Wereldwijd klimaatactieplan uit Belém zet klimaatbeleid in uitvoeringsstand

29 november 2025

Op maandag 10 november 2025 tot en met vrijdag 21 november 2025 kwamen in Belém, in het noorden van Brazilië, bijna 200 landen bijeen voor de dertigste klimaattop onder het Akkoord van Parijs. Daar schaarden de partijen zich achter een wereldwijd klimaatactieplan dat de kern van Parijs opnieuw bevestigt en tegelijk de nadruk legt op uitvoering. Terwijl in het Amazonegebied over emissies en klimaatfinanciering werd onderhandeld, werkte de Europese Unie aan nieuwe diplomatieke initiatieven en concrete wetsvoorstellen in Brussel.

Een klimaattop met vooruitgang en duidelijke tekortkomingen

Het wereldwijd klimaatactieplan erkent dat de wereld niet langer op koers ligt naar de extreme opwarming van ruim vier graden waar oudere scenario’s van uitgingen, maar dat de huidige trajecten nog steeds niet volstaan om de stijging van de gemiddelde temperatuur te beperken tot 1,5 graad Celsius. De tekst verwijst naar het beperkte resterende koolstofbudget en de korte periode waarin extra maatregelen nog verschil kunnen maken. Wie de uitkomst in één blik wil begrijpen, ziet een dubbel beeld: er is vooruitgang, maar de kloof met het 1,5-gradendoel blijft aanzienlijk.

De conferentie in Belém wordt omschreven als een moment waarop landen niet alleen successen tonen, maar ook toegeven waar het beleid achterloopt. Multilaterale afspraken blijven nodig, maar de top wijst tegelijk op aanvullende samenwerking tussen kleinere groepen landen en andere betrokkenen. Voor burgers komt het erop neer dat de taal van grote verklaringen verschuift naar de vraag welke nationale maatregelen daadwerkelijk worden ingevoerd en hoe snel dat gebeurt.

Wereldwijd klimaatactieplan legt mensenrechten en bossen centraal

In de kern beschrijft het wereldwijd klimaatactieplan klimaatverandering als een zorg voor de gehele mensheid, met een duidelijk accent op mensenrechten. Het recht op een schoon en gezond leefmilieu wordt genoemd als uitgangspunt. Ook Inheemse Volkeren, lokale groepen, vrouwen, jongeren, kinderen, personen met een beperking en mensen in kwetsbare situaties worden expliciet aangehaald als groepen die nu al zwaar getroffen worden en volwaardig moeten kunnen deelnemen aan besluitvorming.

De locatie van de top is niet toevallig. Belém ligt aan de rand van het Amazonewoud, en het besluit koppelt het klimaatactieplan aan de bescherming en het herstel van bossen en andere ecosystemen. Er wordt verwezen naar het tot staan brengen en terugdringen van ontbossing en bosdegradatie uiterlijk in 2030, in lijn met artikel 5 van het Akkoord van Parijs. Het document vraagt ook aandacht voor biodiversiteit en mariene gebieden, met sociale en ecologische waarborgen zodat maatregelen niet ten koste gaan van lokale bewoners, maar hun positie versterken.

Tien jaar Parijs en een smal pad naar 1,5 graad

De top grijpt terug op tien jaar Akkoord van Parijs. Eerdere beslissingen – van Madrid via Glasgow en Sharm el-Sheikh tot Dubai en Bakoe – worden in herinnering gebracht om te tonen hoe de internationale afspraken over emissiereductie, aanpassing, financiering en transparantie zich in de loop van de tijd hebben ontwikkeld. Tegelijk klinkt er een helder signaal over gemiste kansen.

Ontwikkelde landen hebben hun beloofde emissiereducties tegen 2020 niet volledig gehaald, waardoor een deel van het koolstofbudget al is opgebruikt. Om de kans op het halen van het 1,5-gradendoel in stand te houden, wordt een daling van de wereldwijde uitstoot met 43 procent tegen 2030 en 60 procent tegen 2035 ten opzichte van 2019 naar voren geschoven, met netto nul uitstoot van koolstofdioxide rond 2050. Dat zijn cijfers die gemakkelijk deelbaar zijn op sociale media, omdat ze zonder omweg tonen hoe steil het pad de komende tien jaar wordt.

