De Fiscale Bemiddelingsdienst werd opgericht om een brug te slaan tussen de belastingplichtige burger en de administratie, vooral in gevallen van geschillen over invorderingen. In de praktijk blijkt echter dat starre interpretaties van regels en een gebrek aan flexibiliteit in betalingsregelingen de dienst verhinderen om haar mensgerichte rol volledig te vervullen. Een recente casus toont hoe een burger, die vanwege financiële en gezondheidsproblemen om een langere afbetalingstermijn vroeg, werd geconfronteerd met bureaucratische barrières en een systeem dat rigide vasthoudt aan standaardprocedures. Dit botst met de principes van redelijkheid, billijkheid en het recht op een menswaardig bestaan.
Hoewel de wet ruimte biedt voor menselijke maat, wordt die vaak niet benut. De Fiscale Bemiddelingsdienst wacht doorgaans op een formele weigering van de lokale invorderingsdienst voordat ze kan optreden, waardoor de burger van het ene loket naar het andere wordt gestuurd. Een meer proactieve houding, betere training in empathische communicatie en duidelijke richtlijnen voor uitzonderingen kunnen deze situatie verbeteren. De overheid moet streven naar een aanpak waarin de mens vooropstaat, zodat belastingen niet leiden tot uitzichtloze situaties, maar op een rechtvaardige manier worden geïnd.