Zorgen over hardere aanpak van Bahá’ís in Iran na marteling en schijnexecuties

10 april 2026
In Iran groeit de onrust over de behandeling van bahá’í-gevangenen nadat Borna Naimi, een 29-jarige vader uit Kerman, sinds zijn arrestatie op zaterdag 1 maart 2026 volgens de vrijgegeven informatie minstens twee schijnexecuties, elektrische schokken en andere vormen van marteling moest ondergaan. De zaak krijgt extra gewicht omdat ook zijn neef Peyvand Naimi eerder op gelijkaardige wijze werd mishandeld, terwijl de beschuldigingen tegen beiden als vals en ongegrond worden omschreven.
Arrestatie in Kerman
Borna Naimi werd op zijn werkplek in Kerman opgepakt door zes gemaskerde agenten van de inlichtingendienst van de Islamitische Revolutionaire Garde. Hij werd geboeid en naar een detentiecentrum overgebracht, terwijl zijn familie drie dagen lang geen duidelijkheid kreeg over zijn verblijfplaats of toestand. Daarna volgden korte telefoongesprekken, maar na zaterdag 8 maart 2026 werd ook dat contact gedurende een week onderbroken.
Tijdens de eerste dagen van zijn detentie werd hij herhaaldelijk geslagen. Daarbij kreeg hij volgens de beschikbare informatie klappen op zijn zij, ribben, onder de borst en op zijn rug. Hij werd ook meermaals overgebracht naar plaatsen in de buurt van zijn woonomgeving, waar hij onder zware druk werd gezet met bedreigingen tegen zijn vrouw en zijn jonge dochter. Daarbij werd zelfs gedreigd dat zijn kind naar een staatsweeshuis zou worden gestuurd als hij niet zou meewerken.
Gedwongen bekentenis
Volgens de vrijgegeven gegevens werd Borna Naimi zo zwaar mishandeld dat hij uiteindelijk een valse bekentenis ondertekende. In die tekst beschuldigde hij zichzelf en Peyvand Naimi van de moord op Basij-bewakers tijdens de protesten van woensdag 8 januari 2026. Er wordt gesteld dat voor die aantijgingen geen bewijs bestaat en dat beide mannen deze feiten niet gepleegd kunnen hebben. Peyvand Naimi was volgens die informatie al gearresteerd vóór het vermeende misdrijf, terwijl Borna Naimi zich op dat ogenblik thuis bevond, omringd door familie.
De bekentenis zou vooraf zijn opgesteld en aan Borna Naimi zijn overhandigd om ze voor te lezen. Geen van beide mannen is tot nu toe berecht.
Marteling en isolement
De details over de detentie van Borna Naimi geven een beeld van zware mishandeling. Tijdens zijn eerste dagen in de gevangenis werd hij vastgehouden in een afzonderlijk deel dat de ‘suite’ of de ‘doodssuite’ wordt genoemd, een plaats waar terdoodveroordeelden 48 uur voor hun executie worden ondergebracht. Hij zat daar in een kleine ruimte van ongeveer twee bij twee meter in volledige afzondering, zonder onderscheid tussen dag en nacht.
Daarnaast kreeg hij elektrische schokken die volgens de vrijgegeven informatie brandwonden aan zijn benen en voeten veroorzaakten. De twee schijnexecuties die hij moest ondergaan, zouden volgens dezelfde bron dezelfde werkwijze volgen als die eerder op Peyvand Naimi werd toegepast.
Zorgen over bredere vervolging
De zaak van Borna Naimi wordt in verband gebracht met een ruimere aanpak tegen Bahá’ís in Iran. In de vrijgegeven informatie staat dat de autoriteiten de Bahá’ís steeds vaker als zondebok aanwijzen in een periode van onrust, na de protesten van januari 2026 en tijdens het huidige conflict in het land. Dat voedt de vrees dat de druk op deze religieuze minderheid verder wordt opgedreven.
Vier bahá’ís zitten in dat verband opgesloten in de gevangenis van Kerman: Peyvand Naimi, Borna Naimi, Shakila Ghasemi en Adib Shahbazpour. De grootste bezorgdheid draait rond het gebruik van foltering en psychologische druk om verklaringen af te dwingen die als basis kunnen dienen voor zware beschuldigingen.
Gezin onder druk
In de zaak van Borna Naimi speelt ook de druk op zijn gezin een centrale rol. Hij is vader van een driejarig kind en zou een bijzonder hechte band met zijn dochter hebben. Volgens de vrijgegeven gegevens heeft de situatie het meisje zwaar geraakt. Zij zou denken dat haar vader haar heeft achtergelaten. Medegevangenen kennen hem naar verluidt als de man die de tekeningen en kleren van zijn dochter bij zich houdt.
Ook de achtergrond van Borna Naimi krijgt aandacht. Hij wordt omschreven als een karate-atleet die gouden medailles behaalde in nationale en internationale wedstrijden. Tegenover dat profiel staat nu een dossier waarin hij zonder proces aan zware mishandeling werd blootgesteld.
De zaak blijft wegen, niet alleen door de beschrijvingen van schijnexecuties en elektrische foltering, maar ook omdat hier een jonge vader uit Kerman centraal staat die volgens de vrijgegeven informatie tot een valse bekentenis werd gedwongen terwijl zijn driejarige dochter als drukkingsmiddel werd gebruikt. Dat ene gegeven blijft hangen. Op indegazette.be verdient dit dossier daarom verdere aandacht.
Iran, Kerman, Bahá’í, Mensenrechten, Borna Naimi, Peyvand Naimi, Vervolging, Marteling, Religieuze Minderheden
Bronnen:
Bahá’í International Community
Bahá’ís België – Bahá’ís Belgique
Bureau Public Affairs van de Bahá’í-gemeenschap Nederland
Andy Vermaut +32499357495 (Als je een probleem hebt met de inhoud van een artikel, kan je me altijd mailen op info@indegazette.be – best zo weinig mogelijk mensen in cc zetten, want anders komt dit in de spamfilter terecht. Voor elk artikel geldt een recht op antwoord van betrokkenen tot 3 maanden na publicatie van het artikel)