Van onderhandelingsteksten naar uitvoering op het terrein

Een belangrijke stap in Belém betreft de beleidscyclus van het Akkoord van Parijs. De eerste wereldwijde balans van de inspanningen is afgerond, en een nieuwe generatie nationale klimaatplannen, nationale aanpassingsplannen en uitgebreide transparantierapporten ligt op tafel. Op basis daarvan beslissen de landen om de komende jaren sterker op uitvoering in te zetten en minder energie te steken in nieuwe lange onderhandelde teksten.

Daarvoor wordt een mechanisme opgezet dat landen moet helpen hun plannen snel uit te voeren: een internationale versneller voor implementatie, gekoppeld aan de eerder afgesproken wereldwijde balans en de politieke beslissing om weg te bewegen van het gebruik van fossiele brandstoffen. Daarnaast wordt een traject aangekondigd waarin opeenvolgende voorzitterschappen van de klimaattoppen zich samen richten op het 1,5-gradendoel, door samenwerking en investeringen te bundelen en beter te stroomlijnen.

In de tekst is ook een duidelijke rol voorzien voor steden, regio’s, bedrijven, financiële instellingen, jongeren en onderzoeksinstellingen. Zij worden genoemd als actoren die helpen om de langetermijndoelstellingen van het Akkoord van Parijs te realiseren. Dat is een belangrijk signaal richting inwoners, lokale bestuurders en ondernemers: de uitvoering van het klimaatactieplan is niet alleen een zaak van nationale regeringen, maar raakt beslissingen op elk niveau.

Klimaatfinanciering richting 1,3 biljoen dollar per jaar

Een tweede zwaartepunt in Belém draait rond financiering. De landen verwijzen naar de eerder gemaakte afspraak om de jaarlijkse stromen uit de belangrijkste internationale klimaatfondsen tegen 2030 minstens te verdrievoudigen. Daarnaast schetsen zij een doel om de totale financiering voor klimaatbeleid in ontwikkelingslanden uit publieke en private bronnen op te voeren tot ten minste 1,3 biljoen dollar per jaar tegen 2035, met ontwikkelde landen in een voortrekkersrol.

Als tussendoel wordt een inzet genoemd om tegen 2035 jaarlijks minstens 300 miljard dollar aan klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden te mobiliseren. In een tweejarenprogramma rond klimaatfinanciering moet worden onderzocht hoe beleidskaders, publieke banken, private investeerders en internationale instellingen mee kunnen zorgen voor extra middelen voor schone energie, weerbare infrastructuur en klimaatslimme landbouw.

Het fonds voor verlies en schade krijgt een vaste plek in deze architectuur. Er wordt voorzien in een terugkerende cyclus voor heraanvulling, zodat landen die zwaar worden getroffen door klimaatgerelateerde rampen niet telkens opnieuw over basisfinanciering hoeven te onderhandelen. Tegelijk wordt aangegeven dat maatregelen tegen klimaatverandering geen verkapte handelsbelemmeringen mogen worden en dat regels voor handel ondersteunend moeten zijn aan duurzame ontwikkeling.

De rol van de Europese Unie binnen en buiten Belém

Voor de Europese Unie is de top in Belém onderdeel van een bredere strategie. Tijdens de top tussen de Europese Unie en de Afrikaanse Unie werden engagementen rond ambitie, mitigatie en aanpassing hernieuwd en aangescherpt. Op de G20-bijeenkomst in Zuid-Afrika legde voorzitter Ursula von der Leyen het digitale project “Destination Earth” op tafel, bedoeld om extreem weer met hoge resolutie te simuleren. Zulke simulaties moeten beleidsmakers helpen om risico’s beter in te schatten en vooraf te kiezen voor robuuste infrastructuur en duidelijke ruimtelijke regels.

