Witte rook op COP30, maar twijfels over fossiele koers en klimaatgeld

22 november 2025

In Belém in Brazilië is op de internationale klimaattop COP30 een akkoord gesloten dat de principes vastlegt voor een rechtvaardige transitie voor werknemers en lokale gemeenschappen. Tegelijk blijft de stap weg van olie, gas en steenkool, net als de financiële steun voor landen in het Zuiden, ver achter bij wat wetenschappers en klimaatorganisaties al jaren vragen. De uitkomst zorgt zo tegelijk voor opluchting en voor stevige vragen.

Akkoord over rechtvaardige transitie op wereldschaal

Voor het eerst hebben 194 landen gezamenlijk afgesproken hoe een rechtvaardige transitie er in grote lijnen moet uitzien. In het akkoord staat dat klimaatbeleid rekening moet houden met mensenrechten, de rechten van inheemse volkeren, sociale dialoog en de actieve betrokkenheid van vrouwen. Daarmee komt de eis van werknemersorganisaties en sociale bewegingen wereldwijd rechtstreeks in de slottekst terecht.

De nieuwe afspraken moeten ervoor zorgen dat de omslag naar een klimaatneutrale economie niet uitsluitend wordt bekeken door een economische of technologische bril, maar dat ook werkzekerheid, waardige jobs en bescherming van kwetsbare groepen centraal staan. Het gaat daarbij zowel om havenarbeiders in Antwerpen als om arbeidsters op plantages in Indonesië en mijnwerkers in Latijns-Amerika, die allemaal geconfronteerd worden met ingrijpende veranderingen in hun sector.

Benjamin Clarysse, voorzitter van de Klimaatcoalitie, wijst erop dat de klimaatcrisis inkomensverschillen en onzekerheid overal ter wereld vergroot. Volgens hem moet een transitie uitzicht geven op een toekomst waarin mensen niet worden achtergelaten wanneer hun sector verandert of verdwijnt. De nieuwe tekst op COP30 wordt binnen de klimaatbeweging dan ook gezien als een belangrijke stap om sociale rechtvaardigheid structureel te verankeren in het klimaatbeleid.

Strubbelingen over uitfasering van fossiele brandstoffen

Waar de erkenning van een rechtvaardige transitie vooruitgang laat zien, ligt de discussie over fossiele brandstoffen opnieuw bijzonder gevoelig. Op de vorige klimaattop COP28 spraken landen al af dat de energiesector moet wegstappen van olie, gas en steenkool. In Belém bleek echter dat een aantal staten niet bereid is om die algemene formulering om te zetten in concrete stappen en duidelijke deadlines.

Colombia en Brazilië brachten de uitfasering van fossiele brandstoffen opnieuw nadrukkelijk op de agenda. Hun oproep om het gebruik van fossiele energie versneld af te bouwen, stootte tijdens de onderhandelingen op stevige tegenstand van verschillende landen. Die weigerden bijkomende verbintenissen en zorgden zo voor lange nachtelijke sessies, waarna de verwijzingen naar een globale uitstap uit fossiele energie afgezwakt bleven.

Binnen de Klimaatcoalitie leeft de vrees dat de wereld zo kostbare tijd verliest. Een geloofwaardige weg naar klimaatveiligheid veronderstelt dat vooral geïndustrialiseerde landen hun binnenlands beleid snel in lijn brengen met een fossielvrije toekomst. Dat geldt ook voor België. Zonder concreet beleid, met bindende doelen en duidelijke tussenstappen, blijft het risico bestaan dat plechtige verklaringen op internationale toppen loskomen te staan van de werkelijkheid op het terrein.

Daarbij speelt ook het juridische kader een rol. Het Internationaal Gerechtshof maakte deze zomer duidelijk dat staten een verplichting hebben om de opwarming van de aarde onder 1,5 graden Celsius te houden. Dat impliceert dat het gebruik van fossiele brandstoffen versneld moet dalen, niet alleen in beleidsnota’s, maar ook in budgetten, vergunningen en investeringsbeslissingen.

Klimaatfinanciering blijft zwakke schakel

De discussie over geld zorgde opnieuw voor de grootste breuklijn tussen rijke en armere landen. Op COP30 bleek dat de nodige financiële steun voor landen in het Zuiden nog altijd ver achterop hinkt. Die landen hebben tegen 2035 naar schatting driehonderd miljard dollar per jaar nodig om zich te beschermen tegen de gevolgen van extreem weer, stijgende zeespiegels en mislukte oogsten.

Toch blijven verschillende rijke landen, onder wie lidstaten van de Europese Unie, zich verzetten tegen bindende afspraken om die middelen structureel te voorzien. De formuleringen in het akkoord laten veel ruimte voor interpretatie en bevatten volgens critici allerlei achterpoortjes. Er is geen harde garantie dat kwetsbare landen de steun zullen krijgen die nodig is om hun bevolking, infrastructuur en economie aan te passen.

Voor landen die nu al diep in de schulden zitten, vormt dat een harde realiteit. Zonder bijkomend budget is het bijzonder moeilijk om tegelijk oude schulden af te lossen, basisdiensten te blijven financieren en grootschalige klimaatprojecten op te zetten. De Europese Unie presenteert zich vaak als voortrekker op klimaatvlak, maar wordt er in deze context op gewezen dat de eigen beloften over financiering slechts gedeeltelijk worden waargemaakt.

Belgische rol: sterk signaal, beperkte garanties

Voor België heeft COP30 een dubbele betekenis. Ons land sloot zich in Belém aan bij de Colombiaanse verklaring voor een transitie weg van fossiele brandstoffen. Dat is een duidelijk politiek signaal dat de toekomst niet langer draait om olie en gas, maar om hernieuwbare energie en energiebesparing.

Toch volstaat dat signaal volgens de Klimaatcoalitie niet. De stap moet nu worden vertaald naar binnenlands beleid, met een concreet tijdspad om het gebruik van olie en gas af te bouwen, en met maatregelen die werknemers en gezinnen begeleiden in die omschakeling. Het gaat onder meer om investeringen in alternatieve jobs, opleidingstrajecten, sociale bescherming en betaalbare energiefacturen.

Klimaatfinanciering blijft voor België een doorslaggevend thema. Om internationaal geloofwaardig te blijven, zal het land zijn bijdrage aan klimaatsteun voor ontwikkelingslanden moeten verhogen in plaats van te besparen op klimaat en solidariteit. In de aanloop naar toekomstige begrotingsrondes zal blijken of die keuze ook echt wordt gemaakt.

Binnen de Klimaatcoalitie klinkt de boodschap dat de periode van uitstel voorbij is en dat elke tiende graad opwarming telt. COP30 wordt zo een testmoment: het akkoord over rechtvaardige transitie schetst een duidelijk kader, maar de echte beoordeling volgt pas wanneer landen concrete plannen, budgetten en wetten op tafel leggen.

De komende maanden zal moeten blijken of regeringen bereid zijn hun energiebeleid, financiële keuzes en sociale plannen aan te passen aan wat in Belém werd afgesproken. Zonder die stap dreigt het akkoord over rechtvaardige transitie een papieren overwinning te blijven, terwijl de gevolgen van de klimaatcrisis zich steeds nadrukkelijker laten voelen.

Bronnen:
Klimaatcoalitie – persbericht COP30, Belém, Brazilië, 22 november 2025
Contact: Kiki Berkers, co-coördinatie Klimaatcoalitie politiek
Contact: Benjamin Clarysse, voorzitter Klimaatcoalitie

Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)