cruciaal is voor biodiversiteit

Peter Bossu wijst op het belang van de natuurherstelwet voor het klimaat en de samenleving. In België verkeert 95 procent van de natuurlijke habitats in een slechte staat, wat herstel dringend maakt. Gezonde ecosystemen zoals bossen en wetlands hebben de afgelopen tien jaar 54 procent van de menselijke CO2-uitstoot geabsorbeerd, wat ze onmisbaar maakt in de strijd tegen klimaatverandering. Daarnaast beschermen ze tegen extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen en droogte. Biodiversiteit speelt ook een sleutelrol in voedselzekerheid: bijna 75 procent van de gewassen wereldwijd die fruit en zaden produceren, hangt af van bestuivers. Bovendien is meer dan 50 procent van het wereldwijde BBP afhankelijk van de natuur, en volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is een slechte milieukwaliteit verantwoordelijk voor één op de acht sterfgevallen. De voordelen van natuurherstel wegen ruimschoots op tegen de kosten, met baten die gemiddeld tien keer hoger zijn.

Specifieke doelen voor natuurherstel

De wet vraagt lidstaten om habitats in slechte staat te herstellen, met een focus op zes groepen die belangrijk zijn voor klimaatverandering: wetlands, graslanden, rivieren, bossen, heide en duinen. Tegen 2030 moet 30 procent van de aangetaste habitats hersteld zijn, tegen 2040 60 procent, en tegen 2050 90 procent. Als er te weinig van een habitat over is, moet extra habitat worden gecreëerd, en versnipperde gebieden moeten worden verbonden om robuuste natuurgebieden te vormen. In steden moet de groene ruimte tegen 2030 met minstens 3 procent toenemen en tegen 2050 met 5 procent, met een boomkroonbedekking van minstens 10 procent in alle steden, kleinere steden en voorsteden. Lidstaten moeten ook barrières in rivieren verwijderen om tegen 2030 op EU-niveau 25.000 kilometer vrije rivieren te realiseren, en de natuurlijke functies van overstromingsgebieden verbeteren. Daarnaast moeten de dalende trends in bestuiverpopulaties tegen 2030 worden omgebogen naar een stijging, met een gestandaardiseerde monitoring door de Commissie. In landbouwgebieden moeten lidstaten de biodiversiteit versterken door stijgende trends te realiseren in graslandvlinders, akker- en weidevogels, organische koolstof in de bodem en landschapselementen met hoge biodiversiteit. Ontwaterde veengronden in landbouwgebruik moeten worden hersteld: 30 procent tegen 2030, waarvan minstens een kwart vernat, 50 procent tegen 2040, waarvan minstens de helft vernat, en 70 procent tegen 2050, eveneens met minstens de helft vernat. Voor bossen moeten lidstaten extra inspanningen leveren, zoals meer dood hout, bossen met diverse leeftijden, betere verbindingen, meer bosvogels en een grotere voorraad organische koolstof.

Mogelijkheden voor natuurherstel in Vlaanderen

In Vlaanderen beslaan de “Speciale Beschermings Zones” ongeveer 166.000 hectare, met daarbuiten nog 139.000 hectare aan terreinen die deel uitmaken van het Vlaams Ecologisch Netwerk of een groene planologische bestemming hebben. Samen gaat het om 305.000 hectare, of 22,5 procent van Vlaanderen. Na aftrek van wegen en bebouwing blijft hiervan 258.000 hectare, ongeveer 19 procent van Vlaanderen, over voor natuur. Driekwart van deze oppervlakte bestaat echter niet uit topnatuur, omdat er geen gepast beheer wordt gevoerd. Er ligt dus een enorme taak om binnen deze gebieden de natuur te verbeteren, eventueel in samenwerking met landbouwers en landeigenaren. Ter vergelijking: in Nederland is 20 procent van het land al onder effectief natuurbeheer, terwijl Vlaanderen achterblijft in het nakomen van Europese natuurverplichtingen. Buiten deze 258.000 hectare is ook natuurherstel nodig om versnippering tegen te gaan, vooral bij moerassen, halfnatuurlijke graslanden, bossen en heiden. Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen uit 1997 stelde al dat er tegen 2007 10.000 hectare bos en 38.000 hectare natuurgebied moest bijkomen, maar in 2023 is hiervan nog 26.500 hectare, 54 procent, niet afgebakend of gerealiseerd. Van de 150.000 hectare Natuurverwevingsgebied, waar natuur een nevengeschikte functie heeft, is slechts 5 procent, of 7000 hectare, afgebakend. In de 9500 hectare met een planologische bestemming als valleigebied of ecologisch waardevol landbouwgebied blijft natuurgericht beheer vaak uit.

Een kans voor Vlaanderen volgens Peter Bossu

Peter Bossu ziet de Europese Natuurherstelwet niet als een bedreiging, maar als een stimulans om eindelijk werk te maken van bestaande Vlaamse regelgeving voor natuurbehoud en -herstel. Meer robuuste natuur kan ook de rechtszekerheid voor landbouw en bedrijven ten goede komen, vooral door natuur inclusieve landbouw te bevorderen, wat wetenschappelijk bewezen niet ten koste gaat van de voedselvoorziening. De wet treedt in werking in juni 2024, met een ontwerp van het natuurherstelplan dat in juni 2026 moet worden ingediend, gevolgd door een beoordeling in het najaar van 2026 en een definitief plan in juni 2027. Lidstaten moeten rapporteren over de voortgang, met een eerste verslag in 2028 en een tweede in 2031. De verordening zelf wordt uiterlijk op 31 december 2033 geëvalueerd, met aandacht voor de impact op landbouw, bosbouw, visserij en sociaaleconomische effecten.

Zal Vlaanderen de kans grijpen

Peter Bossu, die in zijn werk altijd een hoopvolle ingesteldheid uitdraagt, benadrukt dat de mogelijkheden voor natuurherstel en biodiversiteit in Vlaanderen groot zijn, maar alles hangt af van de inzet van de Vlaamse Regering, in het bijzonder de minister van omgeving en landbouw. Hoewel werkgroepen momenteel bezig zijn met het natuurherstelplan, zijn er signalen dat de minister de lat zo laag mogelijk wil leggen. Er staat bijvoorbeeld nog geen budget op de begroting voor de uitvoering van de wet. Zonder een offensief natuurbeleid van de Vlaamse Regering dreigt de natuurherstelwet in Vlaanderen weinig impact te hebben. Peter Bossu, die gelooft dat hoop een noodzakelijke krachtbron is voor maatschappelijke verandering, roept de natuur- en milieubeweging op om druk uit te oefenen voor een ambitieus en duurzaam natuurbeleid. Het natuurherstelplan kan een hefboom zijn voor verandering, maar het kan ook niets in beweging brengen, afhankelijk van de prioriteiten die Vlaanderen stelt.

Bronnen:
Kris Decleer & Carine Wils, auteurs schreven de bijdragen voor
Natuurpunt in persoonlijke naam als onderzoeker
Jef Seghers van LDR advocaten
Notulen van het Europees parlement en de raad van de EU-lidstaten
Natuurpunt
Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
Agentschap voor natuur en bos (ANB)
VMx, De beroepsvereniging voor milieuprofessionals
BELGA