Rechtsstaat op de rand van de afgrond: België voor een heroïsche keuze (opinie)

05 april 2025

De Belgische rechtsstaat staat op instorten. Vijf maal – in 1987, 2000, 2009, 2011 en 2014 – heeft de top van het gerecht de heilige principes van recht en waarheid vertrappeld, als een gevallen ridder die zijn eed vergeet. Wat ooit een onwankelbaar bolwerk van gerechtigheid had moeten zijn, is nu een stinkend moeras van zwijgen, manipulatie en schaamteloos verraad. Maar 2025 is geen gewoon jaar. Dit is het uur van de waarheid, het moment waarop België voor een tweesprong staat: een totale omwenteling of een lafhartige terugval in de verstikkende omhelzing van oude gewoontes. Drie sleutelinstanties – de hoeders van wet en orde – hebben tot eind april de kans om met een schone lei te beginnen, de leugens te verbranden en de rechtsstaat te herrijzen als een feniks uit haar as. Falen ze, dan wacht een revolutie die de fundamenten van dit land zal doen daveren. Dit is geen fluistering meer, dit is een strijdkreet voor een volk dat rechtvaardigheid eist!

Een kroniek van gerechtelijk verval

Het begon in 1987, toen een wetsartikel dat de waarheid als een schild boven de rechtsstaat hield, werd gesmoord onder een mantel van stilte en eigenbelang. In 2000 volgde een nieuwe dolksteek, en in 2009 werd een Eerste Minister – een symbool van democratische leiding – geofferd op het altaar van een gerechtelijke uitspraak die de Grondwet als voddenpapier verscheurde. Een brief van 28 januari dat jaar, geschreven door een hooggeplaatste magistraat, zweeg als een lafaard terwijl de waarheid stierf. In 2011 en 2014 werd dit schandelijke spel herhaald, alsof het gerecht een theater was waarin de maskers van rechtvaardigheid enkel dienden om corruptie te verhullen. Klokkenluiders, dappere zielen die de storm trotseerden, werden neergesabeld door vervolgingen. Magistraten met een ruggengraat van staal, vechtend voor integriteit, zagen hun moed verpletterd onder de wielen van een systeem dat liever zweeg dan sprak. Rousseau, de denker die het sociaal contract tot leven bracht, zou bulderen van woede: de staat ontleent haar macht aan het volk, niet aan een kliek van leugenaars die het vertrouwen van dat volk bespotten. Vijf donkere littekens markeren onze geschiedenis, en elk litteken schreeuwt om verlossing.

Een ultimatum dat de geschiedenis kan herschrijven

Op 3 april 2025 werd een oproep gelanceerd, een klaroenstoot die door de gangen van de macht echode. Vijf nieuwe leden van een cruciale gerechtelijke commissie kregen een missie: graaf naar de waarheid, haal twee vergeten documenten boven – een proces-verbaal van een zitting in Overijse op 18 mei 2009 en een brief uit juni 2018, gericht aan een minister van destijds. Deze relikwieën van rechtvaardigheid kunnen een beerput openbreken die jarenlang werd toegedekt. Lokale leiders, van een burgemeester tot een vrederechter, en nationale figuren, waaronder ministers, werden gewaarschuwd. De klok tikt genadeloos: eind april 2025 is de deadline. Kiezen deze instanties voor de oude, vermolmde paden van zwijgen en doofpotten? Of durven ze het zwaard van gerechtigheid te heffen en een nieuwe dageraad in te luiden? Rousseau’s woorden galmen hier als een strijdlied: de soevereiniteit ligt bij het volk, en als de staat dat vergeet, heeft het volk het recht – nee, de plicht – om op te staan. We balanceren op de rand van een omwenteling, en de uitkomst zal bepalen of België een land van helden wordt of een kerkhof van verloren idealen.