Binnen de Europese Commissie ligt de coördinatie van het klimaatbeleid bij het directoraat-generaal Klimaatactie, onder leiding van Kurt Vandenberghe. In zijn evaluatie van COP30 schetst hij een beeld van onderhandelingen die soms rommelig verliepen, maar toch leidden tot extra stappen vooruit. Volgens hem is het van belang dat landen, ondanks spanningen en uiteenlopende belangen, bereid blijven om hun inzet op te voeren en afspraken vast te leggen die later kunnen worden vertaald naar concrete maatregelen in nationale wetgeving en beleid.

Nieuwe initiatieven rond Middellandse Zee, ETS2 en bio-economie

Parallel aan de gesprekken in Belém werd het Pact voor de Middellandse Zee gepresenteerd. Dat pact is gericht op nauwere samenwerking tussen de Europese Unie en tien landen rond de Middellandse Zee, onder andere over energie, klimaatrisico’s en economische ontwikkeling. Een centrale pijler is het Trans-Mediterranean Renewable Energy and Clean Tech Initiative, dat projecten rond hernieuwbare energie en netinfrastructuur moet bundelen en coördineren, inclusief investeringen in transmissie- en distributienetten.

In Brussel nam de Europese Commissie een voorstel aan om de beslissing over de Marktstabiliteitsreserve aan te passen voor het nieuwe emissiehandelssysteem voor wegverkeer en gebouwen, ETS2. Dit systeem moet in de komende jaren een prijs zetten op de uitstoot in deze sectoren, zodat investeringen in energiezuinige woningen, elektrische mobiliteit en andere schone oplossingen aantrekkelijker worden. Het voorgestelde pakket rond de Marktstabiliteitsreserve moet ervoor zorgen dat de start van ETS2 geleidelijk verloopt en dat plotselinge prijsbewegingen worden vermeden.

Daarnaast is een nieuwe strategie voor de bio-economie aangenomen. De Europese Unie wil sterker inzetten op hernieuwbare biologische grondstoffen, zoals duurzaam geteelde gewassen, hout en reststromen uit landbouw en industrie. Het doel is een meer circulaire en koolstofarme economie met minder afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit derde landen. Tegelijk zijn de eerste regels goedgekeurd voor een vrijwillig certificeringskader voor koolstofverwijdering en koolstoflandbouw, met plannen voor een Europese Buyers’ Club voor duurzame koolstofverwijdering, een Europese koolstoflandbouwdatabank en vanaf 2026 een methode voor het vastleggen van koolstof in gebouwen.

Wat dit alles betekent voor burgers en beleid

Gezamenlijk laten het wereldwijd klimaatactieplan uit Belém, de afspraken over klimaatfinanciering, het Pact voor de Middellandse Zee, ETS2 en de bio-economiestrategie zien hoe breed het klimaatdossier inmiddels is geworden. Klimaatbeleid gaat tegelijk over bossen in het Amazonegebied, elektriciteitsnetten in de Mediterrane regio, renovatieprojecten in Europese steden en het inkomen van landbouwers. Voor inwoners komt het neer op concrete vragen: hoe snel worden woningen aangepakt, welke keuzes maakt men voor openbaar vervoer en energie, hoe worden kwetsbare huishoudens beschermd tegen klimaatschokken en prijsstijgingen, en welke nieuwe kansen ontstaan er in sectoren als hernieuwbare energie, bouw en landbouw?

Bronnen:
Ontwerpsbesluit over het wereldwijd klimaatactieplan – Conference of the Parties serving as the meeting of the Parties to the Paris Agreement, zevende zitting, Belém 2025
Europese Commissie – directoraat-generaal Klimaatactie (DG Klimaat)
Bijdrage van Kurt Vandenberghe over COP30 en de opvolging van de top
Afbeelding en bericht: LinkedIn-profiel van Kurt Vandenberghe

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)