Van dorpsvoetpad tot Justitiepaleis: het onrecht tiert welig

Zelfs in de kleinste uithoeken van dit land ettert de wonde. In een gemeente ligt een voetpad geblokkeerd, een banaal probleem dat een lokale rechter in vijf minuten zou kunnen oplossen met een vonnis dat de schuldigen zou doen sidderen van schaamte. Maar de stilte blijft hangen, als een giftige mist. Dit is geen kleinigheid – het is een spiegel van een rechtsorde die overal faalt, van de modderige straten van een dorp tot de marmeren zalen van het Justitiepaleis in Brussel. Daar, in de schaduw van dat imposante gebouw, houdt een duistere kant de waarheid geketend. Zij die deze chaos hebben gezaaid, denken dat ze onaantastbaar zijn. Maar Rousseau wist beter: een staat die haar burgers niet beschermt, verdient geen gehoorzaamheid. Dit is geen tijd voor halfslachtige maatregelen. Dit is het uur waarin België moet beslissen of het durft te breken met het verleden en een nieuwe weg inslaat – een weg van moed, niet van lafheid.

De geest van het verleden roept

Kijk naar Frankrijk, eind 19e eeuw. Een onschuldige werd toen tot zondebok gemaakt, terwijl de waarheid werd begraven onder leugens en valse eer. Jarenlang hield de macht stand, tot in 1906 gerechtigheid als een verlate donder toesloeg. België staat nu op een soortgelijk kruispunt. Twee juristen worden nog gefluisterd als de laatsten die een oud wetsartikel begrijpen, een artikel dat ooit de rechtsstaat als een burcht verdedigde voordat het in 1967, 2014 en 2016 werd verminkt. Een magistraat uit vervlogen dagen zou dat artikel al in 1987 hebben gesaboteerd, de eerste steen leggend voor een bouwwerk van bedrog. Rousseau’s visie op gelijkheid – dat de wet een schild is voor allen, niet een wapen voor weinigen – is hier ver te zoeken. Maar het verleden hoeft geen keten te zijn. Het kan een les zijn, een fakkel die ons leidt naar een toekomst waarin rechtvaardigheid geen loze belofte is, maar een levende werkelijkheid.

De helden van morgen

De nieuwe leden van de commissie staan aan het roer van een zinkend schip. Nog niet aangetast door de roest van oude gewoontes, hebben zij de kans om een storm te ontketenen die het gerecht zuivert. Maar de vijand is taai. De oude garde klampt zich vast aan lege frasen – “de zaak is gesloten”, “laten we vooruitkijken” – zoals hun voorgangers in Frankrijk ooit deden. Rousseau zou dit een schande noemen. Hij zag de staat als een pact: burgers geven hun vrijheid op voor bescherming en recht, niet voor onderdrukking en leugens. Als deze instanties nu kiezen voor de waarheid, kan België een wedergeboorte beleven, een glorieuze breuk met een verleden van schaamte. Kiezen ze voor stilte, dan groeit de woede van een volk dat niet langer wil buigen. Dit is geen tijd voor compromissen – dit is een strijd om de ziel van een natie.

Een oproep tot omwenteling

We staan op de drempel van iets groots. De rechtsstaat kan niet half worden gered; ze moet volledig worden herboren of ze zal sterven. De keuze is simpel maar titanisch: vasthouden aan de vermoeide gebruiken van een corrupt systeem, of de moed vinden om alles neer te halen en opnieuw te bouwen. Rousseau’s sociaal contract is geen stoffig boek – het is een levend vuur dat ons herinnert aan onze kracht. De macht ligt niet in de handen van een paar magistraten in Brussel, maar in de wil van een volk dat gerechtigheid eist. Als de instanties falen, zal die wil ontwaken, en geen paleis, geen wet, geen leugen zal die golf kunnen stoppen. België verdient een rechtsstaat die staat als een rots, niet een die wegzinkt in drijfzand. Dit is het moment. Dit is onze strijd.